[The Face of Dutch]


Everyday Dutch Vocabulary 6 - Home

Time, Weather, Qualities

de / het / 't
hear
(the)
een, 'n
hear - 2
(a, an)
één
hear
(one)

(de) oorzaak
(het) gevolg
(het) begin
(het) einde
hear
(cause)
(effect)
(start)
(end)

(de) lucifer
(de) vlam
(het) vuur
(de) rook
branden
hear
(match)
(flame)
(fire)
(smoke)
(to burn)

(de) vraag
(het) antwoord
(het) verzoek
(het) aanbod
(de) daad
(de) reactie
hear
(question)
(answer)
(request)
(offer)
(act)
(reaction)
(de) bovenkant
(de) voorkant
(de) achterkant
(het) midden
(de) zijkant
hear
(top)
(front)
(back)
(middle)
(side)

(de) misdaad
(de) rechter
(de) rechtszaak
(de) straf
hear - take 2
(crime)
(judge)
(process)
(punishment)

(het) verleden
(het) heden
(de) toekomst
hear
(past)
(present)
(future)

gisteren
vandaag
morgen
hear
(yesterday)
(today)
(tomorrow)

(de) morgen
(de) middag
(de) avond
(de) nacht
hear - 2
(morning)
(afternoon)
(evening)
(night)
(de) tijd
(de) klok
(het) horloge (Fra.)
hear

more Time

(time)
(clock)
(watch)

(de) seconde
(de) minuut
(het) uur
hear
(second)
(minute)
(hour)

(de) dag
(de) week
(de) maand
(het) jaar
hear
(day)
(week)
(month)
(year)
(de) lente
(de) zomer
(de) herfst
(de) winter
hear
(Spring)
(Summer)
(Fall)
(Winter)

(het) Noorden
(het) Oosten
(het) Zuiden
(het) Westen
hear - 2
(North)
(East)
(South)
(West)

(de) zon
(de) maan
(de) ster
hear
(sun)
(moon)
(star)
(de) aarde
(de) hemel
(de) ruimte
hear
(earth)
(sky; heaven)
(space)

more Weather

(het) weer
(de) wolk
(de) mist
vriezen
dooien
hear
(weather)
(cloud)
(mist)
(to freeze)
(to thaw)

(de) regen
(de) wind
(de) sneeuw
(de) donder
(de) bliksem
hear
(rain)
(wind)
(snow)
(thunder)
(lightning)
(de) kwaliteit
(de) conditie
(het) aantal
(de) hoeveelheid
hear - 2
(quality)
(condition, shape)
(number)
(quantity)

(de) waarde
(de) grootte
(de) maat
(het) gewicht
hear
(value)
(size, magnitude)
(size, measure)
(weight)
(het) stadium
(het) niveau (Fra.)
(de) graad
(de) schaal
hear - 2
(stage)
(level)
(degree)
(scale)

(de) naam
(het) geslacht
(de) kleur
(het) soort
hear
(name)
(sex)
(color) - colors
(sort, kind)
(het) deel
(het) stuk
(het) detail (Fra.)
(de) grens
hear
(part)
(bit)
(detail)
(limit)

(de) verspreiding
(de) scheiding
(de) splitsing
hear - 2
(distribution)
(separation; divorce)
(division)
(de) keuze
(het) ontwerp
(het) gebruik
hear
(selection)
(design)
(use)

(de) ontwikkeling
(de) verandering
(de) aanpassing
hear
(development)
(change)
(adaptation)
(de) toevoeging
(de) uitwisseling
(de) verbinding
hear
(addition)
(exchange)
(connection)

(de) groei
(de) toename
(de) uitbreiding
hear
(growth)
(increase)
(expansion)

Previous Everyday Dutch Home 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Words and Phrases for Travelers Next

email - copyright © 1999-2006 Marco Schuffelen - All rights reserved. This material may not be published, broadcast, rewritten, or redistributed.
Don't be a dief (thief) - dievegge (female thief) - diefstal (theft) - stelen (to steal) - heler (dealer in stolen goods) - hear Dutch - 2