De
belevenissen in:
(even klikken met de muis op de locatie)
(even klikken met de muis op de locatie)
Alsdorf 2007
Grube
Anna II
29-08-2007
Voor we huiswaarts keerden beklommen we tenslotte de steenhoop achter de restanten van Grube Adolf. Een redelijk steile klim, met als beloning een mooi uitzicht over de omgeving. Met enige moeite onderscheidden we de "Förderturm" van Grube Anna II, die toch redelijk in de vrije ruimte staat. Tenminste, dat bleek bij aankomst. Makkelijk te vinden, want van verre is de toren reeds te zien.
Rond de toren en het bijbehorende liftmotorgebouw herinnerde weinig meer aan de mijn. Naast het liftgebouw troffen we wat bankjes met plaatselijke junkies, die gewoon op straat plasten. Bij nader inzien bleek de straat eigenlijk het dak te zijn van een parkeergarage en het winkelcentrum wat verderop, gehuisvest te zijn in een deel van de centrale. Weinig schoenenpassers hadden echter oog voor de enorme portaalkraan en de meters aan de wand. Meters voor bijvoorbeeld de stoom- en ketelwaterdruk, tegenwoordig verlaagd (reduziert) tot zeer geringe waarden : namelijk “nul”. Maar gelukkig, niet alles gesloopt.
(Meer foto's, even op de foto klikken!)
Iets verderop lag een verlaten klein spoorstation. De eens zorgvuldig aangelegde en gemerkte, doch nu roestige rails overwoekerd met groen. Zelf de spoorbomen dienden als steun voor de wilde planten. Altijd weer een weemoedig beeld van verdwenen activiteiten.
Lopend langs het verlaten spoor, helaas achter een soort omheining, zagen we een machtige lading oud ijzer. Ongesorteerde grote hopen met allerlei machines en onderdelen. Vol verlangen bekeken we de puinhoop, doch besloten het spoor te kruisen, richting watertoren. Bij het Bergbaumuseum hadden we wederom geluk. Voor de ingang troffen we een meneer, die eigenlijk niet van zins was ons toe te laten of rond te leiden. Doch na de opmerking van de directeur, die toevallig net passeerde : “Een half uurtje, moet toch kunnen”, gingen we op pad. Ook hier wordt, net als elders door vrijwilligers, bovengronds noest gebouwd aan voorbeelden van ondergrondse mijngangen. Na ons bezoek aan Blegny, niet meer zo interessant. Onze belangstelling ging meer uit naar de gebouwen en wat daarin te zien was. We zagen kledinghaken aan het plafond, douches, rekken met mijnlampen en machines, geplaatst in ruimten met tegels op de vloer en aan de wand. We kregen uitgebreid uitleg en het halve uurtje duurde een vol uur. Na het afscheid reed de gids ons nog met de auto achterna om een foldertje te geven. Hartelijk dank.
Op de weg terug naar de auto, liepen we nog even de oude werkplaats en leerschool binnen. Een leeg gebouw, maar toch vinden we de fabriekshallen van toen mooier dan, die van vandaag de dag.
29-08-2007
Voor we huiswaarts keerden beklommen we tenslotte de steenhoop achter de restanten van Grube Adolf. Een redelijk steile klim, met als beloning een mooi uitzicht over de omgeving. Met enige moeite onderscheidden we de "Förderturm" van Grube Anna II, die toch redelijk in de vrije ruimte staat. Tenminste, dat bleek bij aankomst. Makkelijk te vinden, want van verre is de toren reeds te zien.
Rond de toren en het bijbehorende liftmotorgebouw herinnerde weinig meer aan de mijn. Naast het liftgebouw troffen we wat bankjes met plaatselijke junkies, die gewoon op straat plasten. Bij nader inzien bleek de straat eigenlijk het dak te zijn van een parkeergarage en het winkelcentrum wat verderop, gehuisvest te zijn in een deel van de centrale. Weinig schoenenpassers hadden echter oog voor de enorme portaalkraan en de meters aan de wand. Meters voor bijvoorbeeld de stoom- en ketelwaterdruk, tegenwoordig verlaagd (reduziert) tot zeer geringe waarden : namelijk “nul”. Maar gelukkig, niet alles gesloopt.
(Meer foto's, even op de foto klikken!)
Iets verderop lag een verlaten klein spoorstation. De eens zorgvuldig aangelegde en gemerkte, doch nu roestige rails overwoekerd met groen. Zelf de spoorbomen dienden als steun voor de wilde planten. Altijd weer een weemoedig beeld van verdwenen activiteiten.
Lopend langs het verlaten spoor, helaas achter een soort omheining, zagen we een machtige lading oud ijzer. Ongesorteerde grote hopen met allerlei machines en onderdelen. Vol verlangen bekeken we de puinhoop, doch besloten het spoor te kruisen, richting watertoren. Bij het Bergbaumuseum hadden we wederom geluk. Voor de ingang troffen we een meneer, die eigenlijk niet van zins was ons toe te laten of rond te leiden. Doch na de opmerking van de directeur, die toevallig net passeerde : “Een half uurtje, moet toch kunnen”, gingen we op pad. Ook hier wordt, net als elders door vrijwilligers, bovengronds noest gebouwd aan voorbeelden van ondergrondse mijngangen. Na ons bezoek aan Blegny, niet meer zo interessant. Onze belangstelling ging meer uit naar de gebouwen en wat daarin te zien was. We zagen kledinghaken aan het plafond, douches, rekken met mijnlampen en machines, geplaatst in ruimten met tegels op de vloer en aan de wand. We kregen uitgebreid uitleg en het halve uurtje duurde een vol uur. Na het afscheid reed de gids ons nog met de auto achterna om een foldertje te geven. Hartelijk dank.
Op de weg terug naar de auto, liepen we nog even de oude werkplaats en leerschool binnen. Een leeg gebouw, maar toch vinden we de fabriekshallen van toen mooier dan, die van vandaag de dag.
Bochum / Recklinghausen 7 augustus 2008
Donderdag 7 augustus 2008 Richting
Bochum/Recklinghausen
Vandaag stapte ik in Weert in de auto en toen meldde de radio hevige regenval in Cadzand, maar het zou nog even duren voor het in het oosten was. Onder aanvoering van de Tom Tom togen we naar Wattenscheid en kwamen geheel juist uit bij Zeche Holland 3/4. Een liftbok met een groot bord bovenop : Holland.
Na een rondje om de toren de fietsen afgeladen en richting Halde Rheinelbe gefietst. Wel wat stijl om te fietsen, maar toch boven gekomen bij een monument van blokken beton. Mooi uitzicht rondom, waarbij we steeds meer punten in de omgeving gaan herkennen.
Weer van de berg af bezochten we Zeche Holland 1/2, waarvan alleen nog wat gebouwen staan. Wel bijzonder, met de zogenaamde Doppelmalakowtűrme. Helaas zijn de stalen torendelen verdwenen. Het geheel zijn nu woningen, die ons niet goedkoop leken. Ook was er een wijnhandel gevestigd. En een restaurant, maar dat was dicht.
Terug bij Zeche 3/4 zagen we de gewezen waslokalen (Schwartzkaue), die waren verbouwd tot kantoren, collegezalen en en Bistro, waar we koffie dronken. En een cola, want het was behoorlijk warm, dus droog.
Met de fietsen weer op de auto reden we vervolgens naar het Deutsches Bergbau Museum in Bochum. De verwachte regen bleef uit, dus zijn we op de fiets weer een stuk langs de Route gegaan. Eerst naar de Jahrhunderthalle. Een overblijfsel van een metaalgieterij, waarvan de enorme hallen nu gebruikt worden voor theaterproducties. Door een grote open deur dachten we binnen te komen, doch snel werden we naar buiten verwezen. Ook later door een vette portier bij een andere deur, toen we even schuilde voor de regen! Van een andere portier mochten we wel onze boterhammen opeten in stoelen van een gesloten bar/restaurant.
De volgende halte was Zeche Carolinenglűck, midden in een industriegebied, dat nog volop in werking was. Na wat rondfietsen toch de ingang gevonden en rond de toren gefietst. Een vrachtwagenchauffeur, die ons vragend staande hield en gerust was met de mededeling, dat we alleen maar wat foto's wilde van de toren, vertelde dat er nog gas uit de schacht kwam.
Even later waren we al bij Zeche Hannover, eveneens een Doppelmalakowtűrme. Helaas slechts een enkele stenen toren, uiteraard zonder ijzeren opbouw, maar wel met een fantastische door stoom gedreven ophaalmachine. Verder was de ijzeren versterking van de stenen toren nog volledig intact, evenals het bovengrondse gedeelte van de liften. Zeer mooi. Buiten wat oude schoenen, met elkander verbonden door stalen strippen. Verder nog wat oude wagons en dat is altijd leuk foto-materiaal.
Weer terug bij de auto hadden we de fietsen opgeladen en waren naar Halde Hoheward gereden. Aan de voet van de Halde was Zeche Recklinghausen 2, waarvan liftbok nogal roestig was. Bovenop de Halde weer een andere blik op de omgeving. Er stond ook een glimmend stalen puntwerk met bovenop een kogel, voorzien van spijkers. Zittend op een blok voor de paal, keek je precies naar het noorden, met boven de bol (aan de hemel bij nacht en geen bewolking) de Poolster.
Later hadden we in Recklinghausen een pizza gegeten en veel gedronken, want dat waren we eigenlijk door de opgedane indrukken vergeten. Verder terug naar huis op eigen initiatief langs autobahn 40 naar Venlo en Horn.
Vandaag stapte ik in Weert in de auto en toen meldde de radio hevige regenval in Cadzand, maar het zou nog even duren voor het in het oosten was. Onder aanvoering van de Tom Tom togen we naar Wattenscheid en kwamen geheel juist uit bij Zeche Holland 3/4. Een liftbok met een groot bord bovenop : Holland.
Na een rondje om de toren de fietsen afgeladen en richting Halde Rheinelbe gefietst. Wel wat stijl om te fietsen, maar toch boven gekomen bij een monument van blokken beton. Mooi uitzicht rondom, waarbij we steeds meer punten in de omgeving gaan herkennen.
Weer van de berg af bezochten we Zeche Holland 1/2, waarvan alleen nog wat gebouwen staan. Wel bijzonder, met de zogenaamde Doppelmalakowtűrme. Helaas zijn de stalen torendelen verdwenen. Het geheel zijn nu woningen, die ons niet goedkoop leken. Ook was er een wijnhandel gevestigd. En een restaurant, maar dat was dicht.
Terug bij Zeche 3/4 zagen we de gewezen waslokalen (Schwartzkaue), die waren verbouwd tot kantoren, collegezalen en en Bistro, waar we koffie dronken. En een cola, want het was behoorlijk warm, dus droog.
Met de fietsen weer op de auto reden we vervolgens naar het Deutsches Bergbau Museum in Bochum. De verwachte regen bleef uit, dus zijn we op de fiets weer een stuk langs de Route gegaan. Eerst naar de Jahrhunderthalle. Een overblijfsel van een metaalgieterij, waarvan de enorme hallen nu gebruikt worden voor theaterproducties. Door een grote open deur dachten we binnen te komen, doch snel werden we naar buiten verwezen. Ook later door een vette portier bij een andere deur, toen we even schuilde voor de regen! Van een andere portier mochten we wel onze boterhammen opeten in stoelen van een gesloten bar/restaurant.
De volgende halte was Zeche Carolinenglűck, midden in een industriegebied, dat nog volop in werking was. Na wat rondfietsen toch de ingang gevonden en rond de toren gefietst. Een vrachtwagenchauffeur, die ons vragend staande hield en gerust was met de mededeling, dat we alleen maar wat foto's wilde van de toren, vertelde dat er nog gas uit de schacht kwam.
Even later waren we al bij Zeche Hannover, eveneens een Doppelmalakowtűrme. Helaas slechts een enkele stenen toren, uiteraard zonder ijzeren opbouw, maar wel met een fantastische door stoom gedreven ophaalmachine. Verder was de ijzeren versterking van de stenen toren nog volledig intact, evenals het bovengrondse gedeelte van de liften. Zeer mooi. Buiten wat oude schoenen, met elkander verbonden door stalen strippen. Verder nog wat oude wagons en dat is altijd leuk foto-materiaal.
Weer terug bij de auto hadden we de fietsen opgeladen en waren naar Halde Hoheward gereden. Aan de voet van de Halde was Zeche Recklinghausen 2, waarvan liftbok nogal roestig was. Bovenop de Halde weer een andere blik op de omgeving. Er stond ook een glimmend stalen puntwerk met bovenop een kogel, voorzien van spijkers. Zittend op een blok voor de paal, keek je precies naar het noorden, met boven de bol (aan de hemel bij nacht en geen bewolking) de Poolster.
Later hadden we in Recklinghausen een pizza gegeten en veel gedronken, want dat waren we eigenlijk door de opgedane indrukken vergeten. Verder terug naar huis op eigen initiatief langs autobahn 40 naar Venlo en Horn.
Bottrop/Essen op 23 juli 2008
Richting
Bottrop/Essen
woensdag 23 juli 2008
Vandaag weer met de fietsen op de auto richting Duisburg. De Tom Tom leidde ons zonder omwegen naar ons eerste doel: Prosper Haniel. De auto op een parkeerterrein gezet en eerst te voet wat gekeken. We zagen de wielen in de torens nog draaien, maar mochten niet het terrein op.
(Meer foto's? Even op de foto klikken!)
Toen de fietsen afgeladen en de steenberg (Halde) op gereden. Best stijl, maar boven was het uitzicht groots, doch helaas wat beperkt door de regenbuien. Boven stonden allemaal bielzen op een rij. Er was een openlucht theatertje en Kees had zijn jack onderweg naar boven verloren, dat we op de terugweg weer vonden.

Met de fietsen weer op de auto zijn we naar Bergwek Prosper II gereden en zijn vandaar begonnen aan een stuk Route der Industiekultur per Rad. Beetje moeilijk te vinden, maar dat was niet zo slim, want nu zagen we ineens Stadion Mathias Stinnen. Voor gesloten, maar achter was een hek wijd open en konden we wat foto's nemen. Niet te lang, want er verscheen een auto en de bijrijder maakte ons duidelijk dat we het terrein moesten verlaten. Jammer, want ik wilde de ronde tribune achter het verste doel nog op de plaat zetten. Wel vertelde de man, dat het stadion al meer dan honderd jaren oud was. Het was mooi en ik kon nog bijna het gejuich horen.

Uiteindelijk reden we langs het Rhein-Herne-Kanal. Langs het fietspad opmerkelijk veel bramen en een (niet goed aangegeven) onderbreking bij Hafen Graf Bismarck. Groot saneringsproject van een voormalige kolenmijn. Toch onze weg weer gevonden, maar ergens bij Zeche Unser Fritz weer de Route kwijt geraakt. Bij een spoorbrug verkeerd gereden. Eigenlijk drie sporen, doch een spoor was weg en daarover lopend konden we de kasteelachtige toren nog op de foto zetten. Ook dacht ik een passerende trein op de foto te zetten, want de spoorbomen gingen dicht. Doch er kwam geen trein. Een jongen met een fiets kwam mij vertellen, dat de trein niet kwam zolang ik op de brug zat.

Verder bleek de Route een fietspad op de voormalige Erzbahn, die later overging in Kray-Wanner-Bahn. Lekker rustig, steeds rechtdoor en weinig kruisingen. Ook weinig uitzicht (bomen) op de omgeving. We zagen hier en daar wel torens, doch zijn maar een enkele keer gestopt voor een foto.

Uiteindelijk belandden we bij Zeche Zollverrein 10. Een mooie toren in een parkje en even mooi ophaalgebouw, waarin een soort cafe was gemaakt. Koffie en koek en verder een gratis bezichtiging van het ophaal gebouw. Twee eenheden. Een ouderwetse grote open motor en daarnaast een nieuwere gesloten motor met tandwielkast.

Door Altenessen terug gefietst naar de auto, waarbij we nog Zeche Carl passeerde. Ook daar een kijkje genomen. Mooi gebouw, doch de ijzeren bovenbouw is destijds gesloopt. Terug bij Prosper II bleek de auto nog op de plek.
woensdag 23 juli 2008
Vandaag weer met de fietsen op de auto richting Duisburg. De Tom Tom leidde ons zonder omwegen naar ons eerste doel: Prosper Haniel. De auto op een parkeerterrein gezet en eerst te voet wat gekeken. We zagen de wielen in de torens nog draaien, maar mochten niet het terrein op.
(Meer foto's? Even op de foto klikken!)
Toen de fietsen afgeladen en de steenberg (Halde) op gereden. Best stijl, maar boven was het uitzicht groots, doch helaas wat beperkt door de regenbuien. Boven stonden allemaal bielzen op een rij. Er was een openlucht theatertje en Kees had zijn jack onderweg naar boven verloren, dat we op de terugweg weer vonden.

Met de fietsen weer op de auto zijn we naar Bergwek Prosper II gereden en zijn vandaar begonnen aan een stuk Route der Industiekultur per Rad. Beetje moeilijk te vinden, maar dat was niet zo slim, want nu zagen we ineens Stadion Mathias Stinnen. Voor gesloten, maar achter was een hek wijd open en konden we wat foto's nemen. Niet te lang, want er verscheen een auto en de bijrijder maakte ons duidelijk dat we het terrein moesten verlaten. Jammer, want ik wilde de ronde tribune achter het verste doel nog op de plaat zetten. Wel vertelde de man, dat het stadion al meer dan honderd jaren oud was. Het was mooi en ik kon nog bijna het gejuich horen.

Uiteindelijk reden we langs het Rhein-Herne-Kanal. Langs het fietspad opmerkelijk veel bramen en een (niet goed aangegeven) onderbreking bij Hafen Graf Bismarck. Groot saneringsproject van een voormalige kolenmijn. Toch onze weg weer gevonden, maar ergens bij Zeche Unser Fritz weer de Route kwijt geraakt. Bij een spoorbrug verkeerd gereden. Eigenlijk drie sporen, doch een spoor was weg en daarover lopend konden we de kasteelachtige toren nog op de foto zetten. Ook dacht ik een passerende trein op de foto te zetten, want de spoorbomen gingen dicht. Doch er kwam geen trein. Een jongen met een fiets kwam mij vertellen, dat de trein niet kwam zolang ik op de brug zat.

Verder bleek de Route een fietspad op de voormalige Erzbahn, die later overging in Kray-Wanner-Bahn. Lekker rustig, steeds rechtdoor en weinig kruisingen. Ook weinig uitzicht (bomen) op de omgeving. We zagen hier en daar wel torens, doch zijn maar een enkele keer gestopt voor een foto.

Uiteindelijk belandden we bij Zeche Zollverrein 10. Een mooie toren in een parkje en even mooi ophaalgebouw, waarin een soort cafe was gemaakt. Koffie en koek en verder een gratis bezichtiging van het ophaal gebouw. Twee eenheden. Een ouderwetse grote open motor en daarnaast een nieuwere gesloten motor met tandwielkast.

Door Altenessen terug gefietst naar de auto, waarbij we nog Zeche Carl passeerde. Ook daar een kijkje genomen. Mooi gebouw, doch de ijzeren bovenbouw is destijds gesloopt. Terug bij Prosper II bleek de auto nog op de plek.
Brachter Wald 2008 en 2009
Brachter
Wald:
25 januari 2008
Photos 20080125
Een jaar later
29 januari 2009
Photos 20090129
Deze middag zijn we uitgestapt bij utspanning de Witte Steen nabij Reuver. Vanaf de parkeerplaats zagen we al direct hekwerken, die duidden op gevaarlijke dan wel geheime activiteiten. Wel in het verleden, want na wat lopen langs een hoog hek kwamen we bij een open poort en konden we gewoon het terrein betreden.

Het eerste wat ons opviel waren: herten. Nou eigenlijk reeën, maar wel in grote aantallen en bovendien aardig tam. Doorgelopen bleken, bij elke zijweg en achter elke verhoging in het veld, zich grote groepen reeën op te houden. Ze komen slechts aarzelend in beweging als je reeds vlak bij ze bent.

Langs een leegstaande loods, inclusief hondenhok, bereikten we over een dijkje het gewezen laad- en losstation. Heel merkwaardig. Op een paar meter rails stond nog het onderstel van een wagon. Een waar monument. Met mooie details. Verder waren alle rails, op enkele meters na in het asfalt van de wegen, verdwenen.

Wat bleef was het perron, dat uit betonnen segmenten bestond, die bij nadere inspectie niet alle gelijk waren. Wel waren de geel/zwarte markeringen van eendere lengte, maar het aantal verschilde. Er waren segmenten met 18 en segmenten met 22 strepen zwart/geel.

Met ons waren nog andere wandelaars er fietsers onderweg. Zo te zien hadden zij meer oog voor de tamme herten, dan voor de overwoekerde, doch monumentale logistieke restanten van een Koude Oorlog.
Foto's laad- en losperron
Photos 20090129
25 januari 2008
Photos 20080125
Een jaar later
29 januari 2009
Photos 20090129
Deze middag zijn we uitgestapt bij utspanning de Witte Steen nabij Reuver. Vanaf de parkeerplaats zagen we al direct hekwerken, die duidden op gevaarlijke dan wel geheime activiteiten. Wel in het verleden, want na wat lopen langs een hoog hek kwamen we bij een open poort en konden we gewoon het terrein betreden.

Het eerste wat ons opviel waren: herten. Nou eigenlijk reeën, maar wel in grote aantallen en bovendien aardig tam. Doorgelopen bleken, bij elke zijweg en achter elke verhoging in het veld, zich grote groepen reeën op te houden. Ze komen slechts aarzelend in beweging als je reeds vlak bij ze bent.

Langs een leegstaande loods, inclusief hondenhok, bereikten we over een dijkje het gewezen laad- en losstation. Heel merkwaardig. Op een paar meter rails stond nog het onderstel van een wagon. Een waar monument. Met mooie details. Verder waren alle rails, op enkele meters na in het asfalt van de wegen, verdwenen.

Wat bleef was het perron, dat uit betonnen segmenten bestond, die bij nadere inspectie niet alle gelijk waren. Wel waren de geel/zwarte markeringen van eendere lengte, maar het aantal verschilde. Er waren segmenten met 18 en segmenten met 22 strepen zwart/geel.

Met ons waren nog andere wandelaars er fietsers onderweg. Zo te zien hadden zij meer oog voor de tamme herten, dan voor de overwoekerde, doch monumentale logistieke restanten van een Koude Oorlog.
Foto's laad- en losperron
Photos 20090129
Dortmund 8 mei 2009 ***NIEUW***
Afslag
40 Do-Lütgendortmund, 08 mei 2009,
Met een zwijgende Tom bereikten we toch zonder één keer verkeerd te rijden de parkeerplaats van Zeche Zollern II/IV nabij Dortmund. Het leek veel belovend en meteen na binnenkomst, nog voor de kassa, zagen we een mooie opstelling met messing penningen van de drie verschillende Schichten.

We raakten daar in gesprek met een meneer uit Hamburg en constateerden, dat wij meer van kolenmijnen wisten dan hij. Bij de kassa gekomen, zei de mevrouw eerst Euro 12, doch bij het overhandigen van de kaartjes bleek het Euro 7 te kosten. Snel verdiend en toen naar de Pferdestall voor een kopje koffie met appeltaart en slagroom. De taart werd snel gebracht, maar de koffie kwam pas na een extra vraag en zonder tweede appeltaart. Jammer!
Het eerste gebouw, dat we betraden was de Alte Verwaltung (administratie) met prachtige Art Nouveau trappen.

Later zagen we meer Jugendstil invloeden in de gebouwen, zoals de Maschinenhalle. Wat een groot verschil met de huidige fabriekshallen, die bestaan uit wat staalprofielen en aluminium afdekplaten. In de Lohnhallen en Schwartzkauwe waren allerlei attributen tentoongesteld, maar bovenin de nok hingen nog wel de korven, helmen en kleren van de reeds lang verdwenen kumpels.

Buiten de gebouwen lag/stond nog een fantastische verzameling oud ijzer. Materiaal uit de mijn, spoorweg wagons en achter een hek “niet voor bezoekers”, vooral losse onderdelen. De wielen en gegoten ijzeren kolommen waren zeer fotogeniek.

Verder beklommen we een förderturm. Geheel tot boven toe en dat was leuk. Boven waren vier wielen.

In tegenstelling tot de andere, waar we slechts twee wielen zagen. Vier wielen betekende ook vier liften, die elk slecht plaats boden aan één kolenwagentje.
Met de fiets hebben we nog een stukje “route der Industriekultuur” gereden......................
Het vervolg van het verhaal vindt u bij:
Travelogues/Reisverslagen
(Voor alle foto's van Zollern II/IV, hier klikken)
Met een zwijgende Tom bereikten we toch zonder één keer verkeerd te rijden de parkeerplaats van Zeche Zollern II/IV nabij Dortmund. Het leek veel belovend en meteen na binnenkomst, nog voor de kassa, zagen we een mooie opstelling met messing penningen van de drie verschillende Schichten.

We raakten daar in gesprek met een meneer uit Hamburg en constateerden, dat wij meer van kolenmijnen wisten dan hij. Bij de kassa gekomen, zei de mevrouw eerst Euro 12, doch bij het overhandigen van de kaartjes bleek het Euro 7 te kosten. Snel verdiend en toen naar de Pferdestall voor een kopje koffie met appeltaart en slagroom. De taart werd snel gebracht, maar de koffie kwam pas na een extra vraag en zonder tweede appeltaart. Jammer!
Het eerste gebouw, dat we betraden was de Alte Verwaltung (administratie) met prachtige Art Nouveau trappen.

Later zagen we meer Jugendstil invloeden in de gebouwen, zoals de Maschinenhalle. Wat een groot verschil met de huidige fabriekshallen, die bestaan uit wat staalprofielen en aluminium afdekplaten. In de Lohnhallen en Schwartzkauwe waren allerlei attributen tentoongesteld, maar bovenin de nok hingen nog wel de korven, helmen en kleren van de reeds lang verdwenen kumpels.

Buiten de gebouwen lag/stond nog een fantastische verzameling oud ijzer. Materiaal uit de mijn, spoorweg wagons en achter een hek “niet voor bezoekers”, vooral losse onderdelen. De wielen en gegoten ijzeren kolommen waren zeer fotogeniek.

Verder beklommen we een förderturm. Geheel tot boven toe en dat was leuk. Boven waren vier wielen.

In tegenstelling tot de andere, waar we slechts twee wielen zagen. Vier wielen betekende ook vier liften, die elk slecht plaats boden aan één kolenwagentje.
Met de fiets hebben we nog een stukje “route der Industriekultuur” gereden......................
Het vervolg van het verhaal vindt u bij:
Travelogues/Reisverslagen
(Voor alle foto's van Zollern II/IV, hier klikken)
Duisburg/Bottrop op 4 juli 2008
Vrijdag 4 juli
2008 Richting Duisburg
Zonder fietsen achterop de auto zijn we door Tom Tom naar de voet van de Alsumerberg in Duisburg geleid. Te voet beklommen we deze berg, die bij nadere aanduiding niet uit mijnsteen bestond, doch uit het geruimde puin van vernielde woningen/gebouwen na WWII. Boven zijn drie uitzichtpunten, met daarop borden met informatie over het uitzicht. Leuk was het om steeds meer te herkennen.
(Meer foto's? Even op de foto klikken!)
Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar een Fōrderturm, die we eerder gezien hadden. Met de kaart uit het boekje in de Dieselstrasze beland, om daar eerst een kopje koffie te gebruiken. De vrouw achter de bar moest op onze vraag "Koffie met koek" eerst achter vragen of dat kon. Gelukkig was het bestelde voorhanden, maar desgevraagd bleek koffie aldaar geen gangbare bestelling. Op de vraag van Kees : "Bent u hier bekend? ", betrok het gezicht van de vrouw erg snel, doch toen bleek, dat het om de toren ging, kwam de een manspersoon uitleg geven. Zijn positie of functie in de kroeg was ons niet duidelijk, maar een andere aanwezige noemde hem "eeuwige vakantieganger". Zijn uitleg was goed, evenals de koffie en koek. Bovendien werden we naar buiten begeleid door de baas, die ons lichtelijk beneveld attent maakte op een heilige op het dak van een ziekenhuis naast het cafe.
(Meer foto's? Even op de foto klikken!)
Achter het ziekenhuis vonden we Friedrich Thyssen 6 en toen ging het regenen en donderen. Bomen en struiken boden niet voldoende beschutting, dus wij op pad naar wat belendende woningen. Helaas bood een afdakje boven de voordeur weinig bescherming en besloot Kees rond de woning te vluchten, om daar onder een balkon te schuilen. Daar was het droog, doch de bewoners schrokken zich een hoedje van deze vermeende Turkse inbreker.
Aangezien ik Kees niet was gevolgd, doch toch onder de struiken had geschuild, vond ik hem een tijdje later in gesprek met een ouder echtpaar. Ze stonden in de opening van de deur, dus ik dacht : "De geluksvogel werd binnen gelaten om te schuilen." Maar dat was niet het geval. Kees sprak verontschuldigende woorden, die het echtpaar in het geheel niet raakten. Zij spraken over de politie. Gelukkig werd de regen minder en konden we verder.
Met de Tom Tom zijn we op zoek gegaan naar de Tetreader, een mijnsteenberg in Bottrop. Ook deze berg hebben we gevonden en beklommen. Boven op was een prachtig driehoekig buizenstelsel als uitzichttoren. We keken onze ogen uit. Het was een prachtig uitzicht rondom. We zagen meerdere liftbokken, steenbergen en het voetbalstadion van Schalke 04.
Zonder fietsen achterop de auto zijn we door Tom Tom naar de voet van de Alsumerberg in Duisburg geleid. Te voet beklommen we deze berg, die bij nadere aanduiding niet uit mijnsteen bestond, doch uit het geruimde puin van vernielde woningen/gebouwen na WWII. Boven zijn drie uitzichtpunten, met daarop borden met informatie over het uitzicht. Leuk was het om steeds meer te herkennen.
(Meer foto's? Even op de foto klikken!)
Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar een Fōrderturm, die we eerder gezien hadden. Met de kaart uit het boekje in de Dieselstrasze beland, om daar eerst een kopje koffie te gebruiken. De vrouw achter de bar moest op onze vraag "Koffie met koek" eerst achter vragen of dat kon. Gelukkig was het bestelde voorhanden, maar desgevraagd bleek koffie aldaar geen gangbare bestelling. Op de vraag van Kees : "Bent u hier bekend? ", betrok het gezicht van de vrouw erg snel, doch toen bleek, dat het om de toren ging, kwam de een manspersoon uitleg geven. Zijn positie of functie in de kroeg was ons niet duidelijk, maar een andere aanwezige noemde hem "eeuwige vakantieganger". Zijn uitleg was goed, evenals de koffie en koek. Bovendien werden we naar buiten begeleid door de baas, die ons lichtelijk beneveld attent maakte op een heilige op het dak van een ziekenhuis naast het cafe.
(Meer foto's? Even op de foto klikken!)
Achter het ziekenhuis vonden we Friedrich Thyssen 6 en toen ging het regenen en donderen. Bomen en struiken boden niet voldoende beschutting, dus wij op pad naar wat belendende woningen. Helaas bood een afdakje boven de voordeur weinig bescherming en besloot Kees rond de woning te vluchten, om daar onder een balkon te schuilen. Daar was het droog, doch de bewoners schrokken zich een hoedje van deze vermeende Turkse inbreker.
Aangezien ik Kees niet was gevolgd, doch toch onder de struiken had geschuild, vond ik hem een tijdje later in gesprek met een ouder echtpaar. Ze stonden in de opening van de deur, dus ik dacht : "De geluksvogel werd binnen gelaten om te schuilen." Maar dat was niet het geval. Kees sprak verontschuldigende woorden, die het echtpaar in het geheel niet raakten. Zij spraken over de politie. Gelukkig werd de regen minder en konden we verder.
Met de Tom Tom zijn we op zoek gegaan naar de Tetreader, een mijnsteenberg in Bottrop. Ook deze berg hebben we gevonden en beklommen. Boven op was een prachtig driehoekig buizenstelsel als uitzichttoren. We keken onze ogen uit. Het was een prachtig uitzicht rondom. We zagen meerdere liftbokken, steenbergen en het voetbalstadion van Schalke 04.
Duisburg op 14 mei 2008
Woensdag 14 mei
Richting Duisburg
(under construction)
Voor deze dag hebben we de fietsen in Horn achterop de auto geladen. We zouden naar Orsoy aan de Rhein rijden en daar verder fietsen. Eenmaal op autobahn 40 besloten we Zeche Tönisberg op de heenreis te bezoeken. Kees was daar al eerder geweest, dus reden we door de poort en parkeerden nabij het vervallen kolenoverslaggebouw. Tandwielen, kettingen, rails en een omkeer cq los-inrichting. Alles nog in redelijke staat. Ook de Förderturm staat er nog, doch bij de schacht konden we niet komen, want de deuren zaten dicht. Op een kier na, dat wel.
In Orsay de fietsen op een P in het dorp afgeladen en naar de pont gefietst. Vlak bij de aanlegplaats aan de overkant stond een enorme koeltoren (in aanbouw) bij een bestaande electrische centrale. Ook het stalen constructiewerk van een stoomketel in aanbouw was goed te zien. Nader beschouwd zag ik de headers van de oververhitters al hangen in de constructie.
Vlak naast de centrale was Bergwerk Walsum, ėėn van de weinige kolenmijnen in Duitsland, die nog werkt. Van beide torens zag ik alle wielen (vier per toren) voortdurend draaien, terwijl Kees aan de telefoon was in de ruimte van de portier. Tevergeefs, want we mochten niet binnen. Wel hadden we op een parkeerplaats en een viaduct beter zicht op de torens. Eigenlijk zouden we eens binnen moeten zien te geraken.
Toen maar verder op de fiets naar Landschaftspark Duisburg-Nord ; twee voormalige hoogovens. Zeker de moeite waard. Eerst wat geklommen in een soort gewezen kraanbaan. Na onze boterham een hoogoven beklommen. Prima geregeld. De oven is begaanbaar gemaakt door de aanleg van extra bordessen, waardoor praktisch elke (voormalige) werkvloer te betreden was. Steeds moest ik denken aan de bordessen rond de roostovens op de Zink. Ik hoorde bijna het lawaai en voelde nog de hitte. Het bovenste bordes is wel 70 meter boven de begane grond en bied een prachtig uitzicht rondom. Opvallend en onverwachts was toch het vele groen, dat we zagen. Ook zagen we op de berg met de lamp van de vorige tour.
Het biertje in de tot restaurant omgebouwde schakelruimte smaakte ons best !
Op de terugweg langs de Rhein nog wat foto's genomen op een stalen spoorbrug en bij een cokesfabriek, die nog werkte. Net als op de heenreis voer de veerpont geheel vrij, dat wil zeggen zonder kabel, in een merkwaardige zijwaardse beweging naar de overkant.
Gelukkig stond de auto er nog.
(under construction)
Voor deze dag hebben we de fietsen in Horn achterop de auto geladen. We zouden naar Orsoy aan de Rhein rijden en daar verder fietsen. Eenmaal op autobahn 40 besloten we Zeche Tönisberg op de heenreis te bezoeken. Kees was daar al eerder geweest, dus reden we door de poort en parkeerden nabij het vervallen kolenoverslaggebouw. Tandwielen, kettingen, rails en een omkeer cq los-inrichting. Alles nog in redelijke staat. Ook de Förderturm staat er nog, doch bij de schacht konden we niet komen, want de deuren zaten dicht. Op een kier na, dat wel.
In Orsay de fietsen op een P in het dorp afgeladen en naar de pont gefietst. Vlak bij de aanlegplaats aan de overkant stond een enorme koeltoren (in aanbouw) bij een bestaande electrische centrale. Ook het stalen constructiewerk van een stoomketel in aanbouw was goed te zien. Nader beschouwd zag ik de headers van de oververhitters al hangen in de constructie.
Vlak naast de centrale was Bergwerk Walsum, ėėn van de weinige kolenmijnen in Duitsland, die nog werkt. Van beide torens zag ik alle wielen (vier per toren) voortdurend draaien, terwijl Kees aan de telefoon was in de ruimte van de portier. Tevergeefs, want we mochten niet binnen. Wel hadden we op een parkeerplaats en een viaduct beter zicht op de torens. Eigenlijk zouden we eens binnen moeten zien te geraken.
Toen maar verder op de fiets naar Landschaftspark Duisburg-Nord ; twee voormalige hoogovens. Zeker de moeite waard. Eerst wat geklommen in een soort gewezen kraanbaan. Na onze boterham een hoogoven beklommen. Prima geregeld. De oven is begaanbaar gemaakt door de aanleg van extra bordessen, waardoor praktisch elke (voormalige) werkvloer te betreden was. Steeds moest ik denken aan de bordessen rond de roostovens op de Zink. Ik hoorde bijna het lawaai en voelde nog de hitte. Het bovenste bordes is wel 70 meter boven de begane grond en bied een prachtig uitzicht rondom. Opvallend en onverwachts was toch het vele groen, dat we zagen. Ook zagen we op de berg met de lamp van de vorige tour.
Het biertje in de tot restaurant omgebouwde schakelruimte smaakte ons best !
Op de terugweg langs de Rhein nog wat foto's genomen op een stalen spoorbrug en bij een cokesfabriek, die nog werkte. Net als op de heenreis voer de veerpont geheel vrij, dat wil zeggen zonder kabel, in een merkwaardige zijwaardse beweging naar de overkant.
Gelukkig stond de auto er nog.
Duisburg 2006
Duisburg 2008
Essen 2008
Zeche Carl 1/2
23-07-2008
23-07-2008
Essen 2006 .. 2009
Gelsenkirchen 2008
Richting Gelsenkirchen Donderdag 21 augustus 2008
Met de Tom Tom in de washand, Kees achter het stuur en ik als kaartlezer reden we deze keer richting Parkstadion in Gelsenkirchen. Zonder omwegen bereikten we de juiste afslag (6), die meteen naar links doorliep onder de snelweg (42) door en eindigde op een rotonde. Geen bordje (stadion) gezien en plots reden we weer op de snelweg richting Hannover. Bij de volgende afslag (7) stond ook de aanwijzing Zeche Ewald en toen zijn we daar heen gegaan.
Zeche Ewald lag vlak aan de snelweg en was een mooi open terrein, met wat gebouwen en drie torens. Nummer 1 was een Malakowturm en 2 en 7 stalen torens. Na het parkeren van de auto viel ons oog op een soort Imbis, een variant op onze frietkraam, waarbij enige lange kerkbanken als zitplaatsen dienst deden. Koffie en een (flinke) koek kostten samen 1,90 Euro en dat was niet duur, zeker gezien de kwaliteit, want die was prima. Na de koffie liepen we wat rond de gebouwen, waarvan de meeste hergebruikt werden of (desgevraagd) niet toegankelijk. Later vonden we een open deur naar een grote ruimte, met achterin een ophaal-stoommachine, waar we wel mochten rondkijken. Ik vroeg het een man en hem kon het niks schelen."Moeten ze de deur maar niet open laten staan", zei hij (in het Duits uiteraard). Later beklommen we nog de halde naast de zeche en genoten van het uitzicht, dat ons steeds meer herkenningspunten oplevert.
De volgende stop was Zeche Schläger und Eisen 3/4/7, waar we langs de gemarkeerde fietsroute heen reden en om een gesloten slagboom naar binnen. Geen portier, dus verder gefietst en onafhankelijk van elkaar spraken we de eerste persoon aan, die we zagen. Beiden heren hadden geen bezwaar tegen onze aanwezigheid. In tegenstelling tot een nog jong en (bier?)buikig type, die wel wilde weten, wie ons toestemming had gegeven om het terrein te betreden. Sorry, de naam hadden we niet gevraagd, doch toestemming hadden we zeker. Na wat heen en weer gepraat (we zijn dan zeer vriendelijk) mochten we verder, want daar hadden we beter zicht op de drie torens. Net als bij Ewald zeer verschillend van ontwerp, maar in slechte staat.

Ook zochten we Zeche Schläger und Eisen 5/6, maar die was moeilijk te vinden. Desgevraagd wist een ex-mijnwerker (wel bovengronds) te melden, dat het daar (hij wees wat met zijn arm) nabij de kinderspeelplaats was. In die richting gelopen zagen we niks, maar een mevrouw met een hondje wees ons de juiste plaats. Daar aangekomen bleek er niet veel meer te zijn dan een oud en uiteraard gesloten ophaalgebouw.
Langs een eigen gekozen weg (in het Route-boekje) terug naar de auto en met de fietsen op de auto op pad richting Parkstadion, waar we wederom niet terecht kwamen. We zagen enige förderturme tussen de bomen : Zeche Consolidation 4/9. Een geheel opgeschoond terrein met een uiterst moderne betonnen toren 4, met in het ophaalgebouw een soort theater.

Toren 9 traditioneel van staal, boven een eenzijdig opengereten gebouw.

Omdat we toch in de buurt waren ook langs Zeche Pluto-Wilhelm gereden. Net als bij Schläger und Eisen, geen portier bij de poort te zien. Ook geen persoon om iets te vragen, dus zijn we maar door gelopen. Doch na verloop van tijd kwam echter een persoon met een helm vanachter een auto te voorschijn, die wist te melden, dat we op verboden terrein waren. Hij was niet erg dwingend en sprak wat over aansprakelijkheid, doch ons Duits is niet zo goed. We vertelde wat we deden en dat begreep hij wel. "Nu jullie alles gezien hebt kunnen jullie het terrein wel verlaten'', was zijn reactie.

Uiteindelijk hebben we toch het Parkstadion bereikt. Ook hier weer hekken, maar ergens was een opening en wij naar binnen. Prompt kwam er een man uit een hokje, die ons de toegang weigerde. Gevaar voor instorting enzovoort. Maar op onze vriendelijk woorden en wellicht ook onze verlangende blikken richting puinhopen, streek hij met de hand over zijn hart en mochten we (even) naar binnen. Voor ons zagen we een veld met glad gemaaid gras, en achter ons fundament-restanten van stenen gebouwen. Wellicht een tribune. Verder rondom het veld een hoge aarden wal met alleen aan de overzijde zit- en staanplaatsen. Nogal sfeerloos door de afbraak, maar een blik op de oude ingang maakte veel goed.

Tot slot van deze dag aten we een Schalke-hamburger in het Schalke-restaurant, waar iedere man, die het toilet bezoekt, de bal voor het inpissen heeft. Excuus voor het platte taalgebruik.
Met de Tom Tom in de washand, Kees achter het stuur en ik als kaartlezer reden we deze keer richting Parkstadion in Gelsenkirchen. Zonder omwegen bereikten we de juiste afslag (6), die meteen naar links doorliep onder de snelweg (42) door en eindigde op een rotonde. Geen bordje (stadion) gezien en plots reden we weer op de snelweg richting Hannover. Bij de volgende afslag (7) stond ook de aanwijzing Zeche Ewald en toen zijn we daar heen gegaan.
Zeche Ewald lag vlak aan de snelweg en was een mooi open terrein, met wat gebouwen en drie torens. Nummer 1 was een Malakowturm en 2 en 7 stalen torens. Na het parkeren van de auto viel ons oog op een soort Imbis, een variant op onze frietkraam, waarbij enige lange kerkbanken als zitplaatsen dienst deden. Koffie en een (flinke) koek kostten samen 1,90 Euro en dat was niet duur, zeker gezien de kwaliteit, want die was prima. Na de koffie liepen we wat rond de gebouwen, waarvan de meeste hergebruikt werden of (desgevraagd) niet toegankelijk. Later vonden we een open deur naar een grote ruimte, met achterin een ophaal-stoommachine, waar we wel mochten rondkijken. Ik vroeg het een man en hem kon het niks schelen."Moeten ze de deur maar niet open laten staan", zei hij (in het Duits uiteraard). Later beklommen we nog de halde naast de zeche en genoten van het uitzicht, dat ons steeds meer herkenningspunten oplevert.
De volgende stop was Zeche Schläger und Eisen 3/4/7, waar we langs de gemarkeerde fietsroute heen reden en om een gesloten slagboom naar binnen. Geen portier, dus verder gefietst en onafhankelijk van elkaar spraken we de eerste persoon aan, die we zagen. Beiden heren hadden geen bezwaar tegen onze aanwezigheid. In tegenstelling tot een nog jong en (bier?)buikig type, die wel wilde weten, wie ons toestemming had gegeven om het terrein te betreden. Sorry, de naam hadden we niet gevraagd, doch toestemming hadden we zeker. Na wat heen en weer gepraat (we zijn dan zeer vriendelijk) mochten we verder, want daar hadden we beter zicht op de drie torens. Net als bij Ewald zeer verschillend van ontwerp, maar in slechte staat.

Ook zochten we Zeche Schläger und Eisen 5/6, maar die was moeilijk te vinden. Desgevraagd wist een ex-mijnwerker (wel bovengronds) te melden, dat het daar (hij wees wat met zijn arm) nabij de kinderspeelplaats was. In die richting gelopen zagen we niks, maar een mevrouw met een hondje wees ons de juiste plaats. Daar aangekomen bleek er niet veel meer te zijn dan een oud en uiteraard gesloten ophaalgebouw.
Langs een eigen gekozen weg (in het Route-boekje) terug naar de auto en met de fietsen op de auto op pad richting Parkstadion, waar we wederom niet terecht kwamen. We zagen enige förderturme tussen de bomen : Zeche Consolidation 4/9. Een geheel opgeschoond terrein met een uiterst moderne betonnen toren 4, met in het ophaalgebouw een soort theater.

Toren 9 traditioneel van staal, boven een eenzijdig opengereten gebouw.

Omdat we toch in de buurt waren ook langs Zeche Pluto-Wilhelm gereden. Net als bij Schläger und Eisen, geen portier bij de poort te zien. Ook geen persoon om iets te vragen, dus zijn we maar door gelopen. Doch na verloop van tijd kwam echter een persoon met een helm vanachter een auto te voorschijn, die wist te melden, dat we op verboden terrein waren. Hij was niet erg dwingend en sprak wat over aansprakelijkheid, doch ons Duits is niet zo goed. We vertelde wat we deden en dat begreep hij wel. "Nu jullie alles gezien hebt kunnen jullie het terrein wel verlaten'', was zijn reactie.

Uiteindelijk hebben we toch het Parkstadion bereikt. Ook hier weer hekken, maar ergens was een opening en wij naar binnen. Prompt kwam er een man uit een hokje, die ons de toegang weigerde. Gevaar voor instorting enzovoort. Maar op onze vriendelijk woorden en wellicht ook onze verlangende blikken richting puinhopen, streek hij met de hand over zijn hart en mochten we (even) naar binnen. Voor ons zagen we een veld met glad gemaaid gras, en achter ons fundament-restanten van stenen gebouwen. Wellicht een tribune. Verder rondom het veld een hoge aarden wal met alleen aan de overzijde zit- en staanplaatsen. Nogal sfeerloos door de afbraak, maar een blik op de oude ingang maakte veel goed.

Tot slot van deze dag aten we een Schalke-hamburger in het Schalke-restaurant, waar iedere man, die het toilet bezoekt, de bal voor het inpissen heeft. Excuus voor het platte taalgebruik.
Hoerstgen 2009
Bergwerk
Friedrich-Heinrich IV
26 feb 2009
26 feb 2009
Hückelhoven 2007
Grube Sophia-Jacoba
(Schacht 3)
Dat mensen moeilijk afscheid kunnen nemen van hun verleden, merkten wij in Hückelhoven. Op een open ruimte, nabij een fabriek van briketten, zien we een gebouw met daarop de rood gekleurde lifttoren.

Deze mijn is pas in 1997 gesloten en alles wat niet gesloopt is, verkeert nog in goede staat. Het was donderdag en dan zijn er de “vrijwilligers”. Ex-mijnwerkers, die met vereende krachten de restanten in goede staat houden. Zelfs nog meer, want naast het liftgebouw waren ze druk doende een stuk ondergrondse kolenwinning na te bouwen. Bovendien was één van hen jarig en schoven wij aan bij de verjaardagsdis, doch eerst beklommen wij de lifttoren. In Blegny-mine waren we 60 meter onder de grond, nu 65 meter erboven.

Heel bijzonder. Niet alleen boven, maar ook vlak naast de liftmachine tussen de etende mijnwerkers, die desgevraagd wel uitleg verschaften. Bijvoorbeeld over een lijstje met percentages van … , ja dat konden we niet vertalen. Het betrof echter het percentage aan vluchtige stoffen in de kolen en die was bijvoorbeeld voor antraciet slecht 5%. “En de bruinkool ?”, vroeg ik hem. Hij keek mij aan en zei smalend : “Dat zijn geen kolen.”
Dat mensen moeilijk afscheid kunnen nemen van hun verleden, merkten wij in Hückelhoven. Op een open ruimte, nabij een fabriek van briketten, zien we een gebouw met daarop de rood gekleurde lifttoren.

Deze mijn is pas in 1997 gesloten en alles wat niet gesloopt is, verkeert nog in goede staat. Het was donderdag en dan zijn er de “vrijwilligers”. Ex-mijnwerkers, die met vereende krachten de restanten in goede staat houden. Zelfs nog meer, want naast het liftgebouw waren ze druk doende een stuk ondergrondse kolenwinning na te bouwen. Bovendien was één van hen jarig en schoven wij aan bij de verjaardagsdis, doch eerst beklommen wij de lifttoren. In Blegny-mine waren we 60 meter onder de grond, nu 65 meter erboven.

Heel bijzonder. Niet alleen boven, maar ook vlak naast de liftmachine tussen de etende mijnwerkers, die desgevraagd wel uitleg verschaften. Bijvoorbeeld over een lijstje met percentages van … , ja dat konden we niet vertalen. Het betrof echter het percentage aan vluchtige stoffen in de kolen en die was bijvoorbeeld voor antraciet slecht 5%. “En de bruinkool ?”, vroeg ik hem. Hij keek mij aan en zei smalend : “Dat zijn geen kolen.”
Hückelhoven 20080829
Hückelhoven & Otzenrath 2007 (Deutsche Sprache)
Kamp-Linfort 2008 / 2009
Friedrich-Heinrich
I & II / Friedrich-Heinrich III / Rossenray I
& II
Bergwerk Friedrich-Heinrich III
23-04-2008
Bergwerk Friedrich Heinrich III
26-02-2009
Bergwerk Friedrich-Heinrich I & II
26-02-2009
Bergwerk Rossenray I & II
26-02-2009
Halde Norddeutschland
26-02-2009
Bergwerk Friedrich-Heinrich III
23-04-2008
Bergwerk Friedrich Heinrich III
26-02-2009
Bergwerk Friedrich-Heinrich I & II
26-02-2009
Bergwerk Rossenray I & II
26-02-2009
Halde Norddeutschland
26-02-2009
Merkstein 2007
Grube
Adolf
Voor we huiswaarts keerden beklommen we tenslotte de steenhoop achter de restanten van Grube Adolf. Een redelijk steile klim, met als beloning een mooi uitzicht over de omgeving.
Grube Adolf is niet zo ver weg van Alsdorf, maar een kale bedoening. Weinig staat nog overeind. Eigenlijk alleen een gebouw met een liftaandrijving, twee luchtventilatoren en een generator. Geheel anders, dan we voorheen zagen. De ventilatoren niet zo zeer. Wel de liftaandrijving, maar staand op een vensterbank en zonder uitleg, kwamen we er niet uit. Doch ook hier ontmoetten we één der vrijwilligers, met de sleutel van het gebouw op zak. Hij opende de deur en gaf ons uitleg over de liftmachine, die met stoom werd aangedreven. Voor een stoomman als ik, zeer verrassend. Een stoommachine met omkeerbare draairichting en variabele klepopening, waardoor bij verschillende belastingen van de liftkooien toch voldoende snelheid werd bereikt. De machine is nog in uitstekende staat en wordt soms, door middel van perslucht, nog in werking gesteld. Helaas is de schacht dicht, de toren weg en ligt een liftkooi ergens in het gras.

Als erste Grube des Eschweiler Bergwerks - Vereins stellte Adolf 1929 die untertage eingesetzten Maschinen vom aufwändigen Druckluftantrieb auf elektrischen Betrieb um. Gleichzeitig erhielt die Grube als erste deutsche Schachtanlage eine Flotationsanlage zur Aufbereitung der Kohle. 1958 erreichte Adolf mit 939.705 Tonnen Kohle die höchste Jahresförderung seiner Geschichte.
1972 erfolgte mit dem Verbund von Adolf und Anna das Ende der Schachtanlage.
Voor we huiswaarts keerden beklommen we tenslotte de steenhoop achter de restanten van Grube Adolf. Een redelijk steile klim, met als beloning een mooi uitzicht over de omgeving.
Grube Adolf is niet zo ver weg van Alsdorf, maar een kale bedoening. Weinig staat nog overeind. Eigenlijk alleen een gebouw met een liftaandrijving, twee luchtventilatoren en een generator. Geheel anders, dan we voorheen zagen. De ventilatoren niet zo zeer. Wel de liftaandrijving, maar staand op een vensterbank en zonder uitleg, kwamen we er niet uit. Doch ook hier ontmoetten we één der vrijwilligers, met de sleutel van het gebouw op zak. Hij opende de deur en gaf ons uitleg over de liftmachine, die met stoom werd aangedreven. Voor een stoomman als ik, zeer verrassend. Een stoommachine met omkeerbare draairichting en variabele klepopening, waardoor bij verschillende belastingen van de liftkooien toch voldoende snelheid werd bereikt. De machine is nog in uitstekende staat en wordt soms, door middel van perslucht, nog in werking gesteld. Helaas is de schacht dicht, de toren weg en ligt een liftkooi ergens in het gras.

Als erste Grube des Eschweiler Bergwerks - Vereins stellte Adolf 1929 die untertage eingesetzten Maschinen vom aufwändigen Druckluftantrieb auf elektrischen Betrieb um. Gleichzeitig erhielt die Grube als erste deutsche Schachtanlage eine Flotationsanlage zur Aufbereitung der Kohle. 1958 erreichte Adolf mit 939.705 Tonnen Kohle die höchste Jahresförderung seiner Geschichte.
1972 erfolgte mit dem Verbund von Adolf und Anna das Ende der Schachtanlage.
Millicher Halde 20080829
Moers 2008
Zeche
Rheinpreussen
23-04-2008
23-04-2008
Moers 2008 op 23 april (en omgeving)
Woensdag
23 april 2008, Richting Moers
Richting Moers
Volgens plan gingen we zoek naar een kolossale berglamp op een "Steinberg" nabij Duisburg, waarvan een foto in de Limburger had gestaan. Gelukkig niet in een Yaris van Toyota, maar in een Lupo van VW togen we op weg.
Kees was wat in de weer met de Tom Tom en binnen korte tijd hoorden we : "Bestemming bereikt."
Doch niks geen berg met mijnlamp. Desgevraagd moesten we ongeveer 5 km verder zijn, maar onderweg zagen we een twee lifttorens en zijn we die kant op gereden. Kees meldde zich in een kantoortje en een medewerker van de grondsanering liep met ons mee, zodat we lustig konden fotograferen.

Niederberg stond er op het overblijfsel van de toegangspoort.
Wederom op weg zagen we al snel weer een lifttoren en konden we na wat zoeken zo het terrein oprijden van wat volgens de kaart is : Zeiche Friederich-Hendrich Wetterscht. Norddeutschland, ook hier kregen we vlot toestemming om te fotograferen. In de oude bijgebouwen was nog volop bedrijvigheid, maar rond de toren stond een hek. Gelukkig met het meestal aanwezige gat. Rustig rond gelopen en onze boterham gegeten.

Toen, na raadplegen van het krantenknipsel, met de Tom Tom op naar Rheinpreuszen en kwamen we weer op hetzelfde punt als heden ochtend. Toch hadden we de lamp al op de heuvel zien staan en reden we verder en vonden de Alte Zeche Rheinpreuszen. Een mooie lifttoren met aan de overzijde van de straat Hornbach in vele kleuren.

Ook de berg met de lamp hebben we gevonden. Boven bleek de lamp gesloten.

Wegens schilderwerk, maar het uitzicht was indrukwekkend. Al was het maar 3/4, want voor de rest benam het groen het uitzicht. Hier moest de boomgrens duidelijk omlaag !
Wordt vervolgd.
Richting Moers
Volgens plan gingen we zoek naar een kolossale berglamp op een "Steinberg" nabij Duisburg, waarvan een foto in de Limburger had gestaan. Gelukkig niet in een Yaris van Toyota, maar in een Lupo van VW togen we op weg.
Kees was wat in de weer met de Tom Tom en binnen korte tijd hoorden we : "Bestemming bereikt."
Doch niks geen berg met mijnlamp. Desgevraagd moesten we ongeveer 5 km verder zijn, maar onderweg zagen we een twee lifttorens en zijn we die kant op gereden. Kees meldde zich in een kantoortje en een medewerker van de grondsanering liep met ons mee, zodat we lustig konden fotograferen.

Niederberg stond er op het overblijfsel van de toegangspoort.
Wederom op weg zagen we al snel weer een lifttoren en konden we na wat zoeken zo het terrein oprijden van wat volgens de kaart is : Zeiche Friederich-Hendrich Wetterscht. Norddeutschland, ook hier kregen we vlot toestemming om te fotograferen. In de oude bijgebouwen was nog volop bedrijvigheid, maar rond de toren stond een hek. Gelukkig met het meestal aanwezige gat. Rustig rond gelopen en onze boterham gegeten.

Toen, na raadplegen van het krantenknipsel, met de Tom Tom op naar Rheinpreuszen en kwamen we weer op hetzelfde punt als heden ochtend. Toch hadden we de lamp al op de heuvel zien staan en reden we verder en vonden de Alte Zeche Rheinpreuszen. Een mooie lifttoren met aan de overzijde van de straat Hornbach in vele kleuren.

Ook de berg met de lamp hebben we gevonden. Boven bleek de lamp gesloten.

Wegens schilderwerk, maar het uitzicht was indrukwekkend. Al was het maar 3/4, want voor de rest benam het groen het uitzicht. Hier moest de boomgrens duidelijk omlaag !
Wordt vervolgd.
Neukirchen-Vluyn 2008 2009
Bergwerk Niederberg I / II
23-04-2008
26 februari 2009 Niederberg
Vorig jaar waren we op weg naar de mijnlamp op de Halde Rheinpreussen al bij Bergwerk Niederberg I&II terecht gekomen. Wel konden we onder begeleiding over het terrein wandelen, maar alle resterende gebouwen waren niet te betreden. Vandaag wel en gelukkig niet zo vroeg, als eerst gepland. De eerste afspraak met Josef Schröder was om half acht in de morgen, maar afgelast. Nu stonden we precies om elf uur met twee hete bekertjes koffie van de Mac bij de poort van Niederberg.

We waren reeds vroeg van huis gegaan en bezochten eerst Bergwerk Friederich Heinrich Schacht I&II, die nog in bedrijf zijn. Geen toegang voor fotograferende buitenlanders. Wel probeerde Kees via een portier invloedrijke personen op het Bergwerk aan de lijn te krijgen. Wat wel lukte, doch binnen kwamen we niet. Toen zijn we het gehele complex rond gelopen, waarbij we goed zicht hadden op de verschillende voormalige mijnwoningen, waarvan sommige prima waren onderhouden en andere bijna onbewoonbaar waren.

Vervolgens leidde Tom ons via Rossenray, waar we van de parking enige foto’s namen, terug naar Niederberg. We waren eigenlijk gekomen, om een oud mijngebouw (altes Lüftergebäude) te betreden. Daar draaien een paar motoren op mijngas, dat door een schacht opstijgt uit de voormalige mijn. Een meneer van RWE opende de deuren en samen met hem en Josef mochten we een kijkje nemen in de machinekamer. Het was er warm, met redelijk veel kabaal voor tweemaal 1300 kW.

Eenmaal binnen hebben we de rest van het gebouw ook bekeken. Wel bijzonder, want het was de laatste jaren van de mijn gebruikt voor oefeningen van de brandweer. Rondkruipen in doolhoven van paaltjes en gaas, volgepompt met rook. Wel had iedere brandweerman de uitgang gevonden, want alles was leeg.

Gezamenlijk beklommen we nog de Halde Norddeutschland. Terug naar de auto zijn we, onder aanvoering van Josef door een hek gekropen, maar helaas was de nagebouwde mijngang voor leerlingen niet te betreden. Een grote hoop zand hier en een dikke ketting daar. Maar andere objecten zouden, volgens Josef, beslist mogelijk zijn. Wij wachten af, vol spanning !

De volgende halte was Halde Pattberg, zonder torentje of verhoging. Overal werd het uitzicht beperkt door bomen. Wel vonden we een soort hangplek voor (ex)Kumpels gemaakt van stalen mijngangstutten.

Als laatste zijn we uitgestapt bij Hoerstgen FH IV. Ook een Mauerturm en dat is Duits voor geheel ommantelde/beklede liftschacht. Midden in het boeren(gras)land lange scheve hekken en goed dicht gespijkerde gebouwen. Alleen de verlaten kledinghaken waren bijzonder.

Photogallery feb 2009
(om het voormalige ventilatiegebouw)
Photogallery feb 2009
(in het voormalige ventilatiegebouw)
23-04-2008
26 februari 2009 Niederberg
Vorig jaar waren we op weg naar de mijnlamp op de Halde Rheinpreussen al bij Bergwerk Niederberg I&II terecht gekomen. Wel konden we onder begeleiding over het terrein wandelen, maar alle resterende gebouwen waren niet te betreden. Vandaag wel en gelukkig niet zo vroeg, als eerst gepland. De eerste afspraak met Josef Schröder was om half acht in de morgen, maar afgelast. Nu stonden we precies om elf uur met twee hete bekertjes koffie van de Mac bij de poort van Niederberg.

We waren reeds vroeg van huis gegaan en bezochten eerst Bergwerk Friederich Heinrich Schacht I&II, die nog in bedrijf zijn. Geen toegang voor fotograferende buitenlanders. Wel probeerde Kees via een portier invloedrijke personen op het Bergwerk aan de lijn te krijgen. Wat wel lukte, doch binnen kwamen we niet. Toen zijn we het gehele complex rond gelopen, waarbij we goed zicht hadden op de verschillende voormalige mijnwoningen, waarvan sommige prima waren onderhouden en andere bijna onbewoonbaar waren.

Vervolgens leidde Tom ons via Rossenray, waar we van de parking enige foto’s namen, terug naar Niederberg. We waren eigenlijk gekomen, om een oud mijngebouw (altes Lüftergebäude) te betreden. Daar draaien een paar motoren op mijngas, dat door een schacht opstijgt uit de voormalige mijn. Een meneer van RWE opende de deuren en samen met hem en Josef mochten we een kijkje nemen in de machinekamer. Het was er warm, met redelijk veel kabaal voor tweemaal 1300 kW.

Eenmaal binnen hebben we de rest van het gebouw ook bekeken. Wel bijzonder, want het was de laatste jaren van de mijn gebruikt voor oefeningen van de brandweer. Rondkruipen in doolhoven van paaltjes en gaas, volgepompt met rook. Wel had iedere brandweerman de uitgang gevonden, want alles was leeg.

Gezamenlijk beklommen we nog de Halde Norddeutschland. Terug naar de auto zijn we, onder aanvoering van Josef door een hek gekropen, maar helaas was de nagebouwde mijngang voor leerlingen niet te betreden. Een grote hoop zand hier en een dikke ketting daar. Maar andere objecten zouden, volgens Josef, beslist mogelijk zijn. Wij wachten af, vol spanning !

De volgende halte was Halde Pattberg, zonder torentje of verhoging. Overal werd het uitzicht beperkt door bomen. Wel vonden we een soort hangplek voor (ex)Kumpels gemaakt van stalen mijngangstutten.

Als laatste zijn we uitgestapt bij Hoerstgen FH IV. Ook een Mauerturm en dat is Duits voor geheel ommantelde/beklede liftschacht. Midden in het boeren(gras)land lange scheve hekken en goed dicht gespijkerde gebouwen. Alleen de verlaten kledinghaken waren bijzonder.

Photogallery feb 2009
(om het voormalige ventilatiegebouw)
Photogallery feb 2009
(in het voormalige ventilatiegebouw)
Otzenrath (wenig mehr da, September 2007)
Otzenrath

Al tientallen jaren rijd ik links van de Rijn naar het zuiden van Duitsland. De laatste jaren, vanuit Weert, bereikte ik de A 61 bij Mönchengladbach en passeerde met gezwinde spoed de autobahnkreuze Wanlo en Jackerath, zoals vele andere. Nu niet meer, want ik stond op de rand van de bruinkoolafgraving.
Achter mij en vele meters lager, groef een enorme machine de aarde weg. Voor mij een kale vlakte, waar kort geleden nog huizen, kerken en een school stonden. Kortom, het dorp Otzenrath. Aan de einder bomen, waarachter autobahn 61 zich verschool. Wanneer de graafmachines de snelweg bereiken, weet ik niet. Maar volgens een landkaartje met graafplannen, doorkruist de weg de voorgenomen ontgravingen. Nu is de 61 nog niet oud en zullen weinig mensen een traan laten, als deze weg verdwijnt. Maar wat dacht je van de begraafplaats in Otzenrath en de kerk en de school.

Alles weg voor de bruinkool. Van de oude kolenmijnen blijft altijd wel iets bestaan. Meestal worden de schachten simpelweg boven afgesloten en laat men verder de natuur zijn werk doen. Hier en daar staat nog een lifttoren, een kolenwasserij of als alles toch weg is, zijn er vaak nog steenbergen. Maar voor de bruinkool moet alles weg. De graafmachines vreten alles op. Niks blijft overeind en ze gaan heel, heel . . . . . diep.


Al tientallen jaren rijd ik links van de Rijn naar het zuiden van Duitsland. De laatste jaren, vanuit Weert, bereikte ik de A 61 bij Mönchengladbach en passeerde met gezwinde spoed de autobahnkreuze Wanlo en Jackerath, zoals vele andere. Nu niet meer, want ik stond op de rand van de bruinkoolafgraving.
Achter mij en vele meters lager, groef een enorme machine de aarde weg. Voor mij een kale vlakte, waar kort geleden nog huizen, kerken en een school stonden. Kortom, het dorp Otzenrath. Aan de einder bomen, waarachter autobahn 61 zich verschool. Wanneer de graafmachines de snelweg bereiken, weet ik niet. Maar volgens een landkaartje met graafplannen, doorkruist de weg de voorgenomen ontgravingen. Nu is de 61 nog niet oud en zullen weinig mensen een traan laten, als deze weg verdwijnt. Maar wat dacht je van de begraafplaats in Otzenrath en de kerk en de school.

Alles weg voor de bruinkool. Van de oude kolenmijnen blijft altijd wel iets bestaan. Meestal worden de schachten simpelweg boven afgesloten en laat men verder de natuur zijn werk doen. Hier en daar staat nog een lifttoren, een kolenwasserij of als alles toch weg is, zijn er vaak nog steenbergen. Maar voor de bruinkool moet alles weg. De graafmachines vreten alles op. Niks blijft overeind en ze gaan heel, heel . . . . . diep.

Walsum 2008
Voor meer foto's naar de index links


