Na drie jaren van overleg is het dan zover, ik zie ons nog zitten, voor de eerste keer, gebuurte ondereen, rijk en arm, belangstellend, verwachtend, vol verwachting, in een behoorlijk grote zaal van het Sint Theresia instituut. De ambtenaren van de stad vooraan, geflankeerd door de plaatselijke politici, de burgervader, de schepenen. En wij, brave burgers, samen op eenvoudige stoelen, allen met onze eigen vragen en voorstellen. Ik zie nog ook dat het tijd was, eindelijk werden we gehoord betreffende 'onze' wijk.
De stad had €50.000, die ze van de Vlaamse gemeenschap kon krijgen als ze een wijk in de stad kon renoveren, mits inspraak van de burger. Reeds toen was het duidelijk dat die som veel te klein was om een zo grote wijk op te fleuren (schatting 6500 omwonenden), of was het de bedoeling slechts enkele ingrepen te doen ? Gelukkig merkte men dat de beoogde werken (wat opnieuw aanleggen van voetpaden) werden aangepast, de stad ook zijn deel moest doen, het niet enkel 'de Sint Elisabethswijk' betrof, maar ook de veel oudere 'Sint Rochuswijk' ten deel moest komen. De wijk waar de arbeider zijn optrekje had. Daar waren de problemen véél groter dan de voetpaden van de Sint Elisabethswijk. Daar waren er straten die in erbarmelijke toestand verkeerden zoals de Voorzienigheidstraat , de Sint Denijsestraat en het Volksplein (de Veuglemarkt) in het bijzonder. Ik spreek hier nog niet van de Toekomststraat en de Filip van den Elzasstraat en zovele meer.
Ik zie nog de laatste werkers hun overtollig materiaal opbergen, de zaaiers zijn ook al geweest, de slopende verkeersproblemen met hun onhebbelijke chauffeurs die hun 'auto' overal en nergens kwijt wilden, moesten ze kunnen, tot in de woonkamers toe.




