Leren van de Stilte en Zwijgen
Stilte is een relatief begrip. Het is er voor de
oren, om te beginnen. Er is de rust van niets. Daarin zijn geluiden die ik me
aantrek, waar ik naar luister om te horen. Er is ruimte en vrijheid om
allerhande te horen: vogels, zoemende schijven, ventilatoren, timmeren,
stemmen, ruis, een bloem die opent É. Er is ook een horen in een samen spelen
of werken. Het spelen meer als verstoppertje, standbeeld en raad een woord met
gebaren. In dat spel kun je zonder geluid ook kijken en horen.
Werken en stilzwijgen
Bij werken is er iets dat je opvalt als je nooit
(meer) eens spreekt met bepaalde collegaÕs, mede werkers. Dan ga je je
gedachten maken over de ander in relatie tot jezelf. Je hoort de ander niet
meer, vraagt niet meer, spreekt niet meer met de ander(en).
Ziet de ander wat ik doe? Wat vindt hij of zij
ervan? Gewoonlijk neemt de
onzekerheid toe. In principe voor mensen aan beide zijden van de muur. Er zijn
bedoelingen te verbinden met het plaatsen en gewaarworden van een muur. Veel
voorkomend is het ontwikkelen van een machtsverhouding. Daarin wil de ŽŽn graag
dat de ander doet wat gezegd wordt. Als dat onvoldoende gebeurt, dan kan een
soort straf worden toegepast. De ŽŽn stuurt de ander eruit: ÒAls je je weet te
gedragen (je aan te passen) mag je weer terugkomen.Ó De muur is dan de overgang
van binnen (erbij horend) en buiten (uigesloten). Vaak werkt dat goed. De
behoefte om te communiceren, het versterken van je zeker voelen, van erbij
horen is groot onder mensen. Meestal zwicht de persoon die eruit gezet is.
Soms ook neemt de onzekerheid toe bij degene die
uitsluit. De controle op de ander is dan afgenomen. Gaat de ander wel zwichten?
Gebeurt er daarbuiten iets dat nog meer ongewenst is? Soms leidt dat tot een
verder uitdrijven van de ander, nog een muur verder naar buiten, uit de
gezamenlijke sfeer.
(dis)Kwalificeren
Het middel van het uitzetten is meestal niet het
enige dat gebeurt. Wat vaak voorkomt is het aanleggen van een verschil van meer
en minder. Een bepaalde kwaliteit wordt gebruikt om het Ôniet voldoenÕ uit te drukken. Al doende ontstaat zo
een verhouding tussen Òzij die de kwaliteit hebbenÓ en Òzij die de kwaliteit
missenÓ. Zonder veel moeite ontstaat er zo een sfeer van machtigen en
onmachtige. Voor een broedplaats is dat een wijze die het jonge, het opkomende
groot brengt door klein te houden. Het is mogelijk dat er een groep ontstaat
van toppers en een andere groep met mede werkers. Meestal zijn de groepen van
binnen losjes gekoppeld. Competitie is troef. De groep mede werkers is naar het
voor beeld van de toppers, ook losjes gekoppeld. Zelfbestuur in groepen die van
binnen een mix hebben van verschillende kwaliteiten en gevarieerde nivoÕs,
maken weinig kans. De ÒbeterenÓ hebben daar minder grip op en hebben daar geen
of weinig behoefte aan. De daadkracht van grotere aantallen als geheel is door
de losse koppelingen niet bijster groot.
Dynamies evenwicht
Er zijn balanskrachten mogelijk. Met weinig moeite
is het bevorderen van kwaliteit toe te voegen. Mensen zoeken veelal intu•tief
naar een groep waarin ze zich gewaardeerd en nuttig voelen. Ze krijgen dan het
gevoel: ÒDit ben ik zelf en ik voel me goed bij deze groep.Ó. Ook dan wordt
verschil gevonden in de kwaliteiten. In plaats van meer of minder bemoedig je
dan die mens of mensen door deze kwaliteit te benoemen en te sterken. Waar
mogelijk maak je een kombinatie van deze kwaliteit en een andere in dezelfde of
meerdere personen en vraag je die mensen samen iets te doen. Het resultaat of
product gebruik je om het inzicht en de praktijk bij elkaar te brengen. Iets
kunnen doen met je kwaliteit sterkt de mens.
Bij het bemoedigen van kwaliteiten zijn vele
verschillen te binden. Generaties (jong oud) en culturen (met verschillende
praktijken voor hetzelfde of juist wederkerig aanvullende gebruiken) en ook
zintuigen zijn in te zetten om op een eenvoudige wijze tot bewustzijn en samen
spelen en werken te komen.
Meer subtiel is het binden met de omleving. Hier
past het opbrengen van interesse en nieuwsgierigheid voor de buitenwereld. Dat
zit in fourageren (ÒHoe kom ik aan eten en drinken en onderdak?Ó) en in het
bieden van diensten of producten (ÒHoe kom ik aan inkomen?Ó) en het meest
verborgen vaak, in het nemen van grondstoffen en teruggeven van afval aan de
aarde (ÒWelke grondstoffen verbruik ik?Ó en ÒWat voor afval produceer ik en wat
gebeurt daar mee?Ó).
Fundamenteel beginsel zijn bij het bevorderen van
kwaliteit het vermogen om te spelen en het verruimen en inzetten van het bewust
zijn en handelen, met vreugde. Drukkende en belastende invloeden in het leven
en werken tasten de veerkracht aan. Enerzijds is er de lichamelijke veerkracht.
Deze is voor de meeste mensen welbekend. Men kan naar het lichaam luisteren en
uit de teruggekoppelde signalen opmaken hoe vitaal en inzetbaar het lichaam is.
Daarnaast is er ook de mentale veerkracht. Die veerkracht wordt gediend met de
kwaliteit van de communicatie, de machtsdruk en het ervaren van zinvol zijn in
het eigen bestaan. Alle komen ze voort uit het als van zelf sprekend samen leven,
werken en spelen. Of ze belasten of opbouwen kunnen de mensen zelf ervaren, te
berde brengen. De dynamiek omzetten van last naar steun is vaak een kwestie van
ingrijpen in het eigen samenleven. Dat lijkt vaak niet mogelijk. Culturen en
machtsstructuren zijn vaak weinig transparant. Dan is het bewust worden en
emanciperen aan de orde. Het scheppen van vrijheidsgraden, vrije plaatsen om te
verkeren en samen te zijn, het kunnen transformeren van communicatie met mede
mensen en het bevorderen van leren door allen, zijn enkele van de enkele
mogelijkheden. Net als mentale veerkracht, zijn ze niet alledaags en soms met
moeite vorm te geven in persoonlijk handelen in de samenleving. Sleutelbegrip
voor het bevorderen van veerkracht is vreugde. Alle soorten en maten van
vreugde doen ertoe.
In de loop van mijn leven heb ik vrij veel mensen
ontmoet met wie ik heb mogen leren wat mentaal vrij zijn is, wat het je kost en
hoe je er in de praktijk aan kunt werken door te spelen. Iedere dag weer.
Houten, 23 februari 2008, jan gieszen