Haar
KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.
Ik loop er al langer mee in het hoofd. Het is eigenlijk een kwestie van even gaan zitten, een plaatje aanwijzen, de schaar er in en klaar is kees (nu is het Hongaarse woord voor “klaar” kész en het vermoeden bestaat dat hier ook dit gezegde vandaan komt). Maar het lijkt uiteindelijk toch makkelijker gezegd dan gedaan.
De eerste keer dat ik in Hongarije naar de kapper ging koos ik voor de hippe winkel die gevestigd is in de Árkád. Er heerste zo’n drukte dat zelfs de wachtstoelen bezet waren. We maakten een afspraak en een uur later lag ik achterover met mijn hoofd in een wasbak. De kapster waste mijn haren en daarmee gaf ik mijn lot in haar handen. Haar handen masseerden mijn hoofd zodanig dat ik vanzelf een kwijlend willoos slachtoffer werd. We keken in een boek en ik vond het model van mijn wensen. Ze begon te knippen. Grote vlokken haar vlijde zich aan haar voeten. Ze knipte en knipte en niets in mij kreeg achterdocht. Tot ze bijna klaar was en ik zag dat al mijn kruinen, het zijn er slechts een stuk of negen, kort geknipt waren. Een ramp had zich voltrokken op mijn hoofd, omdat kruinen altijd doen wat ik niet wil. Bij deze kapper keerde ik niet weer. Later probeerde ik mijn geluk nog bij de kapsalon in de Tesco. Niet heel slecht maar ook niet eentje waar ik nog makkelijk terug zou keren. Maar haar groeit door, wordt lang en wordt uiteindelijk armoedig als er geen goed model in zit.
Verleden week was ik zover. Ik had een model gevonden wat mij aanstaat en wat Hans keurig op papier afdrukte. Ik waste mijn haren, trok mijn nette kleren aan en was klaar voor de reis naar Szigetvár waar ik een heuse salon had waargenomen. Maar Hans had een beter plan. Rita. Zij is kapster aan huis maar heeft al heel wat mooie modellen veroorzaakt. Hij dacht dat hij nog wist waar ze woonde en daarom gingen wij op zoek. Eerst zoekend en daarna vragend, maar niemand die Rita kende en al helemaal niet wist waar ze woonde. We reden zoveel heen en weer dat we nu heel Szentlörinc als onze broekzak kennen. Maar het model brandde in mijn zak en ik wilde niet, nee ik moest nu echt onder de schaar. Ik wist nog een kapsalon! En daar wilde ik heen en wel gelijk. Hans zuchtte. Bij het openen van de deur wist ik het eigenlijk al. De dame in kwestie zag er prachtig uit met haar opgestoken haren uit de jaren vijftig en haar eens zo witte kappersjas. Binnen zoemde de droogkappen waaronder dames zaten wier haren door krulspelden in de krul werden gevormd. Nee, nee ze had geen tijd en morgen ook niet. Misschien maandag? Maar ineens had ik maandag iets en dinsdag ook en woensdag trouwens ook. Eenmaal buiten keek Hans me verbaasd aan, maar mijn verweer dat zij waarschijnlijk veertig jaar geleden haar laatste knipcursus had gehad hielp mij voorkomen dat hij nu echt kwaad werd.
De volgende dag vonden wij het huis van Rita een dorp verder dan in Hans’ geheugen gegrift was. Helaas was zij niet thuis en zou dat ook de komende twee weken niet zijn. Het haar groeit door, het model op papier ligt te wachten op de kast. En vanmorgen stelde Hans mij de vraag of ik het toch maar niet wilde laten groeien.
Mip
Naschrift van Hans:
Het is de afgelopen week knudde met onze verbinding. Reden waarom ik dus getracht heb om 's nachts de boel te organiseren, edoch. Hopelijk kunnen we vanaf het moment dat onze leverancier er weer een tandje
bijzet in het heelal normaal gebruik maken van het www, maar tot die tijd is het dus, zoals ik al schreef, KNUDDE.
