14-11-09

De ontdekking van de tuin deel 2.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Enige tijd geleden plukte ik frambozen, samen met een jonge kunstenaar en zijn nog jongere zoon. Het moet ergens in augustus zijn geweest, de tijd van het jaar dat ik onkruid trekken voeg onder de woorden: even geen zin meer in. De jonge zoon plukte en plukte maar zijn mandje raakte maar niet vol. Wel zijn mondje en ook zijn beeldschone t-shirt waar het frambozensap als prachtige inktvlekken in trok. Zijn hebberigheid maakte hem blind, hij wist niet meer van de voorzichtigheid die zijn vader hem geboden had. Plotseling een schreeuw en daarna brak het arme ventje in snikken uit. Zijn vader snelde hem te hulp en zag dat zijn jonge zoon met zijn kleine hebberige handjes in een enorme brandnetel had gegrepen. “Snel! Weegbree! Die staat altijd in de buurt bij brandnetels!” Omdat onze Hongaarse buurman mij ooit gewezen had op een zacht groene plant met fel gele bloemetjes, waarvan de steel moet worden doorgebroken voor het gele sap als middel tegen brandnetel brand, en die ook juist naast de brandnetel stond, bracht ik deze twee vormen van kennis samen. Vanaf die dag van het nare ongeluk heb ik de Stinkende gouwe Weegbree genoemd. Dank u allen voor deze les in De ontdekking van de tuin. Er zullen vast nog meer vragen komen en dan hoop ik op jullie antwoord.

Natuurlijk was mijn tocht nog niet klaar en nog steeds niet trouwens. Gewapend met boek en plakharten zocht ik verder. Hoewel mijn plakharten uit een hele stapel bestonden zijn deze nu bijna op en het boek is bijna niet meer herkenbaar als boek. Ondanks dat ik dacht dat ik wel enige kennis had blijkt nu pas dat ik dagelijks over een apotheek vol medicijnen loop en dat de zolen van mijn kaplaarzen de meest smaakvolle planten vermorzelen. En als ik zou willen ik een kit vol opium zou kunnen stoken. Maar daar gaan we maar niet aan beginnen. Aan het verzamelen van fruit voor jam, curry en Palinka heb ik nu wel even mijn handen vol.

Mip.