14-11-09

Koninklijk

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

De grootste perzikenboom kreunt onder haar eigen gewicht van vruchtvlees. Haar takken hangen dreigend laag, ondanks de ondersteuning van enkele extra stokken. Ze stremt de doorgang en daarmee kan zij slechts met een buiging worden gepasseerd. Sinds kort draagt zij daarom ook de naam Koninklijk, omdat buigen voor een boom zelden onder de menselijke gewoonten valt. Haar vruchten blozen mooi roze als teken dat de val niet meer lang zal gaan duren.

De lucht is grijs. Niet donkergrijs, maar lichtgrijs. Scherpgrijs eigenlijk. Zo’n lucht waarbij je de ogen moet samenknijpen. Regen is op komst. De wind is gaan liggen en ik vraag me ineens af hoe de wind zou liggen. Op haar rug? Op haar buik? Of lekker in foetushouding op haar zij? Ik zou het niet weten, in ieder geval stemt het mij blij dat de wind ligt, zodat Koninklijk het niet nog zwaarder krijgt met de dracht van haar vruchten.

Bij het verlaten van de tuin schieten mij ineens woorden te binnen die een vriendin mij deze week schreef. Leuke en aardige woorden die mij een stevige glimlach ontlokte. Het meest nog wel over onze “zwangere” bomen. Ik kijk nog één keer om en zeg zachtjes: “Allemachtig Koninklijk, je loopt op alle dag”!

En zo gaat het als een vrouw wat langer alleen is en haar liefste mist, dan gaat ze praten tegen bomen. Geeft die bomen namen en menselijke trekjes. Even al liep ze met gedachten om zich te verdiepen in een nieuw beroep: vruchtvroedvrouw.

Mip