22 MINUTEN
Elke school heeft een eigen vergadercultuur. Vaak efficiënt, soms wat minder. Zelf mis ik heel wat vergaderingen, omdat er meerdere tegelijkertijd plaatsvinden. Maar daar gaat het nu niet over. De vergaderingen zelf verlopen redelijk vlot bij ons, maar er is, zoals bij bijna alles, altijd ruimte voor verbetering. Voor inspiratie, klik op de afbeelding...
POWERNAPPEN
Slecht geslapen? Weinig energie? Iedere leerkracht maakt het wel mee: je bent moe, maar de dag is nog lang niet voorbij. Iedereen verwacht echter dat je straks even fris en vrolijk daar vooraan schitterende, pedagogische pareltjes van lessen geeft. De vermoeidheid kan soms echter hard toeslaan, zeker tijdens de springuren. Je kan die springuren gebruiken om nog wat taken en toetsen te verbeteren, of om nog wat praktische zaken te regelen met de collega's, of om bij te kletsen, maar je kan ze ook gebruiken om even 'op te laden'. Ik doe regelmatig een dutje in mijn wagen, meestal op vrijdagvoormiddag. Twee springuren waarin ik de vermoeidheid van de voorbije week van me af kan schudden en even kan wegdromen over het fantastische weekend dat ik tegemoet ga. Vroeger noemden ze dat een dutje, nu heet het een powernap. Je kan er smalend over doen, maar het werd aangetoond dat zulke dutjes positieve effecten hebben op de gezondheid. Het zou ook je creativiteit, je alertheid en je productiviteit verhogen. Het lijkt me geen slecht idee om op elke school een knusse zetel te voorzien voor vermoeide leerkrachten, ergens achteraan in het gebouw, waar niemand je kan storen... Ik weet hoe het klinkt, maar ik weet ook hoe het voelt. Zalig!
Onlangs vond ik dit artikel van Stefan Knapen op www.lifehacking.nl. Je kan er heel wat interessante dingen lezen over 'de powernap'. Geen tijd of zin om een heel artikel door te nemen? Misschien neem je dan wel genoegen met deze vijf tips:
- Drink een kopje koffie (optioneel). De caffeïne zal pas na 20 minuutjes gaan werken, wat precies lang genoeg is voor een powernap. De caffeïne zal dus gaan werken op het moment dat jij wakker moet worden!
- Zet je wekker ongeveer 20 minuutjes vooruit. Val je snel in slaap, dan is 20 minuutjes genoeg, als je lang doet over in slaap vallen is 25 minuten ook goed. Je valt ongeveer 5-10 minuten nadat je gaat liggen in slaap en de ideale slaaptijd is 10 minuten, daar moet je vanuit gaan.
- Ga in bed liggen, met je kleren aan. Houd je kleren aan als je op bed gaat liggen, dit verlaagt de drempel om na de powernap weer uit bed te komen. Probeer ook in bed te gaan liggen, in plaats van achterover in een stoel te gaan hangen, omdat je horizontaal beter slaapt.
- Gaat de wekker? Ga eruit. Geen twijfel, eruit. Je moet gelijk uit bed stappen als je wekker gaat, eventjes de snooze knop indrukken is fataal, je gaat dan een andere slaapfase in en je nachtrust zal erdoor verstoord worden. Ook wordt het daarna alleen maar lastiger om uit bed te komen!
- Ga aan je taak. Loop nog eventjes rond, drink wat water of een kop thee en begin aan je taak. Je zal je productiever voelen en je kan je waarschijnlijk beter concentreren.

PERFOREER
Sommige lifehacks zijn zo voor de hand liggend dat we ze soms over het hoofd zien. Deze lifehack komt bijvoorbeeld sowieso aan bod tijdens elke lerarenopleiding, maar het wordt in de praktijk blijkbaar vaak vergeten. Als G.On-begeleider krijg ik een heleboel cursussen van andere leerkrachten te zien. De meeste leerkrachten werken met werkboeken die op voorhand netjes geperforeerd zijn. Andere leerkrachten werken vooral met eigen cursussen die in het begin van het schooljaar netjes in de mappen van de leerlingen zitten. Tijdens het schooljaar komen daar echter heel wat bladen bij: toetsen, taken, uitbreidingen, losse teksten, kladblaadjes, schema's, enzovoort.
Bij sommige G.On-leerlingen moeten we de cursussen wekelijks weer netjes op orde brengen. Sommige leerlingen met bijvoorbeeld dyspraxie gaan zo wanordelijk te werk dat de blaadjes werkelijk overal terechtkomen: in andere mappen of los in de boekentas, in hun kastje of thuis op de vloer. Dat is niet alleen problematisch voor hen, maar ook voor de leerkrachten. Daar proberen G.On-begeleiders dan aan te werken, maar ik merk vaak dat de blaadjes die dan niet op hun plaats zitten meestal niet geperforeerd zijn. Ik merk het niet alleen bij sommige G.On-leerlingen, maar ook bij mijn 'gewone' leerlingen. Hoe vaak hoor je het niet als leerkracht? "Meneer, ik vind dat blaadje niet meer." Wanneer ze het niet vinden, dan moet er een oplossing worden gezocht: extra kopieën maken of het via e-mail versturen, de ene leerling moet dan met een andere leerling mee de cursus volgen, misschien zelfs een nota schrijven, enzovoort.
De leerlingen verliezen blaadjes vaak uit het oog wanneer ze die niet meteen vast in hun map kunnen steken. Het leidt dan tot tijdverlies en frustraties aan beide kanten. Ik ben ervan overtuigd dat je de frequentie van zulke zaken gemakkelijk kan verlagen door er een gewoonte van te maken alle blaadjes die je hen geeft zélf te perforeren, onmiddellijk nadat je ze hebt afgedrukt. Als je ze het zelf laat doen, dan kunnen er een heleboel dingen verkeerd lopen. Als je het zelf doet, dan heb jij het in de hand. Nog een voordeel: als je het doet, dan hoeven die perforators niet constant te worden doorgegeven tijdens de lessen.
Heel simpel dus: een perforator naast de printers thuis en op school én een grote perforator naast de kopieermachine op school. Maak er een gewoonte van om alles meteen te perforeren en bespaar jezelf en je leerlingen op die manier heel wat tijd- en energieverlies. Je wist dat waarschijnlijk al, maar het kan voor sommigen zeker geen kwaad om er eens aan te worden herinnerd.
PERMANENTE STIFT OP WIT BORD VERWIJDEREN
Het is al eens aan bod gekomen, maar dit filmpje toont dat het echt wel werkt!
DE VERHUISMAP
Vorig jaar voerde ik een kleinschalig onderzoek uit naar de inhoud van de boekentassen van leerkrachten. In de top drie stonden een agenda, een map met alle actuele zaken en belangrijke papieren, en werkblaadjes en voorbereidingen. Sommige leerkrachten torsten kilo's, andere deden het met minder.
"Een goede truc is om een kleine boekentas te kopen. Hoe kleiner die is, hoe minder erin kan, hoe creatiever je moet denken. In de mijne past alleen mijn map, mijn notitieblokje en een kleine agenda. Meer heb ik niet nodig. (...) Vroeger had ik een valies die ik regelmatig moest uitmesten. Daar kwamen dan kilo’s papier uit."
Nu, een jaar later, merk ik dat er op een doordeweekse lesdag slechts twee zaken in mijn rugzak zitten: een verhuismap en mijn laptop. Mijn iPhone is mijn agenda en organisatie-instrument en aan één balpen heb ik genoeg. Ik vermoed dat als ik een eigen vast lokaal zou hebben, ik behalve mijn laptop waarschijnlijk niets meer naar huis zou nemen, maar alles op school zou doen. Dat is echter toekomstmuziek. Voorlopig heb ik genoeg aan die ene verhuismap. Wat zit daar nu allemaal in?
- Een plastic insteekmapje 'in', voor alles wat die dag binnenkomt en nog 'verwerkt' moet worden: archiveren, acties tijdelijk parkeren die me minder dan twee minuten kosten en ik alleen thuis kan doen, zaken weggooien, acties in contextgebonden lijstjes of in mijn 'Wachten op'-lijstje planten, nieuwe projecten die nog moeten worden uitgewerkt, dingen waar ik nog niet over wil nadenken, alles (behalve verbeterwerk)! Het eerste wat ik doe wanneer ik thuis begin te werken is de inhoud van dat mapje in mijn hoofdstuffbakje op mijn bureau leggen. Alles blijft daar tot ik beslis dat ik dat stuffbakje wil leegmaken. Dat gebeurt meestal dagelijks. Wanneer ik beslis om de inhoud van dat stuffbakje te verwerken, doe ik het meteen goed: ik stop niet tot het leeg is.
- Een plastic insteekmapje 'out', voor alles wat ik binnenkort aan collega's moet bezorgen. Dat gaat van brieven tot zelfgeschreven verslagen, van formulieren tot cd's en dvd's. Die blijven in mijn bakje 'out' in mijn werkkamer tot kort voor ik het aan de ontvanger kan bezorgen. Elke avond voor ik stop met werken check ik dat bakje en ga ik na wanneer ik de respectieve ontvangers zal zien of wanneer ik de gelegenheid zal hebben om het op een andere manier aan hen te bezorgen. Is dat binnenkort, dan verdwijnt het in mijn insteekmapje 'out'. Als het te groot is, gaat het gewoon in mijn rugzak. Eenmaal op school is het simpel: gewoon het mapje legen door die zaken aan de juiste personen te bezorgen. Meestal verdwijnen die dingen dan in de vakjes in de leraarskamer. Wanneer ik op weg naar het werk een brievenbus passeer, heb ik meteen ook alles bij wat gepost moet worden. Het doel is om dat mapje elke dag geleegd te krijgen voor ik thuiskom.
- Losse papieren die ik gewoon bij me wil hebben: een kopie van mijn lesrooster, een overzicht van de klastitularissen, een paar vellen kladpapier en een overzichtsblad met interne telefoonnummers.
- Evenveel schutbladen als ik klassen heb, in volgorde van leeftijd, van jong naar oud (van het eerste tot het zesde). Achter elk schutblad zitten er respectievelijk eerst het jaarplan (verplicht) en dan de werkblaadjes in chronologische volgorde, gaande van 'een paar weken geleden' tot 'binnen een paar weken'. Tussen die werkblaadjes zitten de lesvoorbereidingen, de taken en de toetsen, ook chronologisch. De lesvoorbereidingen maak ik meestal in het weekend met een simpel tekstprogramma (vertrekkend vanuit een sjabloon). De dag zelf schrijf ik er de datum op, maak ik er notities op en gebruik ik het als apart 'stuffbakje' voor die specifieke klas. Te verbeteren taken en toetsen steek ik er los tussen. Eenmaal thuis overloop ik de voorbije dag, verwerk ik mijn notities en beslis ik wanneer en waar ik die taken en toetsen zal verbeteren. Is er genoeg tijd voor en heb ik er zin in, dan verbeter ik ze meteen.
Dat is het zo ongeveer. Ik probeer zo weinig mogelijk papier heen en weer te sleuren. Ik kan over nog heel wat zaken uitweiden, maar dat is voor later. Ondertussen ben ik benieuwd naar hoe anderen het doen. Heb je vijf minuutjes? Laat dan een opmerking achter of stuur me een e-mail en deel met de wereld hoe jouw verhuismap en/of boekentas gevuld is.
OP TIJD OP SCHOOL
VIJF TIPS VOOR EEN RUSTIGERE SCHOOLDAG
Tip 1: Ruim je bureau op. En de rest ook.
Tip 2: Kom eerder naar school.
Tip 3: Alles heeft zijn eigen plek.
Tip 4: Doe iets leuks met de klas: vijftig tips om de sfeer te verbeteren.
Tip 5: Beslis meteen.
BALPEN BIC, VIER KLEUREN
De eerste lifehack van dit jaar is een heel voor de hand liggende. Namelijk de balpen van BIC met vier kleuren. 'De gewone balpen' bestaat al sinds 1938 en was op het vlak van efficiëntie en tijdsbesparing een enorme vooruitgang. Mensen hoefden zich niet meer druk te maken over vlekken, scheurend papier en onstabiele inktpotjes. De uitvinder ervan merkte op dat drukinkt veel sneller en zonder uitlopen droogde, waardoor het papier vlekkeloos bleef. Die inkt was echter onbruikbaar in een gewone vulpen. De balpen zoals we die nu kennen beschikt over een kogeltje aan het uiteinde van de pen dat draait tijdens het schrijven en daarbij een inktspoor achterlaat op het papier. Tegelijkertijd sluit het het inktreservoir af van de buitenlucht, zodat uitdroging en lekkage worden vermeden.

Nu zijn we al zo gewend aan balpennen dat we er
zelden bij stilstaan hoe handig die dingen eigenlijk
zijn. Je vindt ze overal. BIC verkoopt bijvoorbeeld
nog elke dag zo'n 14 miljoen balpennen, in 160
landen! BIC's grootste bijdrage vind ik echter de
vierkleurige balpen. In het begin van dit schooljaar
had ik een tiental groene, rode en blauwe pennen die
ik constant uit het oog verloor. Ik vond ze terug in
broekzakken, jaszakken, rugzakken, in cursussen,
enzovoort. Ik vond het aanvankelijk een goed idee om
overal pennen te leggen, in de hoop dat de
chaostheorie me op elk moment een geschikte balpen
zou doen terugvinden. Helaas, een voor een kwamen ze
terecht bij collega's, leerlingen, in lege
klaslokalen en onder de passagierszetel van mijn
wagen. Een pennenzak heb ik al helemaal niet, want
dat biedt volgens mij geen soelaas. Dat ding kan je
ook verliezen en wie garandeert me dat ik die
balpennen telkens op dezelfde plaats terugleg? Het
lijkt me overbodige ballast in mijn rugzak.
De oplossing voor mijn 'probleem' lag zo voor de hand
dat ik het eerst niet opmerkte. Mijn vriendin
gebruikt het al maanden, mijn vader al jaren, ... die
vierdelige balpen, natuurlijk! Eén in de binnenzak
van mijn jas voor vergaderingen, lessen en
G.On-begeleidingen, de tweede op mijn bureau, naast
de computer. Ik heb die dingen nu al twee maanden en
ik weet altijd precies waar ze zijn. Nooit zit ik nog
zonder inkt! Blauw, groen en rood voor de
dagdagelijkse schrijf- en verbetertaken. Zwart
gebruik ik zelden.
Zoals gezegd, een simpele lifehack, maar eentje die
misschien wat ondergewaardeerd wordt. Ik kocht ze in
de Standaard Boekhandel in Oostende, maar je vindt ze
bijna overal, als je ze zoekt...
http://www.refdag.nl/oud/series/uitgedacht/010109weet02.html
(geraadpleegd op 3 januari 2010)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Balpen (geraadpleegd op
3 januari 2010)
PAPIERLOOS ONDERWIJS?
Het heeft een tijdje geduurd, maar PDF is de wereldwijde standaard geworden om documenten op te slaan en te bekijken. De afkorting zegt het zelf: portable document format. In het onderwijs worden heel veel documenten uitgewisseld. Waarom niet proberen om dat zoveel mogelijk digitaal te doen? Een Word-document als bijlage meesturen is schering en inslag, maar niet iedereen werkt met dezelfde tekstverwerkers. Er bestaan ook verschillende versies van Word en niet iedereen kan eender welk Word-bestand openen en lezen. Microsoft is daar duidelijk in de fout gegaan. Iedereen kan echter wel pdf-bestanden lezen. Als je dat niet kan, download dan een gratis programma zoals Acrobat Reader of Foxit Reader.
Er bestaan uiteraard nog andere manieren om te besparen op papier: de twee kanten van een blad bedrukken, de achterkanten van oud papier bedrukken voor persoonlijke documenten, enzovoort.
COSTA,
D.,
Three Steps to the Paperless Office.
PCmag.
27 maart 2008, s.p.
OVER AUTEURSRECHTEN
Auteursrecht is uitgesteld loon. Een auteur - schrijver, tekenaar, fotograaf, software-ontwikkelaar - verwerft geen inkomsten tijdens zijn ‘arbeidsproces’, maar wel op het ogenblik dat zijn of haar werk in de openbaarheid komt. De enige voorwaarde voor auteursrecht is dat het werk een uiting is van de persoonlijkheid van de auteur. Een zuivere kopie of een elementaire samenvatting (waarbij er geen sprake is van eigen creatieve inbreng) worden dus niet auteursrechtelijk beschermd. De herinterpretatie van een bestaand werk kan echter wel in aanmerking komen. Het auteursrecht vervalt na zeventig jaar. Let op: als je een knappe foto vindt van de Mona Lisa, betekent dat niet dat je die zomaar mag publiceren. Voor een foto geldt het auteursrecht van de fotograaf die de foto maakte. Neem die foto dus liever zelf. Nog eens opletten: als je geen foto’s mag maken in een museum, dat toch doet en dan een van die foto’s op het net publiceert, dan kan het museum je vervolgen voor het maken van illegale foto’s.
Het basisprincipe is dat je alleen reproducties mag maken mits toestemming van de auteur, tenzij je de kopie strikt voor privégebruik maakt of je de reproductie maakt voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek. In dat laatste geval moet het gebruik vallen binnen de niet-winstgevende doelstelling van de school. De reproductie mag dan ook geen afbreuk doen aan de ‘normale exploitatie van het werk’.
Je mag dus in de klas kopieën uitdelen of tonen van De denker van Rodin, een gedicht van Herman de Coninck, een fragment uit Kartonnen Dozen van Tom Lanoye, maar je mag niet de volledige dichtbundel of roman gekopieerd uitdelen. Binnen de wet op het reprografierecht betaalt de school hiervoor een vergoeding via de belasting op fotokopieën. De fragmenten publiceren op een schoolwebsite mag enkel als daarvoor toestemming is verkregen of auteursrechten zijn betaald.
Het gewoon vragen is het gemakkelijkst. Vraag gewoon of je een foto, reproductie of citaat uit een werk mag publiceren op je website. Heel vaak wordt dit positief beantwoord en mag het gratis of tegen een fractie van de prijs. Veel auteurs en organisaties zijn heel welwillend tegenover het onderwijs. Het is dan wel van belang dat je duidelijk maakt dat de overname een strikt didactische bedoeling heeft.
Teksten zijn enkel honderd procent veilig als je zelf de auteur bent. Het kopiëren van een bestaande tekst impliceert uiteraard niet dat je zelf de auteur van de tekst wordt. Het doet er niet toe hoe lang hij is - een slogan, enkele regels of verschillende pagina’s. Wanneer je iets overneemt, doe dat dan als een citaat en zorg voor een correcte bronvermelding, ook wanneer je de teksten parafraseert. Het doet er ook niet toe of op welke informatiedrager de tekst aanvankelijk geplaatst werd.
Als je zomaar een foto downloadt, kopieert of inscant, loop je altijd het risico dat je een copyright schendt. Bij foto’s schuilt dan nog eens een extra addertje onder het gras. Je hebt niet enkel de toestemming van de auteur nodig, maar in sommige gevallen moet je ook de toestemming krijgen van de auteur van het gefotografeerde voorwerp of van de persoon op de foto. Net zoals bij teksten is het ook belangrijk dat je de bron vermeldt, zelfs als je de foto bewerkt hebt met een beeldverwerkingsprogramma.
Wees ook voorzichtig met voorbereidingen of verslagen van studiereizen die je als leraar online zet. Heel wat monumenten of beeldhouwwerken vallen onder de wet op het auteursrecht. Een voorbeeld in eigen land is het Atomium. Als je een foto van dat gebouw op je website plaatst, moet je auteursrechten betalen aan SABAM. Als school moet je ook opletten voor webpagina’s die je leerlingen laat maken. Als je die laat publiceren onder de domeinnaam van de school, dan is de school verantwoordelijk voor wat erop staat. Dat geldt ook als je werkjes van leerlingen online zet opdat de ouders ze kunnen inkijken.
Een elektronische leeromgeving, zoals Smartschool, is echter een uitzondering. Het is een afgeschermde omgeving waar de buitenwereld geen toegang tot heeft. Het is alleen toegankelijk voor leraren en leerlingen met een gebruikersnaam en wachtwoord. Als je daar een foto van een kunstwerk publiceert om daarmee het lesonderwerp te illustreren, gaat het om lesmateriaal. Dat is dan een strikte onderwijsaangelegenheid, zoals je een reproductie op papier afdrukt om je les te illustreren.
Films en muzieknummers worden naar hartelust gekopieerd. Wat is niet strafbaar?
- Een cd/dvd kopen en daar een kopie van maken voor eigen gebruik;
- Muziek downloaden van een website van een muziekgroep waarop staat dat je toestemming hebt om dat gratis te doen;
- Zelf muziek downloaden van een legale muzieksite of een website met licentierechten en daar een vergoeding voor betalen. Daar mag je dan ook een kopie van maken voor persoonlijk gebruik.
Wat is strafbaar?
- Een cd/dvd kopen, kopiëren en verkopen;
- Zelf tegen betaling muziek verspreiden die je gratis downloadde van de website van een muziekgroep;
- Muziek downloaden van een illegale muzieksite;
- Muziek downloaden van een legale website, kopiëren en verkopen.
DE
CRAEMER, J., POOT, J.,
Veilig online. Tips voor veilig ICT-gebruik op
school. Afdeling
Beleidscoördinatie Onderwijs, 2007, 84
p.
WARME LAPTOPS
Als
het koelingsysteem van de laptop niet naar behoren
werkt, kun je altijd een laptoprekje kopen. Die
dingen zijn echter redelijk duur en er bestaan andere
oplossingen voor. Twee wijnkurken, bijvoorbeeld,
kunnen ervoor zorgen dat ook de onderkant van de
laptop sneller afkoelt.
Zelfs
een simpele ringmap kan al soelaas bieden.
http://lifehacker.com/369689/top-10-diy-laptop-stands/
(geraadpleegd op 20 augustus 2008)
KRIJTBORD OF SMARTBOARD?
EEN EIGEN BORDENWISSERKLOPPER MAKEN
TEKSTEN OVERSCHRIJVEN
Soms
wil je tekstfragmenten gebruiken uit een boek. Dunne
boekjes kun je gemakkelijk openleggen, maar bij
dikkere boeken slaan de pagina’s gewoon vanzelf om.
Twee simpele klemmetjes kunnen je heel wat leed
besparen. Dat is ook heel gemakkelijk wanneer je je
handboek open wil houden tijdens de les.
NIETEN ZONDER NIETJES
Leg
de papieren op elkaar en vouw de linkerbovenhoek in
een klein driehoekje. De langste zijde van de
driehoek zou zo’n vijf centimeter moeten zijn.
Draai
de stapel om.
Knip
twee keer naast elkaar met ongeveer een centimeter
tussen.
Vouw
het lipje als volgt.
Hef
het lipje op en maak onderstaande holle ruimte.
Druk
de top van het lipje naar beneden.
Vouw
de twee helften naar beneden.
Klaar!
Nog een nietjestip: met de achterkant van je
nietjesmachine kan heel gemakkelijk de twee ijzeren
staafjes aan de achterkant van de stapel open
plooien. Dat is ideaal als je de papieren slechts
tijdelijk aan elkaar wilt bevestigen. Op die manier
maak je ze snel weer van elkaar
los.

http://www.bloomize.com/how-to-bind-papers-without-staples-or-clips/
(geraadpleegd op 22 oktober 2008)
http://lifehacker.com/software/office-supplies/temporarily-pin-documents-with-you-stapler-301470.php/
(geraadpleegd op 5 november 2008)
GRAFFITI VERWIJDEREN
Schreef iemand per ongeluk met een permanent blijvende stift op je wit bord? Ga erover met de niet-permanente stift die je daar normaal voor gebruikt en wrijf het geheel weer schoon.
http://lifehacker.com/375986/remove-permanent-marker-from-any-surface/
(geraadpleegd op 12 oktober 2008)
http://lifehacker.com/software/whiteboard/erase-permanent-marker-from-your-dry-erase-board-176015.php/
(geraadpleegd op 12 oktober 2008)
OUDE STEMPELS HERGEBRUIKEN
Zo
kan je met de oude automatische adresstempels (die
waar je de cijfertjes en lettertjes zelf met een
pincet in moet schuiven) heel erg handige
lifehackstempels maken. Stempels zijn in het algemeen
een beetje voorbijgestreefd door pc’s en
labelprinters. Ze kunnen echter wel handig zijn om
snel wat standaardgegevens, voor bijvoorbeeld de
GTD-methode, op een document, een post-it of een map
te stempelen.
Hoe
kan je dat doen? Door bijvoorbeeld de volgende
gegevens in te stellen:
- Gewenste Uitkomst
- Eerstvolgende Actie
- Naam
- Klas
- Datum
- Notities
http://lifehacking.nl/kantoor-tips/hergebruik-je-oude-adresstempels/
(geraadpleegd
op 15 november 2008)
KABELMANAGEMENT
Al die spullen verbruiken energie en hebben dus hun eigen stroomkabel en vaak ook nog een adapter. Bij computergebruikers is het aantal kabels nog veel groter, want die willen al hun losse apparaten koppelen en op de computer aansluiten. Ook het aantal apparaten waarmee we op stap gaan, groeit gestaag en die hebben elk hun eigen oplaadtoebehoren. De gemiddelde computergebruiker kijkt dan ook aan tegen een wirwar van kabels, snoertjes, adapters en verdeeldozen. Bij de meeste mensen liggen die achter de apparatuur of ze hangen onder de tafel. Daar wil je meestal niet naar kijken. Tijd voor kabelmanagement!
Kabelmanagement bestaat uit drie onderdelen:
- De kabels opruimen die achter of onder je apparatuur en je bureau hangen;
- De opladers en losse snoeren ordenen die je boven op je werkplek bij de hand wilt hebben;
- De kabels selecteren die je als mobiele gebruiker nodig hebt.
Onder de tafel
Stap 1: Merk de kabels
Gok niet langer welke adapter en welke stekker bij welk apparaat horen: begin met alles te merken. Een simpele labelprinter betekent al een groot verschil. Druk elk etiket tweemaal af (monitor, projector, gsm, enzovoort), vind de kabel en kleef vervolgens één van die etiketten op de spanningskabel, dichtbij de stekker of op de adapter. Kleef het andere etiket op de verbindingskabel. Bevestig de etiketten zo dat je aan de ene kant kunt aflezen welk apparaat er aan de andere kant aangesloten is. Het etiket ‘monitor 1’ zit dus dicht bij de computer, terwijl het etiket bij de monitor naar de aangesloten computer verwijst. Dat is vooral handig als je monitor meerdere aansluitingen heeft of als je met meerdere monitoren of computers werkt. Het belangrijkste voordeel van het merken is dat je nu alle kabels kunt lostrekken, uit de war halen en weer moeiteloos kunt aansluiten.
Stap 2: Geef alles een plaats
Rond je computer nestelt zich een heel arsenaal aan apparaten die je zelden aanraakt, zoals een ADSL-modem, een router en externe harde schijven. Dergelijke spullen verzamelen stof op de vloer of nemen ruimte in op je bureau. Je kunt ze beter onder het bureau wegwerken.
Deze stap vergt wat voorbereiding: je moet naar de winkel om het één en ander te kopen. Je hebt kabelgoten nodig en materiaal om je apparaten vast te zetten. Het handigste is om alle spullen op een plaat te monteren. Neem hiervoor een gaatjesbord zodat je de apparaten op een eenvoudige manier vast en los kunt maken. Gebruik bijvoorbeeld klittenband. Dat kun je op een rol kopen met de haakjes aan de ene kant en het pluizige deel aan de andere kant. Een alternatief is een plaat waar je schroeven in draait om je apparaten aan op te hangen, maar dan moeten die wel schroefgaten hebben.
Bevestig
onderaan een flinke stekkerdoos zodat alle
voedingskabels binnen de plaat kunnen blijven. Kies
hiervoor een exemplaar met spanningsbeveiliging en
een schakelaar, zodat je alles met één tik van je
voet kunt uitzetten. Dat is ook goed voor de
energierekening. Koppel bij voorkeur geen
stekkerdozen aan elkaar, maar koop een exemplaar dat
groot genoeg is om al je apparaten op aan te sluiten.
Stap
3: Snoerenrollades
Nadat alle apparaten zijn vastgezet steek je de
stekkers erin. De snoeren zijn vrijwel altijd te
lang. Bind ze in lussen samen. Zet de kabeltjes vast
met klittenband of de bindertjes die toch al bij het
snoer zaten toen je het apparaat kocht. Volg de
natuurlijk buigrichting en maak elk bundeltje zo
klein mogelijk en zet het vast op de plaat, maar trek
de boel ook niet zo strak dat je kabelbreuken
riskeert.
Bevestig desnoods kabelgoten onder je tafel om de
snoeren in goede banen te leiden. Sommige bureaus
hebben een voorgevormd gat waar je de kabels door
kunt steken.
Op de tafel
Investeer in een goede, van stroom voorziene usb-hub met voldoende poorten om je apparaten op aan te sluiten. Verbind alle losse usb-kabels met de hub, zodat je je complete apparatenpark met het hub-snoertje op de computer kunt aansluiten. De hub zelf kan je eventueel onder je bureau kwijt op de gaatjesplaat. Hetzelfde geldt voor de harde schijven die je op je computer aansluit.
Bij opladers zijn etiketten extra belangrijk, want voor je het weet sluit je de verkeerde adapter aan en weg is je nieuwe gadget. Sluit alle adapters aan op een stekkerdoos met schakelaar, zodat je deze bron van sluipverbruik met één klik de nek om kunt draaien. Werk de doos met adapters vervolgens netjes weg zodat je alleen nog de kabeltjes (met etiketten) ziet.
Heb je ook zo’n la vol reservesnoeren waaruit je af en toe een netwerk- of usb-kabel pakt? Lege spindle-dozen van dvd’s of cd’s zijn prima te hergebruiken als kabelbewaarders. Het zijn de perfecte opbergplaatsen voor al die kabels die je maar af en toe nodig hebt. Je rolt alle snoertjes simpelweg op en je steekt ze in het deksel van de doos. Draai de bodem om en … opgeruimd staat netjes. Alle kabels zijn nu rond de centrale staaf gewikkeld. Het is een ideale manier om die verpakkingen niet zomaar weg te gooien en daardoor bij te dragen aan de afvalberg, plus je ziet meteen welke kabels in welke doos zitten.
Kabelmanagement onderweg
Voorzie allereerst alle losse kabels van stukjes klittenband, waardoor je ze in opgerolde vorm vast kunt zetten. Plak ook nu weer etiketjes op de kabels en adapters. Bij elkaar gepropt in de donkere diepte van een tas lijken alle adapters op elkaar. Er bestaan ook kabeltasjes om je kabels overzichtelijk bij te houden (www.tucano.it).
VAN
DER LINDEN, H.,
Van kabelspaghetti tot snoerenrollade.
MacFan
77, juli/augustus 2008, p. 16-19.
http://www.decluttered.com/
(geraadpleegd op 29 augustus 2008)
EEN EIGEN WERKPLEK
Overmatig en langdurig computergebruik of het aannemen van een foute houding aan de computer kan leiden tot RSI, 'Repetitive Strain Injury'. Het is een verzamelnaam voor klachten in nek- en schoudergebied, armen, ellebogen, polsen, handen en vingers. Vaak hoor je ook de term 'muisarm' voor de typische pijn, stijfheid en tintelingen bij mensen die urenlang computeren. Meer dan de helft van de RSI-patiënten slikt dan ook regelmatig pijnstillers. Volgens een onderzoek van de European Foundation for the Living and Working Conditions heeft ongeveer vijftien procent van de Belgische bevolking te kampen met RSI. Hier volgen enkele tips over gezond computeren.
Koop het juiste materiaal
De oorzaken van RSI liggen vooral in onaangepast meubilair en een slechte houding. Een in de hoogte verstelbare bureaustoel is al een stap in de juiste richting. De armleuning van de stoel komt op gelijke hoogte met de werktafel. Pas bij voorkeur de bureauhoogte aan. Is dat niet mogelijk? Sleutel dan aan de stoelhoogte. Als je dan je voeten niet meer plat op de grond kunt zetten gebruik je best een voetsteun. Stel de zitdiepte in zodat je een vuist kunt steken tussen de knieholte en de voorste rand van de zitting. Laat de stoel licht naar voren hellen, dat bevordert de natuurlijk kromming van de rug. Laat het onderste deel van de rug tegen de rugleuning steunen. Stel de rugleuning daarop in. Zorg dat de onderbenen verticaal op de grond rusten in een hoek van negentig graden met de bovenbenen. De voeten rusten op de grond. Zit niet met gekruiste benen of schuin gedraaid.
Zit recht voor het toetsenbord en plaats het tot acht tot tien centimeter van de rand van het werkblad. Klap de pootjes bij voorkeur in omdat je anders gemakkelijk teveel druk legt op de polsen.
Probeer tijdens het typen je polsen recht te houden en laat ze ‘zweven’ boven het toetsenbord. Buig de pols niet te ver naar achteren. Zorg ervoor dat de armen bij het typen voldoende steun hebben van het werkblad of je stoelleuning.
In een ideale situatie kun je zowel bureaublad als bureaustoel (zitvlak én rugleuning) in de hoogte verstellen. Het bureaublad heeft minimaal een diepte van tachtig centimeter (honderd centimeter is ideaal) en een breedte van honderdtwintig centimeter. Het oppervlak heeft een lichte kleur.
DE
CRAEMER, J., POOT, J.,
Veilig online. Tips voor veilig ICT-gebruik op
school. Afdeling
Beleidscoördinatie Onderwijs, 2007, 84 p.
http://www.rsi-vereniging.nl/
(geraadpleegd op 4 januari 2009)
Koop
bij voorkeur een lcd-scherm. Dit type is minder
belastend voor de ogen omdat het vrij is van
vermoeiende flikkering. De oudere schermen,
CRT-schermen, sturen een elektronenschaal naar een
fluorescentiescherm om beelden te tonen. Dit
schermtype is onderhevig aan flikkering omdat het
beeld constant wordt 'ververst'. Als je toch zo'n
scherm hebt, stel de vernieuwingsfrequentie ervan in
op minimum zeventig Hertz. Dit doe je in Windows
onder Configuratiescherm > Vormgeving en Thema's
> Beeldscherm > Instellingen > Geavanceerd
> Beeldscherm.
Een goed beeldscherm is draai- én kantelbaar. Zit
recht voor het beeldscherm en plaats het vijftig tot
zeventig centimeter van je ogen. De bovenzijde van
het beeldscherm staat op ooghoogte. De kijkhoek is
dan ongeveer dertig graden. Een grotere hoek kan
nekklachten veroorzaken. Gebruik eventueel een
monitorverhoging.
Je leest makkelijker donkere tekens op een lichte
achtergrond (gebruik lichtgrijs als het scherm met
wit te veel flikkering geeft). Zorg dat de letters
voldoende groot zijn om makkelijk te lezen.
Kies bij voorkeur voor een optische lasermuis.
Gebruik je toch een muis met een balletje? Reinig het
dan regelmatig.
Een goede muis is niet te dik. Hoe dikker de muis,
hoe meer de hand achterover buigt. Dat is erg
belastend. Voor mensen met kleine handen is een
polssteun een oplossing. Leg de muis dicht bij het
lichaam en het toetsenbord. Hou ze in de hand in het
verlengde van je onderarm, buig de pols niet
achterover of naar links of rechts. Laat de zijkant
van de handpalm op de muismat rusten. Leg de muis
voor in de hand en laat de vingers ontspannen op de
muisknoppen rusten (dus niet krampachtig erboven
houden en niet knijpen).
Zorg voor een goede configuratie van de snelheid van
de muisbewegingen en het dubbelklikken. Als meerdere
muisbewegingen (optillen en opnieuw plaatsen) nodig
zijn om de cursor over het beeldscherm te bewegen,
dan is de muis te langzaam ingesteld. Staat de muis
echter te snel ingesteld, dan schiet de cursor zelfs
met de kleinste beweging al over het doel heen.
Werk je veel met een laptop? Plaats die dan op een
verhoog. Als je een laptop gewoon op een tafel
plaatst, is de lichamelijke belasting immers driemaal
zo groot. Je kijkt dan in een te grote hoek naar
beneden en je riskeert nekklachten. Als je regelmatig
meer dan twee uur met een laptop werkt, overweeg dan
het aanschaffen van een apart toetsenbord en een
aparte muis.
Beperk de duur van het computergebruik
Vermijd om lang in dezelfde houding te zitten. Ga regelmatig opnieuw goed zitten op je stoel, want ongemerkt zak je tijdens het werk lichtjes onderuit. Las regelmatig een korte pauze in en loop even rond.
Prikkelende ogen, een wazig gezichtsveld, hoofdpijn, ... , allemaal symptomen van te lang naar een beeldscherm staren. Er bestaat zelfs een term voor de heel erge gevallen: CVS of computervisiesyndroom.
Je werkplek
Er zijn veel mensen die tijdens bureauwerk vage klachten hebben zoals hoofdpijn, nekpijn en vermoeidheid. De klachten verdwijnen zodra ze iets anders doen. Een goede zithouding kan al veel doen, maar soms ligt de oorzaak in de omgevingsfactoren.
Zo kun je bijvoorbeeld hoofdpijn krijgen omdat je tegen fel licht in zit te kijken. Als je beeldscherm voor het raam staat, ga je automatisch met je ogen knijpen om goed in het scherm te kunnen kijken.
Een koude luchtstroom van bijvoorbeeld airconditioning of andere ventilatie kan na een tijdje stijve spieren opleveren.
Je werkplek kan zo zijn opgesteld dat je onbewust voortdurend wordt afgeleid door langslopende gezinsleden. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer je binnen je gezichtsveld de woonkamer of de keuken hebt waar altijd wel iemand iets staat te doen. Hou aan je bureau rekening met de volgende omgevingsfactoren.
Lichtinval. Zorg dat je monitor zo staat opgesteld dat er geen fel licht van achter het beeldscherm komt. Werk ook niet in het donker aan de computer, dat is ook vermoeiend voor de ogen. Bewaar daarnaast een afstand van zo’n vijftig à zeventig centimeter van het scherm. Plaats dat scherm voor zover het kan recht voor je, op een goed hoogte. Het licht van TL-lampen is zeker niet bevorderend. Het licht van zo’n lamp trilt en vanaf zo’n lamp ca. twee jaar oud is, kan men de trilling waarnemen en neemt de lichthoeveelheid langzaam af. Dat veroorzaakt bij een hoop mensen vermoeidheid en hoofdpijn. Naast dat is TL-verlichting het minst inspirerende en meest deprimerende licht dat je kan hebben in je werkplaats.
Temperatuur. Niet te warm, niet te koud. Als je vaak koude handen hebt, kan dat ook te maken hebben met het aantal uren waarin je voor je computer zit. Omdat je bij het typen en muisgebruik de spieren in de onderarm zwaar belast, is een goede doorbloeding juist belangrijk. Het bloed zorgt ervoor dat er voedingsstoffen en zuurstof in de spieren komen en de afvalstoffen worden afgevoerd. Als de doorbloeding vermindert, kunnen de afvalstoffen in de spieren zich gaan ophopen waardoor spieren en pezen sneller verzuren en verkrampen.
Luchtstroming. Ga niet in de tocht zitten onder een airconditioning of een ander ventilatiesysteem. Een koude stroming kan ervoor zorgen dat je je schouders optrekt en dat je spieren sneller stijf worden. Ramen sturen trouwens vaak een koude straling uit.
Afleidende zaken binnen je gezichtsveld. Met een rustige achtergrond kun je je makkelijker concentreren op je werkzaamheden en word je minder snel moe.
Toetsenbord. Stel het toetsenbord zo plat mogelijk op en laat voor het toetsenbord voldoende plaats vrij (tien tot vijftien centimeter) voor de steun van voorarmen en polsen. Stel de stoelhoogte zo in dat je wanneer je je voorarmen horizontaal houdt, deze zich ongeveer op de hoogte van het werkblad bevinden en je voeten plat op de grond kunnen rusten.
http://lifehacking.nl/kantoor-tips/vage-klachten-op-kantoor/
(geraadpleegd
op 4 januari 2009)
http://www.interfysiek.nl/nieuwsbrief/nieuwsbrief22feb07/index.htm/
(geraadpleegd op 4 januari 2009)
http://www.vacature.com/art4114/ (geraadpleegd op 4
januari 2009)
Een opgeruimde werkplek is een opgeruimd hoofd
Je bureau is je startplaats voor je werkzaamheden. Daarom vind je hier tips om je bureau op te ruimen en te organiseren. Deze tips gelden zowel voor je bureau thuis als die die in je klas staat.
- Ruim de pennen en potloden op die je niet gebruikt of niet nodig hebt. Je hebt aan twee pennen (een gewone en een rode of groene, naargelang je voorkeur) en één potlood genoeg. Zorg ervoor dat die extra pennen niet in het zicht liggen, of nog beter, gooi ze gewoon weg. Dat geldt zéker voor het schrijfgerief dat niet meer werkt.
- Geef je oplaadstation een plek. Maak op je bureau of in een la een plekje waar je al je opladers hebt liggen van je telefoon, je PDA of ander elektronisch gerief. Zo heb je alles bij elkaar liggen en hoef je niet steeds op zoek naar de opladers.
- Veelgebruikte items vlakbij leggen. Het is zo voor de hand liggend, maar hoe vaak worden bureaus ingericht op basis van esthetische waarden in plaats van op basis van handigheid. Zorg ervoor dat je de spullen die je vaak gebruikt het makkelijkst kunt pakken.
- Een elektronica-vrij bureau. Modems, router, externe harddisk. Je gebruikt ze waarschijnlijk vaak, maar zorg ervoor dat ze buiten je directe beeld liggen of staan.
- Documenten binnen handbereik. Hoge kasten en opbergsystemen voor documenten zijn mooi, maar het is handiger om je documenten op draai-afstand van je stoel te hebben. Zorg ervoor dat je voldoende lege mapjes hebt en een goede labeler om snel en eenvoudig nieuwe mappen te maken.
- Scan je documenten. Het scannen en digitaal opbergen (én back-uppen) van belangrijke documenten kan een enorme ruimtebesparing opleveren.
- Hou een notitieblokje bij de hand om te gebruiken als ‘ubiquitous capture tool’, heel handig wanneer er je tijdens een telefoongesprek, een kort gesprek met een collega of een leerling, iets te binnen schiet. Je kunt een en ander onmiddellijk op je computer noteren, maar een simpel schrijfblok of schrift en een pen werken vaak net zo effectief.
- Verlichting. Zorg voor voldoende daglicht op je werkplek. Als dat lastig is, zorg er dan in elke geval voor dat je goede verlichting bij je bureau hebt.
- Organiseer ‘as you go’. Het is efficiënter om gedurende de werkdag ervoor te zorgen dat je bureau opgeruimd en georganiseerd blijft dan te proberen aan het einde van de dag of de week alles op orde te krijgen. Pak het steeds klein aan en probeer je bureau opgeruimd te houden.
http://lifehacking.nl/kantoor-tips/10-tips-voor-een-opgeruimd-bureau/
(geraadpleegd op 4 januari 2009)
EEN BORDKALENDER
Deze
uitwisbare schrijfoppervlakken bieden je een
organisatorisch steuntje in de rug, zeker wat de
klasorganisatie betreft. Je kan zoiets echter ook
thuis gebruiken als een gezinsplanner.
Met wat bordverf kun je nu je eigen bord maken, zo
groot als jij dat wil. Je vindt het in elke redelijk
uitgebreide verfwinkel. De standaardkleuren die je in
de winkel vindt zijn zwart en groen, maar
tegenwoordig kan je zulke verf in talloze kleuren
verkrijgen. Als je het goed aanpakt, beschik je over
een hoogsteigen organisatiemiddel om de praktische
zaken voor de leerlingen overzichtelijk te maken.
Je kan er bijvoorbeeld afspraken op noteren, zoals
toetsen en deadlines. Naast de eigenlijke kalender
kan je nog plaats maken voor korte notities, lijstjes
en boodschappen. Organiseer dat dan in verschillende
vakjes waaruit blijkt welk kleur je gebruikt voor
welke klas. Hanteer dat kleurensysteem dan ook in de
kalender zelf.

Schrijf liever geen lesonderwerpen op de kalender,
maar alleen belangrijke dingen. De lesonderwerpen
schrijf je beter gewoon op het bord, waarna ze het
meteen in hun agenda kunnen zetten. De klassieke
manier, dus.
Zes rijen met vijf vakjes, zes schoolweken
georganiseerd in vierkanten met verschillende tinten
of kleuren om overzicht te bieden in wat de
leerlingen te wachten staat. Waarom zes weken? Op die
manier beslaat de kalender een maand plus een week.
Zo hoef je niet om de drie à vier weken alles te
herschikken, maar doe je dat telkens in het begin van
elke maand.
Begin met een basislaag zwarte bordverf. Eventueel
kun je zelfs een onderlaag van magneetverf aanbrengen
zodat je het later ook kan gebruiken als magneetbord
om er papieren en andere zaken aan te hangen.
Magneetverf is in feite een acryllatex met een
magnetisch bestanddeel. Hoe meer lagen, des te groter
de aantrekkingskracht. Als je hiervoor kiest, zorg er
dan eerst voor dat je een viertal lagen magneetverf
aanbrengt vooraleer je de bordverf aanbrengt. Als je
zo’n organizer niet ziet zitten, dan kan je er nog
altijd voor kiezen om een bepaald oppervlak met
magneetverf te bedekken en dat dan later met de
gewone muurkleur te beschilderen. Zo beschik je over
een onzichtbare magnetische
strook.
De
matte verf kan op verschillende ondergronden worden
aangebracht (hout, staal, plamuur). Mix de zwarte
bordverf in verschillende verhoudingen met witte verf
om meerdere tinten te maken. Hoe meer wit, hoe
lichter je de tinten van de verschillende vierkanten
kunt maken. Je kan er uiteraard ook voor kiezen om de
verf in de winkel te laten mengen of om meteen
verschillende kleuren te kiezen, naargelang je
persoonlijke voorkeur.
Je
kunt het zelfs aan de binnenkant van kastdeuren doen
om een overzicht te behouden van wat er zich allemaal
in de kast bevindt of er zich in zou moeten bevinden.
Begin met een latex verf in eender welke kleur. Hou
het voor kleine oppervlakken, zoals een kastdeur,
voorlopig bij één kopje.
Giet
één kopje in een container. Voeg er twee lepels
zandloos tegelgruis aan toe. Zorg ervoor dat je
tijdens het mengen de brokken afbreekt. Breng de verf
aan met een roller. Werk in kleine secties waarbij je
meermaals over hetzelfde oppervlak gaat. Zo zorg je
ervoor dat je een effen, dikke laag aanbrengt. Laat
het nu drogen. Werk het verder af met licht
schuurpapier. Wrijf het stof weg. Wrijf de zijkant
van een krijtje volledig uit over het ganse oppervlak
om het ‘klaar te maken’ om beschreven te worden. Maak
het bord weer schoon met een bijna-droge spons (niet
té nat).
http://www.marthastewart.com/article/make-custom-color-chalkboard-paint/
(geraadpleegd
op 4 januari 2009)
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleID=gcmhbpoe/
(geraadpleegd
op 4 januari 2009)
OP TIJD GAAN SLAPEN
http://lifehacking.nl/thuis-tips/schud-jezelf-af-en-toe-wakker/
(geraadpleegd
op 16 november 2008)
VERGADERTIPS
"Ik kan mij mateloos storen aan ongeorganiseerde vergaderingen. Dat heeft vaak te maken met de voorzitter die de vergadering niet efficiënt, of misschien zelfs helemaal niet, leidt. Er wordt ‘geluld’. Mijn tijd is ook belangrijk. Ik wil zeker veel vergaderen, maar dan efficiënt. (...) Ik heb er wel een oplossing voor gevonden: ik ben van bijna alle vergaderingen die ik belangrijk vind, bijvoorbeeld studiekeuzebegeleiding, zélf voorzitter geworden. Een goede voorzitter ging weg, ik wilde het doen en de collega’s waren akkoord. (...) Ik vind die vergaderingen dan leuk, omdat ze efficiënt verlopen."
Uit interviews bleek dat leerkrachten veel belang hechten aan een krachtdadige leiding tijdens een vergadering. Ze stellen het vooral op prijs wanneer bij aanvang het doel van de vergadering heel duidelijk geformuleerd wordt.
Enkele tips bij vergaderingen:
- Bepaal een duidelijke agenda met doelen en uitgangspunten.
- Als je zelf een vergadering belegt, nodig alleen de personen uit die echt nodig zijn. Plan die vergadering dan ruim van te voren. Dat kan helaas niet altijd, maar zorg ervoor dat iedereen genoeg tijd heeft om voorbereidingen te treffen.
- Kom niet te laat. Vergaderingen die niet op tijd beginnen, zijn echt storend. Vergaderingen die te lang uitlopen ook. Als je dus zelf de vergadering belegt, begin en eindig op tijd. Je gesprekspartners hebben vaak nog meer te doen.
- Gesprekken die onder vier ogen gevoerd moeten worden, voer je best onder vier ogen. Er is niets vervelender dan wanneer twee personen tijdens een vergadering iets samen moeten uitzoeken. De rest zit er dan ook maar bij voor spek en eieren.
- Hou je aan de onderwerpen. Vergader dus functioneel. Achteraf kan je altijd nog over koetjes en kalfjes praten.
- Deze vragen veranderen de vergadercultuur in je school: Wat willen we bereiken? Tegen wanneer? Wat is de volgende actie en wie doet het? Begin nooit een vergadering met de vraag “Wie heeft een goed idee?”
- Zijn de agendapunten die jou aangaan al gepasseerd? Of komen ze pas op het einde van de vergadering aan bod? Gebruik je laptop om te werken aan de zaken die voor jou op dat moment belangrijk zijn.
- Vergaderingen beginnen bijna altijd te laat. Gebruik die extra tijd om het verslag van de vorige vergadering of andere documenten nog eens na te kijken.
- Ken je de mensen niet? Maak een schets met de tafel en de stoelen, noteer de namen en enkele kenmerken (Kevin, 24 jaar, baard).
- Leid je zelf een vergadering en merk je dat aan een van de tafelhoeken gekonkelfoesd wordt? Bereid je hierop voor door wat snoepjes in je tas te houden. Gooi de snoepjes in hun richting en profiteer van het spontane geknabbel om het gesprek weer naar je toe te trekken. Sommigen gaan zelfs zover om een toeter mee te nemen en op die manier de aandacht weer naar hen te trekken. Onorthodoxe methoden, maar ze werken!
- Hou de vergaderingen al staande. Dat stimuleert de mensen om snel tot een oplossing te komen.
http://lifehacking.nl/kantoor-tips/10-tips-voor-een-effectieve-vergadering/
(geraadpleegd
op 4 januari 2009)
"Ik heb liever dat er niet gegeten wordt tijdens een vergadering. De kans bestaat dan dat ze het als een café gaan beschouwen."
DE TADAAA-LIJST
Voldoening hebben in je werk is belangrijk. Kenniswerkers delen voor een groot deel hun eigen tijd in. Het is dan ook belangrijk om na te denken over hoe je jezelf gemotiveerd houdt. Even stilstaan bij alles wat je doet en wat je al gedaan hebt doet wonderen voor je eigen voldoening over die dag.
Het maakt eigenlijk niet zoveel uit hoe jouw TADAAA-lijst eruit ziet. Hier volgen enkele voorbeelden. Je kunt er uiteraard ook zelf verzinnen.
- Neem een vel papier en schrijf in de loop van de dag alles op wat je doet.
- Maak een filter voor je digitale Eerstvolgende Acties waar alleen je afgewerkte taken in komen te staan. Liefst gegroepeerd op datum, zodat je makkelijk kunt zien dat je vandaag negentien acties hebt afgestreept en gisteren vierendertig.
- Hou een logboek bij per project. Maak gewoon een apart tekstdocument waar je voor een bepaald project elke dag aantekeningen in maakt over wat je hebt gedaan, hoe het gaat, hoe je je voelt, enzovoort.
TRAPANI,
G.,
Upgrade your Life.
Indiniapolis, Indiana, Wiley Publishing, Inc., 2008,
450 p.
OOSTERKAMP, T.J.,
Meereffect. AJ
Doorn, s.n., 2006, p. 75-78.

