Digitale lifehacks

WAAROM EEN APPLE OP SCHOOL?


Dit artikel staat al een hele tijd online. De schrijver ervan verdedigt de stelling dat Apple-computers meer plaats verdienen in onze scholen. Zelf gebruik ik ook Apple-producten en ik zou voor geen geld ter wereld terug willen gaan naar de pc. Ik werk gewoon veel sneller en liever op een Mac. Je zou me een fanboy kunnen noemen en ik weet dat dat niet altijd in dank wordt afgenomen. Daarom zou ik zo'n artikel ook niet kunnen schrijven zonder ongeloofwaardig over te komen. Marcel de Leeuwe doet het echter wél op een nuchtere manier. Hij draagt doordachte argumenten naar voor. Niet alleen het artikel zelf is interessant, ook de reacties erop zijn de moeite waard om eens door te nemen.

1





GEMAKKELIJK HELE BOEKEN SCANNEN


Sommige lifehacks zijn zo voor de hand liggend dat je je echt afvraagt waarom iemand anders daar niet eerder is opgekomen! Het zal nog even duren vooraleer dergelijke toestellen bij ons op de markt komen, maar ik kijk er alvast naar uit. Wanneer je nu een paar bladzijden uit een boek wilt scannen, dan doe je dat niet in 1-2-3. In dit Koreaanse filmpje wordt een scanner gedemonstreerd die je toelaat om heel gemakkelijk héle boeken te digitaliseren. Handig voor wanneer je werkt met programma's zoals Kurzweil, maar in het licht van de opkomst van e-readers en toestellen zoals de iPad, kunnen dergelijke toestellen écht wel van pas komen, ook in de klas (ooit, in een verre mooie toekomst). Nog even geduld, dus.

(gevonden op www.ictoblog.nl)





23 TIPS VOOR SNELLER EN SLIMMER E-MAILEN


Als leerkracht gebruik je, naast Smartschool of andere leerplatformen, heel vaak e-mail om met je collega's en leerlingen te communiceren. Over e-mail en e-mailetiquette vind je al heel wat
informatie op deze site, maar op www.lifehacking.nl vond ik onlangs dit artikel. Het is zeker de moeite waard om het eens snel door te nemen.

Gebruik je Outlook en wil je je e-mailgedrag nog meer optimaliseren? Schrijf je dan in op deze gratis
mini-cursus. Je krijgt dan vijf dagen elke dag een e-mail met handige tips. Daarnaast ontvang je elke twee weken een gratis artikel over slimmer werken.


HOE JE VERSCHILLENDE SMARTSCHOOLADRESSEN AAN ELKAAR KAN LINKEN


Over
Smartschool is al heel wat gezegd en geschreven. Dat de invoering ervan een grote invloed heeft gehad op de workflow van heel wat leerkrachten is absoluut geen understatement, zowel in negatieve als positieve zin. Of je er nu een voor- of een tegenstander van bent, het is er om te blijven. Dus je leert er beter meteen goed mee werken. Wanneer je dieper graaft, vind je namelijk heel wat manieren om het jezelf gemakkelijker te maken.

Wanneer je bijvoorbeeld op meer dan één school werkt, dan kan het invoeren van al die verschillende Smartschool-URL's, loginnamen en wachtwoorden al snel een spreekwoordelijke 'pain in the ass' worden. Je verliest kostbare tijd, terwijl je niet altijd op voorhand weet of al die verschillende stappen wel iets zullen opleveren. Klik, klik, typ, typ, klik, klik, ... Om gek van te worden! Gelukkig biedt Smartschool zelf een oplossing.

Klik rechtsboven op
Profiel.
Klik op
Mijn sleutelhangers.
Klik op
Nieuwe sleutelhanger.

Afbeelding 1


Klik op
Nieuwe sleutelhanger.
Klik op
Account toevoegen of verwijderen.

Afbeelding 2


Klik op
Account toevoegen.
Vul alle gegevens in (volledige URL, loginnaam en wachtwoord).
Klik op
Opslaan.

Afbeelding 3


Voeg nu eventueel nog andere Smartschooladressen in.

Ga daarna terug naar je startpagina van je hoofdaccount.
Klik linksboven op je naam.
Klik nu op het gewenste Smartschooladres en je komt er zonder in te loggen op de startpagina!

Afbeelding 4

Met dank aan Marijke Lagrou!




GOOGLE KLADBLOK, GRAFISCH TABLET, MAPPEN VOOR VERWERKTE E-MAILS EN GOOGLE AGENDA

Het verheugt me dat sommige enthousiaste leerkrachten mij af en toe lifehacks sturen. Een tijdje geleden stuurde Liesbeth Debruyn, leerkracht informatica in GO! Malle me de onderstaande e-mail. Als er nog mensen zijn die zich geroepen voelen om hun steentje bij te dragen, stuur me een e-mail (funkyfre@gmail.com). Ik zet jouw lifehack(s) dan zo snel mogelijk online. Deze site wordt ondertussen al op regelmatige basis door heel wat leerkrachten bezocht, dus jouw ideeën verwateren zeker niet in die onmetelijke trog der vergetelheid die we het internet noemen.

Beste Frederick,

Hier enkele tips, die ik zelf toepas en die volgens mij wel passen in het lifehack-idee...

  • Ik gebruik Google kladblok om interessante links, afbeeldingen,... te bewaren, die ik tegenkom tijdens het surfen en die ik op dat moment niet nodig heb. Je kan heel gemakkelijk verschillende kladblokken beheren, er commentaar bij zetten en labels toekennen.
  • Ik werk voortaan ook met een grafisch tablet (Bamboo van Wacom) in plaats van een muis, Ik ben er heel tevreden over omdat je vlotjes de digitale en papieren voordelen kan combineren. Op Bamboo space (http://www.bamboospace.eu/#) kan je bijvoorbeeld visuele ideeën, afbeeldingen,... zetten en er schetsmatig vanalles bij noteren, dat kan ook met andere documenten. Ik kijk nu nog uit naar een betaalbare Smartphone waarmee ik dat ook mobiel kan doen.
  • Ik orden al mijn verwerkte mails die ik wil bewaren in mappen, zo kan ik mijn mailbox(en) regelmatig (ongeveer één keer in de maand) helemaal 'leegmaken'.
  • Google agenda stuurt je e-mails x aantal tijd voordat je afspraak doorgaat, je kan daar dus ook to do's inzetten. Je kan dat allemaal vlotjes instellen.

Groetjes en succes nog met je site,
Liesbeth

Liesbeth Debruyn
Leerkracht Informatica GO! Malle


KICKYOUTUBE

Stel, je hebt een computer in de klas die je kan aansluiten op een televisiescherm of op een projector, maar je hebt geen internet in dat lokaal. Op YouTube zag je een filmfragmentje dat je graag wilt gebruiken in een van je lessen. Je kan speciale programma’s downloaden om een van die miljoenen YouTube-filmpjes op je harde schijf te zetten, maar het kan ook veel simpeler. Surf gewoon naar de YouTube-pagina waar het filmpje staat, bijvoorbeeld http://www.youtube.com/watch?v=ksVkFwaZFWw&feature=channel_page en verwerk er het woordje ‘kick’ in, net na de ‘www.’ en voor ‘youtube.com’. Dan surf je automatisch naar deze URL: http://kickyoutube.com/watch?v=ksVkFwaZFWw&feature=channel_page. Daar kan je meteen kiezen in welk videoformaat je het filmpje wil downloaden (.avi- of .mp4-filmbestanden kan je met bijna alle videoprogramma’s afspelen). Het wordt online geconverteerd naar het formaat dat jij hebt gekozen en enkele minuten later staat het filmpje op je computer of op je usb-stick, klaar om aan de klas te worden getoond.




PAPIERLOOS ONDERWIJS?

Papierloos werken we wellicht nooit, zeker niet in het onderwijs. Je kan echter wel proberen om het tot een minimum te beperken. We moeten onze kijk op papier veranderen. Voor je iets afdrukt, ga even na of het echt wel nodig is. Is het echt nodig om die e-mail af te drukken? De medewerkers van www.treehugger.com sluiten elke e-mail af met deze zin: ‘Eco-tip: Printing e-mails is usually a waste’. Dat kan nogal prekerig lijken, maar soms hebben we prekers nodig om ons in de goede richting te sturen. Mensen sturen sowieso al tonnen e-mail, die e-mails dan nog eens afdrukken is echt geen goed idee.

Het heeft een tijdje geduurd, maar PDF is de wereldwijde standaard geworden om documenten op te slaan en te bekijken. De afkorting zegt het zelf: portable document format. In het onderwijs worden heel veel documenten uitgewisseld. Waarom niet proberen om dat zoveel mogelijk digitaal te doen? Een Word-document als bijlage meesturen is schering en inslag, maar niet iedereen werkt met dezelfde tekstverwerkers. Er bestaan ook verschillende versies van Word en niet iedereen kan eender welk Word-bestand openen en lezen. Microsoft is daar duidelijk in de fout gegaan. Iedereen kan echter wel pdf-bestanden lezen. Als je dat niet kan, download dan een gratis programma zoals
Acrobat Reader of Foxit Reader.

Er bestaan uiteraard nog andere manieren om te besparen op papier: de twee kanten van een blad bedrukken, de achterkanten van oud papier bedrukken voor persoonlijke documenten, enzovoort.

COSTA, D., Three Steps to the Paperless Office. PCmag. 27 maart 2008, s.p.



EXPERIMENTEREN MET NIEUWE TECHNOLOGIEËN

Sommige enthousiaste leerkrachten willen niets liever dan al die mogelijkheden die de moderne technologie biedt meteen gebruiken. Een voorbeeld: stel dat een leerling een lange tijd afwezig blijft. Of stel dat je niet op school kan zijn om een belangrijke les te geven. Lessen opnemen en presenteren via YouTube is al geprobeerd, maar het bleek dat de resultaten toch wat tegenvielen. Interactie is onmogelijk, dus er kan alleen maar gedoceerd worden. Plus, het feit dat mensen naar je kijken op een scherm betekent niet dat ze ook daadwerkelijk interesse hebben in wat je aan het doen bent. Je kan het altijd proberen, maar wees dan boeiend, zorg voor structuur en hou het niet te lang. Het is niet omdat dit experiment geen succes was dat jij zelf niets kan proberen met al deze nieuwe mogelijkheden.

Een projector kan je voor tal van leuke dingen gebruiken in de klas, maar er blijven nog veel wegen onbewandeld. Een auteur uitnodigen in de klas kan bijvoorbeeld veel simpeler. Je hebt er wel een goede internetverbinding voor nodig. Met behulp van een webcam, een videochatprogramma (zoals Skype, iChat, Adobe Connect of ooVoo) en een beamer (met of zonder Smartboard) kan je bij wijze van spreken elke welwillende auteur, expert of eender wie in de klas brengen. Die kan dan probleemloos interageren met de leerlingen. De leerling die een vraag wilt stellen, kan dan even naar voor komen zodat hij of zij ook goed zichtbaar en hoorbaar is voor de persoon aan de andere kant van de lijn. Het kost jou weinig moeite, maar vooral, het kost de auteur of de expert ook weinig moeite. Daardoor stijgen je kansen op diens welwillendheid exponentieel. Met een beetje geluk gebruikt die dan ook videochatsoftware waarmee je ook foto’s en filmpjes kan tonen. Zo kan die wat hij of zij vertelt, meteen illustreren.

http://expertopafstand.kennisnet.nl/ (geraadpleegd op 7 juni 2008)



RIPPEN EN TORRENTS

Deze post gaat over die zaken die zich op de randen van de wettelijke lijnen bevinden. Wil je een dvd-fragmentje gebruiken in de klas, maar je wilt die dvd niet kopen, dan kan je die altijd ‘rippen’. Dan zet je het filmformaat van de film op de dvd om in een formaat dat je op de computer of een ander toestel kan afspelen. Voor Windows bestaan bijvoorbeeld de gratis programma’s DVD Shrink en DVDFab HD Decrypter, voor macs is dat Handbrake. Met programma’s zoals Quicktime Pro, Windows Movie Maker, iMovie, enzovoort, kan je dan nog eens knippen en plakken in het filmmateriaal. Kan je een bepaald videobestand niet openen? VLC-player opent bijna alles.

Vind je een bepaalde film of documentaire niet in de bibliotheek? Je kan die altijd downloaden via torrentprogramma’s als
BitTorrent. Dat is een systeem om peer-to-peer data uit te wisselen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een centrale locatie (de tracker) die de downloads coördineert, maar zelf geen bestanden levert. Het downloaden zelf gebeurt niet centraal en bestaat uit het uitwisselen van stukken van bestanden tussen alle gebruikers die op dat moment meedoen aan het up- en downloaden. Zo’n gecoördineerde groep wordt een torrent (Eng. stortvloed) genoemd. Wanneer je begint met het downloaden van een bestand, dan begin je vrijwel meteen met ook de stukjes die je al binnen hebt, te uploaden naar andere gebruikers. Op dat moment ben je een peer in het netwerk. De tracker zorgt ervoor dat je in contact komt met andere peers. Omdat iedereen tegelijkertijd downloadt en uploadt is de snelheid niet beperkt tot de uploadsnelheid van een enkele aanbieder, maar kan het in het optimale geval de som zijn van de uploadsnelheden van alle actieve aanbieders. Dat kan door Peer Exchange. Hierbij verbindt een verbonden peer jou met andere peers.

Zodra je het hele bestand binnen hebt, wordt je zelf ook seeder. Het wordt over het algemeen op prijs gesteld dat je dan niet meteen de torrent afsluit, maar nog een tijdje blijft seeden. Een goede vuistregel voor het seeden is dat je minstens zoveel data seedt als je zelf hebt binnengehaald. De upload/downloadratio voor de torrent is dan 1:1 of hoger. Doe je dat niet, dus meer downloaden dan uploaden, dan noemt men je een leecher. Deze mensen hebben een negatieve invloed op de torrent doordat ze profiteren van andermans bandbreedte zonder iets terug te geven.

http://nl.wikipedia.org/wiki/BitTorrent/ (geraadpleegd op 15 september 2008)





OVERAL TOEGANG TOT JE DIGITALE DOCUMENTEN

Probleem: je geeft zo meteen een les, maar je moet de werkblaadjes nog afdrukken en kopiëren. Je neemt je USB-stick met je zorgvuldig uitgewerkt lesmateriaal, vijf seconden later besef je dat je dat bestand niet op je USB-stick hebt gezet. Het staat nog op je thuiscomputer. Wat doe je?

Zowel Google als Yahoo hebben software gemaakt om snel de documenten op je bureaublad van je thuiscomputer online te downloaden vanop een andere computer. De populairste is die van Google. Daar heb je een Google-account voor nodig. Ga naar
www.desktop.google.com om de zoeksoftware te downloaden. Doe dat op allebei de machines. Klik op ‘Desktop Preferences’, daarna op ‘Google Account Features’. Vink het vakje aan naast ‘Search Across Computers’. Hierdoor worden alle documenten naar de Google servers gekopieerd van waaruit je het betreffende document kunt downloaden.

Je kan er uiteraard voor kiezen om de USB-sticks te laten vallen en al je documenten online bij te houden. Google Docs is daarvoor een uitstekende keuze. Je kunt je documenten ook op Smartschool > Intradesk bewaren, maar Google Docs laat zelfs toe om je documenten online te maken!

VAUNINI, V., Ten Things Your IT Department Won’t Tell You. The Wall Street Journal, 30 juli 2007, s.p.



DE SCHOOLCOMPUTERS

Op gesloten netwerken, zoals die op de meeste scholen, is het vaak niet mogelijk om bepaalde software te downloaden. De systeembeheerders doen dat om virussen en andere problemen te vermijden. Scholen zijn namelijk een gemakkelijke prooi voor misbruiken door hackers, virus- en junkmailverspreiders. Leerlingen vinden heel snel hun weg naar schadelijke websites of de websites vinden hén. Dat is de reden waarom er soms beperkingen zijn ingesteld op schoolcomputers. Het kan echter vervelend zijn wanneer je net die software probeert te downloaden die je wilt gebruiken of al gebruikt op je eigen computer.

Er zijn twee gemakkelijke manieren om dit probleem te omzeilen: vind online alternatieven of breng de software mee op een extern apparaat. De eerste manier is gemakkelijker. Stel dat de school niet toelaat dat je de populaire
AOL Instant Messenger gebruikt, dan kan je nog steeds chatten via de online versie van deze dienst, AIM Express. Of gebruik Google Talk. Er bestaan ook online programma’s zoals muziekspelers, videospelletjes, enzovoort. Het zijn echter versies met minder functionaliteit dan de programma’s die normaal op je harde schijf zijn geïnstalleerd.

De andere manier is wat omslachtig, maar het resultaat is wel bevredigender. Download de software op een draagbaar apparaat zoals een iPod of een USB-stick met behulp van een dienst zoals
Portable Apps. Verbind het apparaat met de schoolcomputer en installeer het van op het externe apparaat.

Wees echter heel voorzichtig met wat je installeert. Het risico bestaat dat bepaalde software veiligheidsproblemen veroorzaken. De IT’er op je school houdt de gebruikte software op de schoolcomputers in het oog. Wanneer er problemen zijn, kan die persoon (of personen) die problemen proberen op te lossen. Dat is niet het geval met software die je zelf hebt meegebracht. Heel problematisch wordt het wanneer je dubieuze software installeert, software waar bijvoorbeeld spyware in zit. Daardoor breng je niet alleen je eigen informatie in gevaar, maar ook de informatie van al je collega’s. Dit kan je voorkomen door het antivirusprogramma zo in te stellen dat de computer wordt gescand naar mogelijke bedreigingen. Dat is meestal gemakkelijk in te stellen in het ‘Opties’- of het ‘Settings’-menu.

Soms stellen systeembeheerders ook in welke sites niet kunnen worden bezocht op de schoolcomputers, zoals porno- of goksites en online e-maildiensten, misschien zelfs YouTube. Je kan dit echter omzeilen door naar een derde site, een zogenaamde proxy, te gaan en daar de URL in de ‘searchbox’ in te tikken. Een goede site om dat te doen is
www.proxy.org. Deze site brengt je dan naar de site waar je naar toe wilt. Je kan het zelfs doen via Google. Gebruik Google’s vertaaldienst en vraag het om een Engels-naar-Engels-vertaling te doen. In het vakje typ je dan het volgende:

Afbeelding 1

Vervang uiteraard ‘geblokkeerdesite’ door de URL die je wilt bezoeken. Google gedraagt zich op deze manier als een proxy.

Het gevaar bestaat uiteraard dat je betrapt wordt. Maar er zijn nog veel grotere risico’s. Online criminelen kopen soms URL’s van populaire sites die verkeerd gespeld zijn. Die sites worden gebruikt om de computers van de bezoekers op te zadelen met virussen. Dit zijn de sites die door systeembeheerders vaak worden geblokkeerd. Maar deze methode laat dat dus wel toe. Wees dus accuraat bij het spellen van de sites die je wilt bezoeken.

Maak hier geen gewoonte van. Gebruik deze methode alleen maar voor die sites die je nodig hebt om professionele redenen. Bezoek je een site waarvan je liever niet wilt dat iemand weet dat je naar zo’n site surft? Bijvoorbeeld op de laptop die je van school krijgt (maar eigenlijk het eigendom van de school blijft)? Of misschien surfte je zoon of dochter wel naar een ‘onbetamelijke’ site? Zou je je doodschamen wanneer iemand zou vermoeden dat jij geïnteresseerd bent in zulke dingen? Geen paniek, je kan je browsergeschiedenis gemakkelijk deleten. Maar zelfs wanneer je je sporen goed bedekt, kan je nog altijd in nesten komen te zitten als door jouw surfgedrag spyware op de computer is terechtgekomen.

De beste tip om zulke zaken te voorkomen: gebruik de schoolcomputer of de laptop die je van je school mag gebruiken nooit voor zaken waarvan je niet wilt dat iemand anders ze te weten komt. Als je illegale software gebruikt op school, loopt de school altijd het risico een boete van de BSA (Business Software Alliance) te krijgen. Nog een nadeel van illegale software is dat je geen recht hebt op updates en patches (klein stukjes software die door de uitgever van de software worden gemaakt om fouten in de software te herstellen).

VAUNINI, V., Ten Things Your IT Department Won’t Tell You. The Wall Street Journal, 30 juli 2007, s.p.
STANGER, S.,
Lifehacking. The Mac Attack 80 (audiopodcast), 28 november 2007.



EEN LEEG BUREAUBLAD

Net zoals er op je bureau alleen die dingen liggen waar je mee bezig bent (dat zou toch zo moeten zijn), zo zou je digitaal bureaublad er ook moeten uitzien. Bij de meeste mensen is het bureaublad een verzamelplaats voor documenten, snelkoppelingen en programma’s. Het is dan een verzamelplaats voor alle dingen waar je niet meteen een plaats voor vindt. Dat is heel vervelend wanneer je in een programma zit en dan bijvoorbeeld vensters moet beginnen verschuiven om een bepaald document terug te vinden op de desktop.

Waarom zou je nog programma’s op het bureaublad zetten wanneer er verschillende soorten application launchers bestaan ( ‘programmastarters’ ). Stel een toetscombinatie in, druk die twee toetsen tegelijk in en typ je daarna de eerste twee letters van het programma dat je wilt opstarten. Op een paar seconden tijd start het programma op.

Gebruik de zogeheten widgets, die kleine programma’s die continu op de desktop draaien, alleen maar wanneer ze echt een meerwaarde opleveren. Een kalender bijvoorbeeld, een digitale klok, kattebelletjes, enzvoort. Ze moeten productief en behulpzaam zijn, geen spelletjes of andere dingen die je afleiden van je werk. Hoe leger je bureaublad trouwens, hoe beter zowel jij als je computer presteren!



LEERLINGEN LEREN OMGAAN MET VEEL INFORMATIE

Nieuwe technologieën maken het zeer eenvoudig om veel informatie ter beschikking te stellen. Maar de gebruiker ziet daardoor vaak door de bomen het bos niet meer.

natuurlijke taal in Google

Dankzij het internet hebben zowel leerkrachten als leerlingen toegang tot een onmetelijke bron van informatie. Daar je weg in vinden is niet gemakkelijk, maar het teveel aan informatie is niet de oorzaak van stress. De hoeveelheid informatie is niet het probleem, het probleem is die twee afgedrukte pagina’s die je hebt afgedrukt en nu op je bureau liggen.

Je aanvaardt niet dat leerlingen elkaars taken overschrijven. Je aanvaardt ook niet dat ze klakkeloos knippen en plakken van het internet. De beste aanpak is de positieve: moedig leerlingen aan om bronnen te raadplegen én te citeren. Dat stimuleert ze om informatie te zoeken, te beoordelen en er gevatte uitspraken uit te lichten die in de context passen. Een vaardigheid die ze hun hele schoolcarrière lang nodig zullen hebben. Zo kom er als leerkracht ook meteen achter waar ze hun informatie halen. Dat kun je vervolgens bijsturen als je de indruk hebt dat je leerlingen eenzijdige of onbetrouwbare bronnen raadplegen. Je achterhaalt ook vlugger of ze meer dan alleen die enkele citaten hebben geknipt en geplakt. Leerlingen bieden je zo op een plaatje ideaal materiaal om toe te lichten hoe ze ethisch én kritisch kunnen omgaan met bronnenmateriaal.

Vroeger waren er hoogstens wat boekbesprekingen die jongeren van oudere broer of zus kopieerden. Vaak waren die dan niet zo lang geleden voor dezelfde leerkracht geschreven en viel plagiaat meteen op. Nu is er een hele resem huiswerksites met boekverslagen, spreekbeurten, vakgerichte dossiers, enzovoort, een kwaal die leerkrachten vroeger niet kenden.

Huiswerksites:

De beste methode tegen het huiswerkplagiaat bestaat uit het maken van unieke, uitdagende opdrachten. Zorg voor doelgerichte opdrachten waarbij ze de antwoorden niet eenvoudig kunnen knippen en plakken. Er bestaat ook speciale, commerciële software die scholen kunnen helpen om plagiaat te bestrijden, zoals Ephorus en Urkund.

Je kunt je leerlingen zelf op weg helpen met een oefening. Je zoekt zelf uit wat op diverse sites staat over één onderwerp. Dat geeft je meteen de kans om ze het verschil te leren zien tussen betrouwbare en onbetrouwbare informatie. Je toont hoe ze daaruit, met toevoeging van eigen interpretatie en inzichten, een sluitend geheel kunnen maken. Je leert ze dan meteen welke zinnen geschikt zijn om letterlijk te citeren en je laat ze onderaan een lijst toevoegen van alle bronnen die ze raadpleegden. Zo heb je meteen een sterk wapen in de hand als ze hun tekst klakkeloos kopieerden van die ene website of encyclopedie die ze uit hun bronnenoverzicht weggomden. Zulke oefeningen heten webquests. Je vindt uitgewerkte voorbeelden op www.klascement.be.



SNELLER EN BETER WERKEN IN JE WEBBROWSER

Internet speelt een grote rol in onze maatschappij. Zoals de smid z’n hamer gebruikte, gebruiken veel mensen tegenwoordig Internet Explorer, Firefox, Opera of Safari. Wanneer je surft, wil je informatie. Maar dat is niet het enige. Soms wil je ook eens geld overmaken, een boek bestellen of je e-mails lezen. Zolang je binnen dezelfde website bezig bent, kun je lekker doorklikken. Maar zodra je bewust naar een andere site wilt gaan, is er een kleine blokkade: je moet een nieuw adres intikken in de adresbalk. Muis nemen, adresbalk intikken, en pas dan kun je weer verder. Dat kan sneller en met minder verlies van ‘flow’. Tik voortaan op je toetsenbord Alt + D, en je staat direct vanaf de pagina weer in de adresbalk. Startklaar voor een nieuwe bestemming. Deze sneltoets werkt trouwens ook in Firefox.

Iedereen heeft z’n favoriete websites. Je e-mail bijvoorbeeld, of je rekeningenoverzicht bij de bank, of Smartschool. Zo’n favoriete pagina kun je eenvoudig opslaan als ‘favoriet’. Tot zover geen nieuws. Maar ook het later weer kiezen van zo’n ‘favoriet’ kan sneller. Je kunt bij het opslaan van een ‘favoriet’ een omschrijving geven. Als je die heel kort houdt, kun je die makkelijk als afkorting gebruiken. Die afkorting kan je ook gewoon intypen in de adresbalk, dan vindt
Internet Explorer die ook. Wil je bijvoorbeeld snel naar Google surfen, ga naar de adresbalk (Alt + D), typ bijvoorbeeld ‘g’ en druk op Enter.

Hoe sla je standaard een webpagina op voor later gebruik? Kies het menu ‘Bestand’ en vervolgens ‘Opslaan als…’ Dan kun je een naam opgeven. Maar als je dan meteen op Enter drukt, wordt de pagina opgeslagen met aparte mappen voor de plaatjes. Elk plaatje wordt als een apart bestand opgeslagen. En dat is niet echt handig wanneer je later de pagina wilt verplaatsen of doorsturen naar iemand anders. Een betere optie is om in in het Opslaan als-dialoog de optie ‘Webarchief’ aan te vinken. De hele pagina, inclusief plaatjes en alles wordt dan als één bestand opgeslagen. Veel handiger.

Wanneer je
Internet Explorer opstart, surft die vaak meteen op automatische piloot naar de startpagina die je zelf hebt ingesteld of die door de leverancier van de computer werd ingesteld. Die laatste is ongetwijfeld niet de pagina waar jij elke ochtend naartoe wilt gaan. Sommige mensen die productief willen werken openen hun internetbrowser liever in een leeg venster. Zo kunnen ze meteen de URL intikken waar ze naartoe willen voor een of andere startpagina wordt geopend. Voorkom dit door Internet Explorer te laten opstarten met een leeg blad. Via het menu ‘Extra’ selecteer je ‘Internet-opties’. Vervolgens vink je de knop ‘Blanco pagina’ aan en druk je op Enter. De meeste mensen werken echter liever met een startpagina. Zo’n startpagina kan je gemakkelijk instellen in de webbrowser zelf. Een van de meest populaire is www.google.be. Wat velen echter niet weten is dat je die Google-pagina kan aanpassen naar je eigen persoonlijk voorkeuren. Voor zo’n iGoogle-pagina heb je wel een Google-account nodig. Een andere populaire website is www.netvibes.com.

Moderne software is zo ontworpen dat je eenvoudig fouten kunt herstellen. De webbrowser is daar misschien wel het ultieme voorbeeld van. Wie gebruikt niet de Backspace toets om terug te gaan naar de pagina waar je vandaan kwam? Ook in allerlei andere programma’s is het mogelijk om met een knopje op het scherm, of een toetscombinatie, fouten terug te draaien. In bijna heel Windows kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de toetscombinatie Ctrl + Z. Op een mac is dat Command + Z. Typ een zin in je e-mailprogramma, druk op Ctrl + Z en de kans is groot dat die zin verdwijnt.




BACK-UPS

back-ups

Eén zekerheid over computers en harde schijven: crashen doen ze ooit! Behandel ze dus alsof ze zullen falen. Een klein ongelukje. Jij of een van de kinderen wist per ongeluk een bestand of een map op de pc en je vindt niets terug in je prullenmand. Of je laptop wordt gestolen…

Veel mensen hebben geen goede procedure voor het maken van back-ups. Iedereen weet nochtans dat iedere computer ooit eens kapot gaat of dat er een virus langskomt of iets anders waardoor je in één klap al je documenten en foto’s kwijt bent. Maar ook dan is de frustratie blijkbaar nog niet groot genoeg om te besluiten dat dit probleem voor eens en altijd definitief opgelost moet worden. Een gezonde visie: als het niet op twee verschillende plaatsen (lees: schijven) staat, dan bestaat het niet.

Wat moet je kopiëren? Niet de programma’s zelf, want die kun je opnieuw installeren van de originele cd-roms of opnieuw downloaden. Wel al je eigen werk.

Als het maken van een back-up te ingewikkeld is, of teveel tijd kost, doen we het niet. Het is dus belangrijk dat het gemakkelijk gebeurt, liefst zelfs automatisch. Daar bestaan tal van programma’s voor, zoals
Taskzip, Cobian Backup, SyncBackSE en Mozy.

Je kan bijvoorbeeld een extra harde schijf kopen en die automatisch dagelijks laten back-uppen, dagelijks, wekelijks en/of maandelijks. Zet die liefst niet in dezelfde kamer als de computer. Als het brandt, ben je die ook kwijt. Je kan het ook online doen. Dan worden al je bestanden op een server bewaard. Het werkt heel simpel in de praktijk, maar het kost wel even tijd om alles goed in te stellen.

Heb je nog geen back-uproutine? Zet het op je Ooit/Misschien lijst. Zo kom je het item elke week tegen tijdens je Wekelijks Onderhoud. Uiteindelijk komt het dan terecht in je Eerstvolgende Acties lijst.

DE CRAEMER, J., POOT, J., Veilig online. Tips voor veilig ICT-gebruik op school. Afdeling Beleidscoördinatie Onderwijs, 2007, 84 p.




VEILIGE WACHTWOORDEN

Als je slechts één wachtwoord gebruikt voor al je computer- en internettoepassingen, loop je risico’s. Wie er misbruik van maakt, heeft dan niet alleen toegang tot je e-mail en je gegevens op het school- en thuisnetwerk, maar krijgt misschien zelfs toegang tot je bankgegevens.

Wat doet een kraker?

  • Hij probeert het wachtwoord op één of andere manier te raden (met voornaam, geboortedatum, … ).
  • Hij installeert een virus op je pc dat je toetsaanslagen registreert en doorstuurt.
  • Hij test met automatische software één voor één alle mogelijke woorden uit een woordenboek uit.
  • Hij genereert met krachtige software alle mogelijke combinaties van tekens.

Gebruik daarom meerdere wachtwoorden voor strikt persoonlijke toepassingen, het gebruik binnen het netwerk van de school, websites en toepassingen waar je ook persoonlijke gegevens invoert en websites en toepassingen waar je af en toe surft. Als een wachtwoord dan toch in de handen van een kraker valt, dan ben je niet overal bedreigd.

Maak het de kraker moeilijk door een veilig wachtwoord te kiezen, een wachtwoord dat mensen moeilijk kunnen raden en software moeilijk kan kraken. Gebruik daarvoor een wachtwoord met minimum acht karakters, met eventueel zowel hoofd- als kleine letters, een of meer cijfers en/of leestekens. Hoe persoonlijker de gegevens waar je met je wachtwoord toegang toe krijgt, hoe veiliger je wachtwoord moet zijn. Regelmatig van wachtwoord veranderen, maakt het nog veiliger. Vraag je af of het belangrijk is voor de site of voor jezelf of het wachtwoord gemakkelijk is. Als het voor de site er niet echt toe doet, kies dan gerust een makkelijk wachtwoord.

Bij voorkeur kan je dat wachtwoord ook gemakkelijk onthouden. Dat wordt moeilijk als je een willekeurig genegeerd wachtwoord als GTuf12fj? gebruikt. Als je het niet meer weet, kun je toepassingen onbereikbaar maken. Misschien blokkeer je dan zelfs de toegang tot je eigen pc of mailbox!

Tips voor veilige wachtwoorden
  • Maak een zinnetje en gebruik daarin de eerste letter van elk woord. ‘Ik surf veilig, dus ben ik zuinig met persoonlijke gegevens’ wordt dan ‘isvdbizmpg’.
  • Vervang sommige letters door hoofdletters, bijvoorbeeld alle adjectieven. Op die manier krijg je ‘isvdbiZmPg’.
  • Vervang bepaalde letters door cijfers, bijvoorbeeld ‘i’ door ‘1’ of ‘e’ door ‘3’. Zo krijg je ‘1svdb1ZmPg’.
  • Gebruik leestekens of speciale karakters, bijvoorbeeld de ‘a’ vervangen door ‘@’. Op die manier krijg je ‘1svdb1ZmPg!’
  • Je kunt echter ook gewoon vertrekken van een woord. ‘Aandachtig’ wordt dan ‘@@nD8t!G’.

Gebruik je veel verschillende wachtwoorden? Hou die dan apart bij, liefst op papier of online. Doe je dat niet, dan moet je soms tien keer proberen vooraleer je op een bepaalde site kan inloggen. Het is echter nog veel veiliger als je software gebruikt die die wachtwoorden voor je bewaart en ze in versleutelde vorm opslaat op je computer. Je moet dan slechts één wachtwoord onthouden dat je toegang geeft tot je wachtwoordlogboek. Die pakketten creëren ook veilige wachtwoorden volgens de regels van de kunst. Programma’s zoals
Password Depot en Roboform zijn daar uitstekende voorbeelden van.

DE CRAEMER, J., POOT, J., Veilig online. Tips voor veilig ICT-gebruik op school. Afdeling Beleidscoördinatie Onderwijs, 2007, 84 p.





COMPUTERS BESCHERMEN

Installeer een antivirusprogramma. Computervirussen zijn kleine computerprogramma’s die zich in een bestand nestelen, meestal in bestanden van het besturingssysteem. Ze zijn schadelijk omdat ze schijfruimte en computertijd in beslag nemen. In ernstige gevallen richten ze schade aan: bestanden wissen en gegevens verspreiden. Ze vermenigvuldigen zichzelf en verspreiden zich om zo meer en meer computersystemen te infiltreren. Er zijn virusvormen met specifieke namen.
  • Trojaanse paarden zijn programma’s die ongewenst meekomen met (gratis) software die de gebruiker installeert.
  • Wormen zijn virussen die zich zonder tussenkomst verspreiden over computernetwerken, bijvoorbeeld via e-mail.
  • Een logic bomb is een soort tijdbom die pas schade aanricht op een geprogrammeerd later tijdstip, bijvoorbeeld op 1 april of wanneer de ontwerper de bom activeert.

Virussen halen de twee laatste jaren minder vaak het nieuws. Ze zijn duidelijk op hun retour. Diskettes worden bijna niet meer gebruikt en vooral: de bescherming is enorm verbeterd. Zelfs wanneer er nog eens een nieuw virus opduikt heeft het minder impact. Ook het aantal virussen dat via e-mails wordt verspreid, neemt af. Laat je echter niet beetnemen door een vals gevoel van veiligheid. Voor sommige antivirusprogramma’s leg je veel centen neer. De bekendste betalende softwarepakketten voor thuisgebruik zijn:
Norton (Symantec), McAfee, Panda en Kaspersky. Een antiviruspakket kost veertig tot vijftig euro, de uitgebreidere ‘internet security’-pakketten kosten ongeveer zeventig euro. Bij die laatste heb je er ook bescherming bij tegen spam, phishing (de kraker ‘vist’ naar je gegevens door zich via e-mail als betrouwbaar voor te doen) pharming (valse websites die lijken op die van bekende bedrijven en banken), enzovoort.

Volledig gratis is de virusbescherming van je internetprovider. De meeste hebben immers zelf antivirussoftware draaien op hun servers en houden heel wat tegen. Er bestaan echter ook goede, gratis antivirusprogramma’s zoals
AVG, ClamWin en Ad-Aware. Installeer maar één antivirusprogramma! Sommige programma’s kunnen elkaar soms tegenwerken waardoor je computer toch weer trager wordt, misschien zelfs crasht. Macgebruikers hebben voorlopig nog geen extra antivirusprogramma’s nodig. Het belangrijkste wapen tegen virussen blijft echter je waakzaamheid.
  • Open geen e-mailbijlagen van onbekende afzenders.
  • Ook als de e-mail van bekenden komt, open geen bestanden met de extensie .exe of .scr tenzij je er zeker van bent dat je het kan vertrouwen. Neem eventueel eerst contact op met de afzender.
  • Surf niet naar veelbelovende websites die door onbekenden in een e-mail worden aanbevolen.
  • Let op met USB-sticks van leerlingen: scan ze op virussen voor je de inhoud ervan raadpleegt.
  • Scan regelmatig je systeem met een online virusscanner. Ongeveer elke producent van antivirussoftware biedt dat aan. Let wel: om een gratis virusscan uit te voeren, moet je je akkoord geven voor de installatie van een aantal ‘ActiveX-controls’.
  • Download alleen van websites die je kunt vertrouwen.
  • Klik nooit op knoppen zoals ‘OK’ of ‘Agree’ om een downloadvenster te sluiten, maar gebruik het rode kruisje rechts bovenaan in het venster.
  • Wees extra voorzichtig met gratis muziek- en filmbestanden of gratis software.
  • Wantrouw elke e-mail waarin men vraagt naar persoonlijke informatie. Banken of webwinkels verliezen je gegevens niet en sturen nooit een bevestigingsvraag per e-mail.
  • Vul in een e-mail nooit formulieren in die vragen naar persoonlijke gegevens. Dat mag natuurlijk wel in een formulier op een veilige website.
  • Vul rekening- en kredietkaartnummers uitsluitend in op beveiligde websites (herkenbaar aan het hangslot in de statusbar en de URL die begint met ‘https://’ en niet ‘http://’ ).

ICT-beveiliger McAfee ontwikkelde een interessant hulpmiddel om door jou gekozen websites te screenen op spam, spyware, online zwendel en virussen.
SiteAdvisor is freeware en kan je gratis downloaden. Je zoekresultaten krijgen dan automatisch een veiligheidsclassificatie: groen, oranje of rood.


COMPUTERS ONDERHOUDEN

Problemen oplossen wordt in computertermen ‘troubleshooting’ genoemd. Bij oudere computers heb je vaak het gevoel dat je niets anders doet dan ‘troubleshooting’. Hoe minder je dat moet doen, hoe meer tijd je hebt om ze daadwerkelijk te gebruiken. Hier vind je enkele tips om de volle capaciteit van je computer te blijven benutten.

  • Wanneer je een nieuwe computer koopt, laat die dan in de eerste dagen heel zware taken uitvoeren: video’s bewerken, alle programma’s tegelijk gebruiken, downloaden, uploaden, al de dingen waarvan je denkt dat een goede computer ze zou moeten kunnen doen. Doe dan uiteraard geen illegale dingen of zaken die expliciet verboden worden op het garantiebewijs. Als die computer in die eerste dagen niet faalt of crasht, dan kan je ervan op aan dat je goed gekozen hebt. Als die wel crasht, dan kan je die meteen terug naar de winkel brengen om er een ander model te kopen.

  • Uninstall ongebruikte programma’s. Die nemen toch alleen maar plaats in op je harde schijf. Wanneer je bijvoorbeeld een pc koopt, dan staan daar heel vaak demo-programma’s en andere zaken op die je toch nooit gebruikt. Op www.pcdecrapifier.com kan je gratis een handig programma downloaden dat al deze nutteloze bestanden veilig voor jou verwijdert.


  • Beter te veel RAM-geheugen dan te weinig. Aarzel niet om te investeren in een of twee gigabytes extra werkgeheugen. Die kleine som weegt niet op tegen de frustraties die een trage computer met zich meebrengt. Als je niet weet hoe het moet, laat het in de computerwinkel doen.


  • Archiveer bestanden die je waarschijnlijk toch meer nooit zal nodig hebben. Zo’n archief is dan nog steeds doorzoekbaar.


  • Installeer een firewall. Sommige modems hebben een ingebouwde firewall die ongewenste gebruikers de weg verspert nog voor ze je computer zelf bereiken. Daarnaast gebruik je best op je computer een software firewall. Dat zit al ingebouwd in je besturingssysteem en schermt je computer af tegen externe aanvallen. Doe je mee aan spelvormen op het internet? Dan is informatie-uitwisseling nodig. Een goede firewall vraagt je dan of je dat programma toegang wilt verlenen. Dan moet je ‘ja’ zeggen of je kunt niet gamen. De firewall van je antivirusprogramma zal je die vraag ook stellen na bijvoorbeeld een automatische update van je webbrowser. Veel ‘verdacht verkeer’ is meestal ongevaarlijk. Panikeer dus niet bij elke waarschuwing. Twijfel je over de betrouwbaarheid van het programma, zeg ‘nee’ en vraag advies aan iemand die er meer van weet, bijvoorbeeld de ICT-coördinator op school. Een weigering kun je achteraf nog omzetten in een toelating.


  • Regelmatig updaten. Programma’s zijn mensenwerk. Ze bestaan uit miljoenen regels programmeercode en ze zijn nooit ‘af’. Er kunnen dus fouten in zitten (bugs). Krakers proberen de gaten te vinden en breken zo in. Softwareontwerpers dichten achteraf gaten die bij het gebruik aan het licht komen. Ze stellen de nieuwe versie beschikbaar als een patch, een klein programma dat de veiligheidsgaatjes in je programma dicht. Dat is de reden waarom je programma’s en besturingssystemen regelmatig moet updaten.

DE CRAEMER, J., POOT, J., Veilig online. Tips voor veilig ICT-gebruik op school. Afdeling Beleidscoördinatie Onderwijs, 2007, 84 p.



GEBRUIK EEN GEPASTE TEKSTVERWERKER

Word is een relatief zwaar programma dat eigenlijk meestal voor kleine taakjes wordt gebruikt. Op verouderde computers start dit programma vaak heel traag op. Als de lay-out er niet echt toe doet, maar de inhoud belangrijk is, dan is Kladblok of Teksteditor waarschijnlijk het meest aangewezen programma voor jou. Zulke programma’s starten snel op, ze hebben weinig knopjes (weinig afleiding) en ze hebben maar één functie: tekst verwerken. Achteraf kan je je teksten nog altijd in een Word-bestand kopiëren.

Als je liever niet investeert in een duur pakket van Microsoft Office, download dan gratis de Open Office Suite op www.openoffice.org. Je krijgt er degelijke programma’s waarmee je alle standaardtaken kunt uitvoeren.



VERMIJD ONDERBREKINGEN

In de meeste e-mailprogramma’s kan je instellen dat je een waarschuwing krijgt telkens wanneer er een nieuwe mail aankomt. Als je dertig e-mails per dag krijgt, betekent dit dat je dertig keer per dag wordt onderbroken tijdens je werk. Even een inleidend tekstje typen… o, wacht… een e-mailtje van een leerling. Laat me dat even bekijken… hmmm… ok, die kan volgende week de herhalingstoets niet afleggen. Even een mailtje terugsturen. Hoeveel tijd ben je kwijt? Twee minuten? Als je dertig keer per dag onderbroken wordt, dan wordt dat al snel een uur per dag. Als je je e-mailprogramma zo instelt dat er om de minuut wordt gescand naar nieuwe e-mail, dan zijn dat 1 440 momenten op een dag waarop je gestoord kan worden. Zelfs als je het maar om de tien minuten laat checken, dan kom je nog aan duizend en acht mogelijke onderbrekingen. Niet doen, dus.

Durf het e-mailprogramma of de waarschuwingen uitschakelen en check je e-mail één of twee keer per dag. Op de vraag ‘U stuurt een e-mail naar een collega. Wat vindt u een normale termijn om daar een antwoord op te krijgen’ antwoordden de meeste geïnterviewde leerkrachten die deelnamen aan mijn eindwerk dat ze één à twee dagen ‘de normale termijn’ vinden. Sommigen gaan zelfs zover om daar een week van te maken. Waarom zou je dan nog meer dan één keer per dag je e-mails checken? Als je in een atoomcentrale werkt of als je werkt op de klantendienst van een bedrijf, dan laat je die autocheck aan staan, maar leerkrachten hoeven dat helemaal niet te doen. Misschien vind je het ondraaglijk om het e-mailprogramma helemaal uit te zetten. Stel in dat geval je instellingen zo in dat er maar om het uur naar nieuwe e-mail wordt gezocht, of op vaste tijdstippen.

Een gouden tip: schakel je chatprogramma uit wanneer je aan het werk bent. Er is niets zo vervelend als er een venster met “Hey, hoe gaat het?” op je scherm flitst, terwijl je net die meerkeuzevragen voor de toets van volgende week aan het bedenken bent. Meer zelfs, laat alleen die programma’s actief die je op dat moment nodig hebt! Zo word je minder snel afgeleid, doe je je werk sneller en kan je na het werk al die andere leuke dingen nog doen.

Vroeger kwamen heel wat storende vensters op je scherm tevoorschijn, pop-ups. Bij het laden of verlaten van een webpagina werd dan een extra venster geopend. De ene website riep de andere tevoorschijn tot je hele scherm krioelde van ongewenste venstertjes. Nu is automatische pop-upblokkering een standaardoptie in de meeste internetbrowsers. Is de blokkering uitgeschakeld, dan is een klikje voldoende om ze opnieuw te activeren. In Internet Explorer selecteer je in het menu ‘Extra’ de optie ‘Pop-upblokkering’ en kies je om ze weer in te schakelen. In Firefox klik je in het menu ‘Extra’ op ‘Opties’ > ‘Inhoud’. Daar kan je de optie ‘Pop-upvensters blokkeren’ aan- of afvinken.

OOSTERKAMP, T.J., Meereffect. AJ Doorn, s.n., 2006, p.135-140.



E-MAILETIQUETTE

Interessant artikel uit Het Laatste Nieuws van 11 december 2007, 'Tel tot tien voor je een mail stuurt' (De Grooff, D.). Vraag me niet wie nu precies geïnterviewd werd, ik kan het me niet herinneren en ik vind het nergens terug, maar de man had wel een paar interessante dingen te zeggen.

Mailtje aan het hele bedrijf?

“Er wordt vreselijk inefficiënt gebruik gemaakt van e-mail. Bijvoorbeeld: je hebt een lijstje van contactpersonen die ongeveer in dezelfde branche werken, en je zet ze allemaal in CC als je een mailtje met een interessant onderwerp hebt. Wellicht zijn er maar twee of drie uit de lijst echt geïnteresseerd. Om te beginnen zet je het best ook iedereen in het BCC-veld zodat niet alle adressen zichtbaar zijn.”

Verboden te pingpongmailen?

“Je stelt een vraag via e-mail, je krijgt een antwoord en daarna antwoord je nog eens met alleen maar ‘bedankt’. Die ‘bedankt’ is wel beleefd, maar is puur tijdverlies, want je brengt er geen nieuwe informatie mee aan.”

Kijk minder naar het envelopje onderaan!

“De meeste mensen laten hun e-mailprogramma aanstaan. We zijn natuurlijk gezond nieuwsgierig, maar je zou ook maar één keer per dag kunnen kijken, alleen ‘s ochtends bijvoorbeeld. Als je de e-mail laat aanstaan, krijgt e-mail een erg dwingend karakter, want je kijkt altijd zodra er een mailtje toekomt. Een tweede nadeel is dat mail op die manier een chatfunctie krijgt. Je wisselt korte zinnetjes snel na elkaar uit, telkens in een apart mailtje. Samen met funsurfen is chatten via e-mail één van de grootste bronnen van tijdverlies.”

Tel tot tien voor je ‘Verzenden’ drukt.

“De etiquette van geschreven brieven verdwijnt, en ook al ken je de persoon die je mailt niet, toch spreek je die aan met ‘Beste’. Erg vervelend, bijvoorbeeld in een student-professor-relatie. Niet dat ik op mijn strepen sta, maar je doet ‘t ook niet in het echte leven, tenzij je iemand echt goed kent. De verklaring voor het fenomeen dat mensen elkaar meteen met de voornaam aanspreken in e-mails, is dat er nauwelijks een barrière is. Je hoeft geen enveloppe te zoeken, geen postzegel te kleven, dat zijn een aantal handelingen die tijd nemen.

Voor e-mail hoef je niet meer na te denken, het gaat te snel. Daarom vergeten mensen ook attachments mee te sturen. Tel dus inderdaad even tot tien voor je op ‘Verzenden’ drukt.

Digitale communicatie heeft twee belangrijke kenmerken: de snelheid en de afwezigheid van lichaamstaal. Helemaal nieuw is dat niet. We kennen die al decennia bij de telefoon. Je kunt in een opwelling van woede de hoorn grijpen en iemand de huid volschelden of koud terechtwijzen. Je ziet ondertussen niet hoe die persoon reageert en je brengt enkel nuances aan met een beperkte set van non-verbale communicatie. Deze kenmerken doen zich bij digitale communicatie ook voor. Je krijgt een bericht in je mailbox. Je wordt boos en typt meteen een felle reactie. Een druk op de verzendknop: de e-mail is onherroepelijk weg. Denk dus driemaal na voor je een belangrijk bericht verzendt. Schrijf in je Eerstvolgende Acties dat je nog een antwoord moet versturen en doe dat dan eventueel morgen of overmorgen. Op die manier kan je het even laten bezinken en bekoelen.

Wees ook voorzichtig met grappen en sarcasme. In informelere e-mails kan je in dat geval bijvoorbeeld emoticons gebruiken.”

E-mail je de directeur, of ga je naar zijn of haar bureau?
“Als je rechtstreeks naar een persoon gaat, krijg je een spontaan antwoord. E-mail stelt je correspondent in staat om na te denken over het probleem én om oplossingen te bedenken die voor jou nadelig kunnen zijn. Onrechtstreeks communicatie zoals e-mail lijkt dan wel direct en snel, maar toch is het een erg strategisch medium. Dus als je een projector wilt in de klas, stap dan gewoon naar de directeur. Als je echt een goede reden hebt en je vertelt die persoonlijk, dan kan hij bijna niet weigeren. Via e-mail heeft hij meer tijd om tegenargumenten te vinden.”

Sms op het werk?

“Ja, omdat het toch minder stoort, bijvoorbeeld als je in een vergadering zit. Een gsm heeft net als e-mail wel een erg dwingend karakter: ook al heb je geen tijd, zodra er een telefoontje komt, heb je het gevoel dat je meteen moet reageren, en dat is ook zo bij een sms. Vandaar dat mensen steeds vaker afhaken en hun gsm heel bewust en selectief beschermend gaan gebruiken.”

Persoonlijke mails op het werk?

“Als je bij een nieuwe werkgever in dienst komt, moet je daar in je werkovereenkomst duidelijke afspraken over maken. Ook in CAO’s is er al een algemene reglementering. Als de werkgever misbruik vermoedt of als er een virus op het netwerk belandt, mag er een onderzoek gebeuren. Eerst algemeen, via de server, waar de baas meteen kan zien of er bijvoorbeeld pornosites opgeroepen worden. In tweede instantie kan je ook de dader zoeken. Als er goede afspraken zijn, is er echt geen probleem om je reis on-line te boeken tijdens de werkuren. Hierbij draait alles om vertrouwen.”

Hoe ga je ‘beleefd’ om met sociale netwerken zoals Linkedln? Mag je aanvragen om te connecteren met iemand ook echt weigeren?

“Ja, natuurlijk, al kan dat overkomen als een afwijzing. Langs de andere kant heeft het geen zin meer, als iedereen met iedereen verbonden is. Er is trouwens een regel opgelegd door Linkedln: je mag iemand alleen ‘uitnodigen’ in je netwerk als je hem of haar ook echt kent uit één van je jobs. Niemand houdt zich aan die regel, helaas.”



SLECHTE E-MAILGEWOONTEN


Vragen niet beantwoorden

Als je ook de kleine vragen niet beantwoordt, dan maak je de zender onzeker. Ook als je het antwoord niet weet op een bepaalde vraag, zeg dat dan gewoon of deel mee of je het al dan niet zal opzoeken.


Verberg een vraag tussen niet-belangrijke informatie

Wees duidelijk en beknopt. Vermijd ellenlange e-mails en beperk je per e-mail tot één onderwerp/vraag. Stuur desnoods meerdere e-mails na elkaar naar dezelfde persoon. Mensen lézen geen e-mails, ze skimmen. Beperk iedere e-mail daarom tot maximum zes lijnen, gebruik eventueel overzichtelijke opsommingen, enzovoort.


Stuur een e-mail terwijl je ook gewoon even kan bellen

In e-mails past niet-tijdgevoelige informatie. Daarom is het vaak het verkeerde medium om te communiceren. Het kan vaak sneller via de telefoon.


Schrijf dringende verzoeken in een e-mail

Bij sommige mensen kan het wel enkele dagen duren vooraleer ze hun e-mail checken, zéker tijdens de weekends of de vakantieperiodes. Eén geïnterviewde leerkracht checkt het gemiddeld een keer per week. De meeste mensen appreciëren het trouwens niet wanneer je zo’n rood vlaggetje met je e-mail meestuurt. Zeker wanneer blijkt dat het helemaal geen dringende mail is. Doe niet alsof jouw mailtje urgenter is dan de tientallen andere mails die de ontvanger die dag in diens inbox krijgt. Jouw e-mail wordt vroeg of laat toch gecheckt. Sommige mensen reageren gewoon niet op e-mails, zo’n urgentietoevoeging kan daar waarschijnlijk niet veel aan veranderen. Als je iemand echt dringend nodig hebt, dan is de telefoon het aangewezen medium.
Stoor je jezelf mateloos aan die rode vlaggetjes? Je kunt dat rode uitroeptekentje of vlaggetje gewoon weghalen uit de weergave van je inbox en daarmee is het hele probleem weg! Je verwijdert gewoon dat veld waarin die tekens verschijnen.


Extra tips:

  • Het vakje ‘onderwerp’ wordt vaak genegeerd. Een goed gekozen onderwerp kan het heen-en-weer-ge-e-mail nochtans zowel voor jezelf als voor anderen gemakkelijker maken. Kies voor een niet mis te verstane omschrijving van de boodschap van de e-mail en leidt het onderwerp daarmee in. Zet het in hoofdletters. De essentie voor de ontvanger is dan meteen duidelijk. Stel je bijvoorbeeld een vraag, schrijf dan ‘VRAAG: wanneer spreken we af?’ In de eigenlijke e-mail kan je dan verduidelijken waarover het gaat. Dat is een van de weinige gelegenheden waarbij hoofdletters passen in een e-mail. Gebruik geen hoofdletters als het niet nodig is. Ze zijn schreeuwerig en onbeleefd.

  • Doe niet mee aan kettingbrieven of rampberichten.

  • Maak een onderscheid tussen beantwoorden en beantwoorden aan allen.

  • Schrijf korte en bondige teksten, zonder te vervallen in telegramstijl die aanleiding kan geven tot misverstanden.

  • Een goede tip: stel je e-mailprogramma zo in dat de e-mails die rechtstreeks naar jou gestuurd werden, geaccentueerd worden, bijvoorbeeld door ze een kleurtje te geven. Op die manier heb je snel een overzicht van alle e-mails die speciaal voor jou bedoeld zijn.

  • Heb je tien verschillende e-mailadressen? Bepaalde e-mailhosts, zoals Gmail, bieden je de mogelijkheid om de e-mail van andere e-mailhosts op te halen en alles in één inbox te laten terechtkomen. Zo hoef je maar één inbox te checken.

  • Maak een e-mailadres speciaal voor die websites waar een e-mailadres is vereist om je in schrijven, wedstrijden, reclame, enzovoort. Die e-mails bieden meestal geen meerwaarde en zijn het daarom niet waard om erdoor gestoord te worden. Vraag je ook eens af of je wel geïnteresseerd bent in al die nieuwsbrieven die je meestal toch niet leest. Een klikje op ‘unsubscribe’ of ‘uitschrijven’ kan je veel leed besparen. Zijn er bepaalde e-mails die toch telkens terugkeren, stel dan regels in om die automatisch te laten verwijderen binnen het e-mailprogramma.

  • Gebruik je vaak dezelfde teksten, zoals de afsluiter ‘Met vriendelijke groeten, naam, functie, telefoonnummer, enzovoort’, dan is het misschien een goed idee om vaste handtekeningen in te stellen. Die worden dan automatisch of door een simpele muisklik aan de e-mails toegevoegd. Je kan er verschillende instellen voor verschillende contexten. Zo hoef je dat niet telkens opnieuw in te tikken.

  • Soms moet je eens een e-mail versturen met een bijlage groter dan enkele megabytes. Dat wordt niet door alle e-mailproviders toegelaten, zéker niet wanneer je het e-mailsysteem van de school gebruikt. Je krijgt dan een e-mail terug met het bericht dat de e-mail te groot was of dat ‘je je limiet hebt bereikt’. Ze doen dat om een heel simpele reden: ze willen vermijden dat hun servers vol geraken waardoor die traag zouden worden. Gebruik online diensten zoals YouSendIt Inc. (www.yousendit.com). Zulke diensten laten je toe om grote bestanden - soms groter dan enkele gigabytes - gratis te versturen. Om deze diensten te gebruiken volstaat het om je in te schrijven. Daar kan je dan het e-mailadres van de ontvanger in intikken, met een boodschap voor hem of haar. De site geeft je dan instructies voor het uploaden van het bestand. In de meeste gevallen stuurt de site dan een link naar de ontvanger waarop die klikken om het bestand te downloaden.

    STANGER, S., Lifehacking. The Mac Attack 80 (audiopodcast), 28 november 2007
    http://lifehacking.nl/windows/hoezo-is-dat-mailtje-urgent/ (geraadpleegd op 18 december 2008)
    VAUNINI, V., Ten Things Your IT Department Won’t Tell You. The Wall Street Journal, 30 juli 2007, s.p.




    SNELTOETSEN

    Voor opdrachten die je vaak gebruikt, hebben de meeste programma’s speciale sneltoetsen. Die beginnen meestal met de Ctrl-toets en ze staan bijna altijd genoemd in het hoofdmenu van een applicatie, meteen achter de titel van het menu. Vooral bij deze toetsen is het belangrijk dat je ze uit het hoofd leert. Uiteindelijk lijkt het erop dat je vingers deze combinaties in hun spiergeheugen opslaan. Het is helemaal geen gek idee om een lijstje te maken van toetscombinaties die je veel zou kunnen gebruiken. Als je dat lijstje naast je monitor hangt, help je jezelf in geen tijd van je muisverslaving af.

    Afbeelding 1

    Er bestaan ook handige, gratis programma’s om programma’s te openen en snel documenten te vinden, gewoon door middel van een paar toetsaanslagen. Voor Windows is dat bijvoorbeeld Fingertips (www.getfingertips.com) of Launchy (http://launchy.net), voor macs bestaan er programma’s zoals Quicksilver (www.blacktree.com) en Butler (www.manytricks.com/butler). Eenmaal je zulke programma’s begint te gebruiken, keer je nooit meer terug naar het oude systeem waarbij je vijf keer moest klikken om een programma te openen of een document te vinden.

    Deze programma’s laten je toe om lange woorden, complete zinnen of hele lappen tekst in te voeren door slechts een afkorting in te tikken. Betrap je jezelf erop dat je vaak dezelfde zinnen of misschien zelfs vaak dezelfde hele stukken tekst typt? Dan is
    Fingertips, een gratis programma, iets voor jou. Fingertips heeft een functie die vergelijkbaar is met TextExpander voor macs. Die laatste is echter niet gratis. Je kan die programma’s zo instellen dat je bijvoorbeeld niet telkens de naam van de school, het adres, telefoonnummer, e-mailadres en website volledig moet intikken, maar dat je door een afkorting te typen en dan een spatie in te voeren, de hele tekst op je scherm tovert.
    Een andere mogelijkheid is het gebruiken van sjablonen, zowel in e-mailprogramma’s als in tekstverwerkers en spreadsheets.

    OOSTERKAMP, T.J., Meereffect. AJ Doorn, s.n., 2006, p.91.
    http://lifehacking.nl/windows/lange-stukken-tekst-kun-je-afkorten-met-fingertips/ (geraadpleegd op 25 juli 2008)




    ACCELERATOR-KEYS

    Accelerator-keys zijn toetscombinaties met de Alt-toets. Als je die indrukt, lichten op het scherm allemaal streepjes op. Bijvoorbeeld in het menu en op allerlei knopjes van het programma dat je op dat moment gebruikt. Als je bijvoorbeeld op een knopje een streepje onder de S ziet, kun je voortaan dat knopje ook indrukken door Alt + S te drukken op je toetsenbord. Een streepje onder de B lever Alt + B op, enzovoort. In moderne versies van Windows staan die streepjes standaard uit. Je krijgt ze dan pas te zien als je werkelijk de Alt-toets hebt ingedrukt. Dat kun je uitzetten, zodat je voortaan altijd die streepjes ziet. Dat helpt je wellicht herinneren aan het gebruiken van je toetsenbord. Hoe zet je het uit?
    • Klik met je rechtermuisknop ergens op het lege bureaublad;
    • Kies in het menu het item ‘Eigenschappen’ of ‘Properties’;
    • Ga naar de één-na-laatste tab, ‘Weergave’ of ‘Appearance’;
    • Klik op de knop ‘Effecten’ of ‘Effects’ en zorg ervoor dat het onderste vakje niet meer geselecteerd is.
    Als je dit soort toetsen leert gebruiken, hoef je al een stuk minder vaak naar je muis te grijpen. Vooral bij dingen die je regelmatig doet (zoals mails beantwoorden) kan dat enorm veel schelen.

    Je kan sneltoetsen ook koppelen aan bestanden en snelkoppelingen. Als je er met je rechtermuisknop op klikt en dan ‘Eigenschappen’ kiest, kun je er een sneltoets aan toewijzen. Ctrl+Alt+G bijvoorbeeld. Als je dan aan het werk bent en je iets te binnen schiet, dan druk je gewoon op Ctrl+Alt+G en Windows opent meteen het gevraagde bestand.
    Zo zou je bijvoorbeeld per klas sneltoetsen kunnen toewijzen aan digitale puntenboeken. Je raast dan in een mum van tijd door die bestanden.

    OOSTERKAMP, T.J., Meereffect. AJ Doorn, s.n., 2006, p.91.




    OVER COMPUTERMUIZENISSEN

    Computermuizen zijn handig om een nieuw softwareprogramma te leren kennen. Je kunt met een muis eenvoudig op ontdekkingsreis door de user interface. Maar om productief te werken zul je toch echt betere vrienden moeten worden met je toetsenbord. Muizen zijn namelijk bijzonder schadelijk voor je productiviteit, om nog niet te spreken over allerlei RSI- klachten. Voor het bedienen van je computer is het toetsenbord voorlopig nog onmisbaar. Waarom gebruiken we het dan zo weinig?

    Het grote probleem met muizen is dat je er continu je ogen en hersenen bij nodig hebt. Je bewustzijn is actief betrokken bij het verplaatsen van het pijltje over het scherm. Muizen vragen bovendien heel veel van je oog-hand coördinatie. Wat moet je bijvoorbeeld doen als je met je muis een bladzijde naar beneden wilt scrollen in je tekstverwerker?

    Eerst moet je hand zich van het toetsenbord naar de muis verplaatsen. Dat op zich is al een enorm inefficiënte beweging die de meeste mensen ook nog eens verkeerd uitvoeren. Het zou het beste zijn om je hele arm te draaien - in de elleboog en de schouder. Men gebruikt echter meestal alleen de pols bij dit soort muisbewegingen. Vervolgens neem je de muis vast en begin je die te bewegen. Zodra je de muis beweegt, licht de muiscursor op het scherm op. Je ogen flitsen over het scherm totdat ze de cursor hebben gevonden. Vanaf dat moment maakt je hand een vrij grote en snelle beweging om de muis te verplaatsen naar de rechterkant van het scherm - daar is nu eenmaal de schuifbalk te vinden. Tegen de tijd dat de muiscursor in de buurt is van de schuifbalk verandert de beweging. Opeens ga je de muis trager en veel nauwkeuriger bewegen, om ‘m op de juiste plaats op de schuifbalk te krijgen. Als je ergens halverwege in de schuifbalk kunt klikken, valt het allemaal nog mee. Maar voel eens wat er gebeurt als je wilt mikken op dat kleine knopje met pijlpuntje helemaal onderaan in de schuifbalk. Zodra je dan het juiste punt hebt gevonden, klik je met de wijsvinger op de muisknop, net zolang totdat je het juiste stuk tekst hebt gevonden. Als je de juiste plek in het document hebt gevonden, vindt de hele beweging nogmaal plaats - in omgekeerde richting - om de muiscursor op precies de juiste plaats te zetten in het document, zodat je daar verder kan typen. Daarvoor moeten je handen terug naar het toetsenbord (met waarschijnlijk weer een foute polsbeweging).

    Dat soort zware arbeid doen we niet alleen bij het scrollen, maar ook bij het selecteren, kopiëren en plakken van tekst, bij het aanklikken van een menu-item, bij het opslaan en openen van bestanden, bij het starten van een nieuw programma bij… zo’n beetje alles wat we doen op een computer. Voor één keer is dat geen probleem, voor een paar keer ook niet. Het wordt echter een probleem wanneer mensen dag in dag uit hun computermuis inefficiënt gebruiken zonder te investeren in een betere en veel snellere manier van werken. Hoe dan? Door middel van toetscombinaties.

    Je vingers kunnen wel toetsaanslagen onthouden, maar geen muisbewegingen. Dat is belangrijk. Als je alles op de computer met je muis doet, heb je voor iedere opdracht aan je computer je volledige bewustzijn nodig. Dus ook voor het uitvoeren van vrij simpele opdrachten. Nu doe je dat bij tandenpoetsen niet - en dat is maar een paar keer per dag. Als je je toetsenbord consequent gebruikt, lijkt het alsof je vingers in de loop van de tijd de bewegingen opslaan die je nodig hebt. Net zoals een pianiste niet bij elke beweging nadenkt over waar zij haar vingers exact neer moet zetten, zo hebben ook jouw vingers een zogenaamd ‘spiergeheugen’. En dat kun je trainen. Dat scheelt een heleboel tijd.

    Allereerst is het belangrijk dat je blind kunt typen. Als je niet met hoge snelheid blind kunt typen, doe je jezelf tekort. Het toetsenbord is voor de meeste mensen een belangrijker middel geworden om te communiceren dan de telefoon, zowel wanneer het gaat over het volume als over de natuur van de dingen die langs dat medium passeren. Vijftig woorden per minuut is een minimum. Typen aan vijfendertig woorden per minuut is als telefoneren met knikkers in je mond. Het gebrek aan die vaardigheid is in de moderne informatie-maatschappij, en zeker in het onderwijs, net zo erg als het niet hebben van een rijbewijs als je vrachtwagenchauffeur bent.

    Lees meer over
    accelerator-keys en andere sneltoetsen.

    OOSTERKAMP, T.J., Meereffect. AJ Doorn, s.n., 2006, p.135-140.



    Wat is RSS?

    Uit interviews met leerkrachten bleek dat RSS helemaal nog niet ingeburgerd is in het onderwijs. Slechts twee leerkrachten hadden er al eens over gehoord, één leerkracht kon uitleggen wat een RSS-feed is.

    Stel, je surft regelmatig naar een site (een blog, een nieuwskanaal, een online fotoalbum, ...) om te checken of er iets nieuws te zien is. Dat stelt geen problemen wanneer het maar één site is, of twee, maar wat als je er zo'n twintigtal regelmatig wilt checken? Of een vijftigtal? Ga je dan telkens opnieuw al die URL's intikken? Ga je dan iedere keer door al dat materiaal ploeteren om misschien iets te vinden wat jij eventueel interessant zou kunnen vinden? Pure tijdverspilling. RSS biedt het antwoord, Really Simple Syndication. Het is jouw hoogstpersoonlijke nieuwskanaal, want je beslist natuurlijk zelf op welke sites je je abonneert. Op een paar minuten raas je door honderden posts en lees je alleen die dingen die jou interesseren.

    Wat heb je ervoor nodig? Een RSS-lezer. Daarmee kan je de informatie van verschillende sites gestructureerd naar je toe brengen. Je kan dan op een zelfgekozen tijdstip al die posts in één keer checken (of in meerdere keren).

    Er bestaan verschillende lezers:
    • Google Reader is een van de bekendste. Die RSS-feeds kan je op elke computer bekijken, maar qua functionaliteit is daar nog wat werk aan de winkel, vind ik. Er moet namelijk heel wat afgeklikt worden.
    • Netnewswire is een van de vele (gratis of goedkope) RSS-lezers die je kan downloaden. Zo'n lezer kan je dan echter alleen maar op die bepaalde computer gebruiken.
    • Webbrowsers blijken echter ook heel handige RSS-lezers te zijn.

    Hoe abonneer je je op een RSS-feed?


    Je abonneert je op een RSS-feed door op het blauwe of het oranje RSS-logo te klikken. Op deze site vind je de RSS-feed bijvoorbeeld in de linkerkolom en naast de URL. Of je kunt ook gewoon hier klikken.

    page1_blog_entry17_1
    page1_blog_entry17_2

    Na die muisklik verschijnt een RSS-venster. In zo'n venster staan de vorige posts gestructureerd onder elkaar.

    page1_blog_entry17_3
    Wanneer je de Command-toets en de D-toets tegelijk indrukt, verschijnt een nieuw venster. In Internet Explorer is dat Ctrl-D en verschijnt er een gelijkaardig venster. In dit geval komt de RSS-feed in de map persoonlijke RSS terecht. Die map staat in Safari in de menubalk. In Internet Explorer komt die map normaal bij Favorieten te staan.

    page1_blog_entry17_4

    Je kan eventueel kiezen voor twee verschillende RSS-mappen: een persoonlijke en een algemene, zoals in het voorbeeld hieronder. Die twee mappen zijn onderverdeeld in submappen, per thema. Uit de afbeelding hieronder kan je afleiden dat er elf ongelezen posts zijn in de map RSS. Van die elf gaan er drie over lifehacking, vier over fotografie, enzovoort.

    page1_blog_entry17_5

    Door op een van deze links te klikken, kom je terecht op een gestructureerde RSS-pagina. Je kiest zelf hoeveel informatie per post wordt weergegeven (alleen de titel, de lengte van de tekst, enzovoort). Je kan ook bijvoorbeeld alle RSS-feeds rond één thema op één RSS-pagina weergeven (bijvoorbeeld alle posts van 'interessante bloggers'). Hetzelfde principe geldt voor Internet Explorer en andere browsers.
    page1_blog_entry17_6
    Je kiest uiteraard zelf wanneer je je RSS-feeds checkt. Tip: doe dat op vaste tijdstippen, anders blijf je bezig.

    Nog een tip: wees selectief. Abonneer je niet op honderden sites, je kan toch nooit alles lezen.




    HOE EN WAAR VIND JE DIGITALE LEERMIDDELEN EN SOFTWARE?

    Educatieve en wetenschappelijke uitgevers ontwikkelen kwaliteitsvolle digitale leermiddelen die autonoom of in aansluiting bij hun methodes bruikbaar zijn. Raadpleeg hun aanbod via hun catalogi of websites.

    Op
    www.klascement.net vind je gratis lesmateriaal: lesbladen, oefeningen, software, sites, enzovoort, gerubriceerd per onderwijsniveau en vak- of leergebied. Collecties met open leermiddelen (waar dus geen kopierecht op geldt) vind je op sites zoals www.openclipart.org (afbeeldingen), www.gutenberg.org (boeken), www.mutopia.org (partituren) en www.sxc.hu (foto’s).

    Wil je software kopen, probeer dat dan via de school te doen. Dat kan dan meestal tegen ‘academische prijzen’. Die liggen een stuk lager dan de prijzen die bedrijven of particulieren betalen. Een voorbeeld zijn de Microsoft-licenties. Microsoft sloot een overeenkomst met de Vlaamse overheid. Maar er zijn ook heel wat andere bedrijven die op hun website of via hun dealers speciale tarieven hanteren voor het onderwijs. Bezoek zeker ook eens
    www.apsitdiensten.nl. Daar krijgen leerlingen, leerkrachten en ouders van leerlingen fikse kortingen op allerhande hard- en software.

    Wil je liever niet te veel geld uitgeven aan software, kies dan voor ‘vrije software’. Bij vrije software stellen de auteurs de broncode vrij ter beschikking. Ze gebruiken hun auteursrechterlijke bescherming om aan die broncode een licentie te koppelen die vrij gebruik toelaat. Men mag de software kosteloos en zonder expliciete toelating op een onbeperkt aantal computers gebruiken, aanpassen, verspreiden en integreren met andere software. Elke school en ICT-coördinator ontving in 2006 van de Vlaamse overheid de cd-rom ‘Vrije software in het onderwijs’. De cd bevat een selectie van software-toepassingen voor een educatieve context. Op
    www.ond.vlaanderen.be/publicaties kan je de gratis cd-rom met vrije educatieve software bestellen. Die software is ook downloadbaar via http://vrijesoftware.klascement.net. Op dezelfde site (www.ond.vlaanderen.be/ict/infrastructuur) vind je raamovereenkomsten voor goedkoop of zelfs gratis gebruik van Microsoft en IBM-software. Daarnaast vind je ook publicaties met praktijkvoorbeelden over de zinvolle integratie van digitale leermiddelen voor het kleuter-, basis- en secundair onderwijs (www.ond.vlaanderen.be/publicaties). Op www.ingebeeld.be vind je lesmateriaal voor audiovisuele vorming.
    Wil je een opleiding volgen in het pedagogisch gebruik van ICT? Dan kan je terecht op www.renvlaanderen.be. Daar vind je nascholingen voor didactisch ICT-gebruik.