COMPLETE LEZING OVER LIFEHACKING
SNELTOETSEN

Er
bestaan ook handige, gratis programma’s om
programma’s te openen en snel documenten te vinden,
gewoon door middel van een paar toetsaanslagen. Voor
Windows is dat bijvoorbeeld
Fingertips (www.getfingertips.com)
of
Launchy (http://launchy.net),
voor macs bestaan er programma’s zoals
Quicksilver (www.blacktree.com)
en
Butler (www.manytricks.com/butler).
Eenmaal je zulke programma’s begint te gebruiken,
keer je nooit meer terug naar het oude systeem
waarbij je vijf keer moest klikken om een programma
te openen of een document te vinden.
Deze programma’s laten je toe om lange woorden,
complete zinnen of hele lappen tekst in te voeren
door slechts een afkorting in te tikken. Betrap je
jezelf erop dat je vaak dezelfde zinnen of misschien
zelfs vaak dezelfde hele stukken tekst typt? Dan
is
Fingertips,
een gratis programma, iets voor jou.
Fingertips heeft
een functie die vergelijkbaar is met
TextExpander
voor
macs. Die laatste is echter niet gratis. Je kan
die programma’s zo instellen dat je bijvoorbeeld
niet telkens de naam van de school, het adres,
telefoonnummer, e-mailadres en website volledig
moet intikken, maar dat je door een afkorting te
typen en dan een spatie in te voeren, de hele
tekst op je scherm tovert.
Een
andere mogelijkheid is het gebruiken van sjablonen,
zowel in e-mailprogramma’s als in tekstverwerkers en
spreadsheets.
OOSTERKAMP,
T.J.,
Meereffect. AJ
Doorn, s.n., 2006, p.91.
http://lifehacking.nl/windows/lange-stukken-tekst-kun-je-afkorten-met-fingertips/
(geraadpleegd
op 25 juli 2008)
ACCELERATOR-KEYS
- Klik met je rechtermuisknop ergens op het lege bureaublad;
- Kies in het menu het item ‘Eigenschappen’ of ‘Properties’;
- Ga naar de één-na-laatste tab, ‘Weergave’ of ‘Appearance’;
- Klik op de knop ‘Effecten’ of ‘Effects’ en zorg ervoor dat het onderste vakje niet meer geselecteerd is.
Je kan sneltoetsen ook koppelen aan bestanden en snelkoppelingen. Als je er met je rechtermuisknop op klikt en dan ‘Eigenschappen’ kiest, kun je er een sneltoets aan toewijzen. Ctrl+Alt+G bijvoorbeeld. Als je dan aan het werk bent en je iets te binnen schiet, dan druk je gewoon op Ctrl+Alt+G en Windows opent meteen het gevraagde bestand. Zo zou je bijvoorbeeld per klas sneltoetsen kunnen toewijzen aan digitale puntenboeken. Je raast dan in een mum van tijd door die bestanden.
OOSTERKAMP,
T.J.,
Meereffect. AJ
Doorn, s.n., 2006, p.91.
OVER COMPUTERMUIZENISSEN
Het grote probleem met muizen is dat je er continu je ogen en hersenen bij nodig hebt. Je bewustzijn is actief betrokken bij het verplaatsen van het pijltje over het scherm. Muizen vragen bovendien heel veel van je oog-hand coördinatie. Wat moet je bijvoorbeeld doen als je met je muis een bladzijde naar beneden wilt scrollen in je tekstverwerker?
Eerst moet je hand zich van het toetsenbord naar de muis verplaatsen. Dat op zich is al een enorm inefficiënte beweging die de meeste mensen ook nog eens verkeerd uitvoeren. Het zou het beste zijn om je hele arm te draaien - in de elleboog en de schouder. Men gebruikt echter meestal alleen de pols bij dit soort muisbewegingen. Vervolgens neem je de muis vast en begin je die te bewegen. Zodra je de muis beweegt, licht de muiscursor op het scherm op. Je ogen flitsen over het scherm totdat ze de cursor hebben gevonden. Vanaf dat moment maakt je hand een vrij grote en snelle beweging om de muis te verplaatsen naar de rechterkant van het scherm - daar is nu eenmaal de schuifbalk te vinden. Tegen de tijd dat de muiscursor in de buurt is van de schuifbalk verandert de beweging. Opeens ga je de muis trager en veel nauwkeuriger bewegen, om ‘m op de juiste plaats op de schuifbalk te krijgen. Als je ergens halverwege in de schuifbalk kunt klikken, valt het allemaal nog mee. Maar voel eens wat er gebeurt als je wilt mikken op dat kleine knopje met pijlpuntje helemaal onderaan in de schuifbalk. Zodra je dan het juiste punt hebt gevonden, klik je met de wijsvinger op de muisknop, net zolang totdat je het juiste stuk tekst hebt gevonden. Als je de juiste plek in het document hebt gevonden, vindt de hele beweging nogmaal plaats - in omgekeerde richting - om de muiscursor op precies de juiste plaats te zetten in het document, zodat je daar verder kan typen. Daarvoor moeten je handen terug naar het toetsenbord (met waarschijnlijk weer een foute polsbeweging).
Dat soort zware arbeid doen we niet alleen bij het scrollen, maar ook bij het selecteren, kopiëren en plakken van tekst, bij het aanklikken van een menu-item, bij het opslaan en openen van bestanden, bij het starten van een nieuw programma bij… zo’n beetje alles wat we doen op een computer. Voor één keer is dat geen probleem, voor een paar keer ook niet. Het wordt echter een probleem wanneer mensen dag in dag uit hun computermuis inefficiënt gebruiken zonder te investeren in een betere en veel snellere manier van werken. Hoe dan? Door middel van toetscombinaties.
Je vingers kunnen wel toetsaanslagen onthouden, maar geen muisbewegingen. Dat is belangrijk. Als je alles op de computer met je muis doet, heb je voor iedere opdracht aan je computer je volledige bewustzijn nodig. Dus ook voor het uitvoeren van vrij simpele opdrachten. Nu doe je dat bij tandenpoetsen niet - en dat is maar een paar keer per dag. Als je je toetsenbord consequent gebruikt, lijkt het alsof je vingers in de loop van de tijd de bewegingen opslaan die je nodig hebt. Net zoals een pianiste niet bij elke beweging nadenkt over waar zij haar vingers exact neer moet zetten, zo hebben ook jouw vingers een zogenaamd ‘spiergeheugen’. En dat kun je trainen. Dat scheelt een heleboel tijd.
Allereerst is het belangrijk dat je blind kunt typen. Als je niet met hoge snelheid blind kunt typen, doe je jezelf tekort. Het toetsenbord is voor de meeste mensen een belangrijker middel geworden om te communiceren dan de telefoon, zowel wanneer het gaat over het volume als over de natuur van de dingen die langs dat medium passeren. Vijftig woorden per minuut is een minimum. Typen aan vijfendertig woorden per minuut is als telefoneren met knikkers in je mond. Het gebrek aan die vaardigheid is in de moderne informatie-maatschappij, en zeker in het onderwijs, net zo erg als het niet hebben van een rijbewijs als je vrachtwagenchauffeur bent.
Lees meer over accelerator-keys en andere sneltoetsen.
OOSTERKAMP,
T.J.,
Meereffect. AJ
Doorn, s.n., 2006, p.135-140.
Wat is RSS?
Stel, je surft regelmatig naar een site (een blog, een nieuwskanaal, een online fotoalbum, ...) om te checken of er iets nieuws te zien is. Dat stelt geen problemen wanneer het maar één site is, of twee, maar wat als je er zo'n twintigtal regelmatig wilt checken? Of een vijftigtal? Ga je dan telkens opnieuw al die URL's intikken? Ga je dan iedere keer door al dat materiaal ploeteren om misschien iets te vinden wat jij eventueel interessant zou kunnen vinden? Pure tijdverspilling. RSS biedt het antwoord, Really Simple Syndication. Het is jouw hoogstpersoonlijke nieuwskanaal, want je beslist natuurlijk zelf op welke sites je je abonneert. Op een paar minuten raas je door honderden posts en lees je alleen die dingen die jou interesseren.
Wat heb je ervoor nodig? Een RSS-lezer. Daarmee kan je de informatie van verschillende sites gestructureerd naar je toe brengen. Je kan dan op een zelfgekozen tijdstip al die posts in één keer checken (of in meerdere keren).
Er bestaan verschillende lezers:
- Google Reader is een van de bekendste. Die RSS-feeds kan je op elke computer bekijken, maar qua functionaliteit is daar nog wat werk aan de winkel, vind ik. Er moet namelijk heel wat afgeklikt worden.
- Netnewswire is een van de vele (gratis of goedkope) RSS-lezers die je kan downloaden. Zo'n lezer kan je dan echter alleen maar op die bepaalde computer gebruiken.
- Webbrowsers blijken echter ook heel handige RSS-lezers te zijn.
Hoe abonneer je je op een RSS-feed?
Je abonneert je op een RSS-feed door op het blauwe of het oranje RSS-logo te klikken. Op deze site vind je de RSS-feed bijvoorbeeld in de linkerkolom en naast de URL. Of je kunt ook gewoon hier klikken.
Na die muisklik verschijnt een RSS-venster. In zo'n venster staan de vorige posts gestructureerd onder elkaar.
Wanneer je de Command-toets en de D-toets tegelijk indrukt, verschijnt een nieuw venster. In Internet Explorer is dat Ctrl-D en verschijnt er een gelijkaardig venster. In dit geval komt de RSS-feed in de map persoonlijke RSS terecht. Die map staat in Safari in de menubalk. In Internet Explorer komt die map normaal bij Favorieten te staan.
Je kan eventueel kiezen voor twee verschillende RSS-mappen: een persoonlijke en een algemene, zoals in het voorbeeld hieronder. Die twee mappen zijn onderverdeeld in submappen, per thema. Uit de afbeelding hieronder kan je afleiden dat er elf ongelezen posts zijn in de map RSS. Van die elf gaan er drie over lifehacking, vier over fotografie, enzovoort.
Door op een van deze links te klikken, kom je terecht op een gestructureerde RSS-pagina. Je kiest zelf hoeveel informatie per post wordt weergegeven (alleen de titel, de lengte van de tekst, enzovoort). Je kan ook bijvoorbeeld alle RSS-feeds rond één thema op één RSS-pagina weergeven (bijvoorbeeld alle posts van 'interessante bloggers'). Hetzelfde principe geldt voor Internet Explorer en andere browsers.
Je kiest uiteraard zelf wanneer je je RSS-feeds checkt. Tip: doe dat op vaste tijdstippen, anders blijf je bezig.
Nog een tip: wees selectief. Abonneer je niet op honderden sites, je kan toch nooit alles lezen.
KABELMANAGEMENT
Al die spullen verbruiken energie en hebben dus hun eigen stroomkabel en vaak ook nog een adapter. Bij computergebruikers is het aantal kabels nog veel groter, want die willen al hun losse apparaten koppelen en op de computer aansluiten. Ook het aantal apparaten waarmee we op stap gaan, groeit gestaag en die hebben elk hun eigen oplaadtoebehoren. De gemiddelde computergebruiker kijkt dan ook aan tegen een wirwar van kabels, snoertjes, adapters en verdeeldozen. Bij de meeste mensen liggen die achter de apparatuur of ze hangen onder de tafel. Daar wil je meestal niet naar kijken. Tijd voor kabelmanagement!
Kabelmanagement bestaat uit drie onderdelen:
- De kabels opruimen die achter of onder je apparatuur en je bureau hangen;
- De opladers en losse snoeren ordenen die je boven op je werkplek bij de hand wilt hebben;
- De kabels selecteren die je als mobiele gebruiker nodig hebt.
Onder de tafel
Stap 1: Merk de kabels
Gok niet langer welke adapter en welke stekker bij welk apparaat horen: begin met alles te merken. Een simpele labelprinter betekent al een groot verschil. Druk elk etiket tweemaal af (monitor, projector, gsm, enzovoort), vind de kabel en kleef vervolgens één van die etiketten op de spanningskabel, dichtbij de stekker of op de adapter. Kleef het andere etiket op de verbindingskabel. Bevestig de etiketten zo dat je aan de ene kant kunt aflezen welk apparaat er aan de andere kant aangesloten is. Het etiket ‘monitor 1’ zit dus dicht bij de computer, terwijl het etiket bij de monitor naar de aangesloten computer verwijst. Dat is vooral handig als je monitor meerdere aansluitingen heeft of als je met meerdere monitoren of computers werkt. Het belangrijkste voordeel van het merken is dat je nu alle kabels kunt lostrekken, uit de war halen en weer moeiteloos kunt aansluiten.
Stap 2: Geef alles een plaats
Rond je computer nestelt zich een heel arsenaal aan apparaten die je zelden aanraakt, zoals een ADSL-modem, een router en externe harde schijven. Dergelijke spullen verzamelen stof op de vloer of nemen ruimte in op je bureau. Je kunt ze beter onder het bureau wegwerken.
Deze stap vergt wat voorbereiding: je moet naar de winkel om het één en ander te kopen. Je hebt kabelgoten nodig en materiaal om je apparaten vast te zetten. Het handigste is om alle spullen op een plaat te monteren. Neem hiervoor een gaatjesbord zodat je de apparaten op een eenvoudige manier vast en los kunt maken. Gebruik bijvoorbeeld klittenband. Dat kun je op een rol kopen met de haakjes aan de ene kant en het pluizige deel aan de andere kant. Een alternatief is een plaat waar je schroeven in draait om je apparaten aan op te hangen, maar dan moeten die wel schroefgaten hebben.
Bevestig
onderaan een flinke stekkerdoos zodat alle
voedingskabels binnen de plaat kunnen blijven. Kies
hiervoor een exemplaar met spanningsbeveiliging en
een schakelaar, zodat je alles met één tik van je
voet kunt uitzetten. Dat is ook goed voor de
energierekening. Koppel bij voorkeur geen
stekkerdozen aan elkaar, maar koop een exemplaar dat
groot genoeg is om al je apparaten op aan te sluiten.
Stap
3: Snoerenrollades
Nadat alle apparaten zijn vastgezet steek je de
stekkers erin. De snoeren zijn vrijwel altijd te
lang. Bind ze in lussen samen. Zet de kabeltjes vast
met klittenband of de bindertjes die toch al bij het
snoer zaten toen je het apparaat kocht. Volg de
natuurlijk buigrichting en maak elk bundeltje zo
klein mogelijk en zet het vast op de plaat, maar trek
de boel ook niet zo strak dat je kabelbreuken
riskeert.
Bevestig desnoods kabelgoten onder je tafel om de
snoeren in goede banen te leiden. Sommige bureaus
hebben een voorgevormd gat waar je de kabels door
kunt steken.
Op de tafel
Investeer in een goede, van stroom voorziene usb-hub met voldoende poorten om je apparaten op aan te sluiten. Verbind alle losse usb-kabels met de hub, zodat je je complete apparatenpark met het hub-snoertje op de computer kunt aansluiten. De hub zelf kan je eventueel onder je bureau kwijt op de gaatjesplaat. Hetzelfde geldt voor de harde schijven die je op je computer aansluit.
Bij opladers zijn etiketten extra belangrijk, want voor je het weet sluit je de verkeerde adapter aan en weg is je nieuwe gadget. Sluit alle adapters aan op een stekkerdoos met schakelaar, zodat je deze bron van sluipverbruik met één klik de nek om kunt draaien. Werk de doos met adapters vervolgens netjes weg zodat je alleen nog de kabeltjes (met etiketten) ziet.
Heb je ook zo’n la vol reservesnoeren waaruit je af en toe een netwerk- of usb-kabel pakt? Lege spindle-dozen van dvd’s of cd’s zijn prima te hergebruiken als kabelbewaarders. Het zijn de perfecte opbergplaatsen voor al die kabels die je maar af en toe nodig hebt. Je rolt alle snoertjes simpelweg op en je steekt ze in het deksel van de doos. Draai de bodem om en … opgeruimd staat netjes. Alle kabels zijn nu rond de centrale staaf gewikkeld. Het is een ideale manier om die verpakkingen niet zomaar weg te gooien en daardoor bij te dragen aan de afvalberg, plus je ziet meteen welke kabels in welke doos zitten.
Kabelmanagement onderweg
Voorzie allereerst alle losse kabels van stukjes klittenband, waardoor je ze in opgerolde vorm vast kunt zetten. Plak ook nu weer etiketjes op de kabels en adapters. Bij elkaar gepropt in de donkere diepte van een tas lijken alle adapters op elkaar. Er bestaan ook kabeltasjes om je kabels overzichtelijk bij te houden (www.tucano.it).
VAN
DER LINDEN, H.,
Van kabelspaghetti tot snoerenrollade.
MacFan
77, juli/augustus 2008, p. 16-19.
http://www.decluttered.com/
(geraadpleegd op 29 augustus 2008)
