Wildervank, voormalige Hervormde kerk 

Last update: 07-04-2008


Van 1655 tot 1659 kwamen de hervormden bijeen in een schuur. Ze hadden al wel een eigen dominee. In 1659 werd de eerste steen gelegd voor deze kerk. Aanvankelijk bestond die alleen uit een middenschip met toren. Later is de kerk aan beide zijden vergroot, zodat hij een kruisvorm kreeg. De klimop is bij de laatste opknapbeurt van de kerk verwijderd.


Wildervank, front

Op 26 oktober 1864 wordt tijdens een vergadering van Kerkvoogden en Notabelen "...een voorstel ingediend ten einde pogingen aan te wenden een orgel in de kerk te bekomen."

Men neemt de tijd om tot een beslissing te komen, ook al in verband met het ontbreken van de nodige fondsen, maar op 1 december 1865 geeft Jan Engberts Blaauw "...als zijnen wensch te kennen een gift van twee duizend gulden te schenken voor het plaatsen van een orgel in de kerk aan deze Gemeente toebehorende, onder voorwaarde dat aan zijn Ed. daarvoor wierden afgestaan twee of drie zitplaatsen in de banken die ter verkoop zouden worden aangeslagen, om de opbrengst daarvan tot hetzelvde doel te doen strekken."~1~

Op 8 februari 1866 worden tekeningen en bestek ter tafel gebracht. Men wil het advies van één of meer deskundigen en stelt een commissie in.

Op 22 maart berichten de notulen: "De vergadering door den voorzitter geopend zijnde, wordt van wege de commissie, belast geweest bij deskundigen een onderzoek te doen, of een ontvangen bestek en tekening van een orgel ontworpen door den heer Meijer te Veendam aan de eischen der Kunst en een goede Smaak zouden beantwoorden, wordt in dezen verslag gegeven, dat zij bij monde van de heeren Kuipers onderwijzer te Scheemda, en Meijer musicus te Stads-Kanaal daaromtrent de gunstigste getuigenissen hebben ontvangen; waarop door den Voorzitter in omvraag gebragt wordt, of men aan bovengenoemden Meijer het vervaardigen van een orgel zal opdragen, het welk met algemene stemmen wordt aangenomen."

Het Orgel werd dus besteld bij "R. Meijer orgelmaker te Veendam bij allen als een achtenswaardig man bekend en van wien men de gunstigste getuigenissen nopens Zijn bekwaamheid heeft ontvangen, van de Heeren orgelmakers te Barmen (waar hij zijn opleiding heeft genoten)" De prijs is f 5000,-.

In januari 1867 krijgt Meijer een voorschot van f 500,-. De ingebruikname van het orgel vond plaats op 8 september 1867. Het werd daarbij bespeeld door W.J. Kuipers, hoofdonderwijzer (en waarschijnlijk dus ook organist) te Scheemda.~2~ Het is aan te nemen, dat deze Kuipers ook grote invloed gehad heeft op de beslissing om in de Hervormde kerk van Scheemda een Meijer-orgel te plaatsen.

  • Over het orgel als zodanig bestaan enige onduidelijkheden. Er is wel eens verondersteld, dat Roelf Meijer dit orgel vanuit Barmen kreeg om hier op te bouwen. Indien dit het geval was, moet Meijer toch wel zéér brutaal zijn geweest om zijn naam aan andermans werk te hechten !
  • Een andere veronderstelling is, dat Meijer fabrieksmateriaal kocht, in voorraad had of zèlf fabriceerde en in voorraad hield voor zijn orgels.~3~
  • Een derde mogelijkheid is, dat dit zijn "Meisterprüfung" was en dat het orgel min of meer in de stijl van zijn leermeester moest worden gebouwd. Het front verschilt duidelijk van andere Meijer-orgels. Als we uitgaan van de laatst genoemde genoemde mogelijkheid, zou Meijer de kast en lade zèlf gebouwd kunnen hebben "in Duitse stijl", terwijl hij het pijpwerk in de pijpenmakerij van zijn leermeester maakte op de van hem verlangde manier. Overigens verschilt het front ook duidelijk van de twaalf ons bekende Ibach-fronten van voor 1885.~12~ & ~13~

De dispositie wordt door Van 't Kruijs in zijn verzameling vermeld: ~4~
"Het Orgel in de Hervormde Kerk te Wildervank telt 22 stemmen, twee klavieren, vrij pedaal en is in 1867 door Meijer en van Dam uit Leeuwarden geleverd.

Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Prestant 8 Vioolprestant 4 Subbas 16
Bourdon 16 Salicet 8 Violon 16
Gamba 8 Fluit Douce 8 Gedakt 8
Gedakt Fluit 8 Flûte d'amopur 8 Violoncello 8
Roerfluit 8 Flutino 2 Bombardon 16
Octaaf 4 Fagot-Oboe 8
Gemsfluit 4
Quint 2 2/3
Octaaf 2 Stomme reg.
Mixtuur 4st Koppelingen
Trompet 8 Ventiel

Organist de Heer B. Koiter." ~5~

    Uit het front van dit orgel blijkt duidelijk de opbouw: Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal. De ornamenten zijn vrij sober uitgevoerd. Het geheel geeft een rechtlijnige en hoekige indruk. De klaviatuur zit aan de rechterkant van het orgel. De manuaalomvang is anders dan we bij Meijer gewend zijn C-g3 en het pedaal C-d'. Verder zijn er koppels tussen Hoofdwerk en Bovenwerk en Hoofdwerk en Pedaal. Tot slot is er nog een Ventiel.

Geschiedenis

Men is blij met het instrument, doch "Door den heer Do Huisinga werd de opmerking gemaakt dat wanneer men zich voor het front van het orgel plaatste men door de pijpen in het binnenwerk konde zien, waardoor veel van de uitwendige heerlijkheid werd weggenomen. Aan K. opgedragen om in overleg met den heer Meijer te zien of zulks door bedekking konde verhinderd worden."

De firma Meijer zèlf wordt in verband met onderhoud nog genoemd in 1876. In 1887 heeft het orgel herstel nodig.~6~ De begroting van de weduwe Meijer bedraagt f 425,–. Van het herstel wordt afgezien.

Na de bouw door Meijer zijn er in de loop der tijd enige kleine doch opvallende reparaties en ingrepen gepleegd:

  • In 1898 wordt voor het repareren schoonmaken en een nieuwe Cornet betaald aan den Heer Snelleman f 410,05, aan de Heer Smedes voor het onderzoeken en afnemen van het orgel f 10,-De discant van de Quint 3' werd verwijderd om plaats te maken voor een Cornet 4 sterk discant op verhoogde banken; ~7~
  • De Fluit 4' van het Bovenwerk werd veranderd in een Quint 2 2/3',
  • Het groot octaaf van de Mixtuur werd wat samenstelling betreft veranderd,
  • Het pedaalklavier (van Snelleman uit 1898) werd vernieuwd door de organist, de heer Venema, die ook nog diverse andere wijzigingen aanbrengt. Onder andere wijzigde hij door opschuiving en uitbreiding de Quint 2 2/3 van het bovenwerk in een Sifflet 1 1/3 en ook werkte hij de Gedekt 8' van het Pedaal om tot een Fluitbas 4', ~8~
  • In het kader van een kerkrestauratie in 1960 werd de kas licht overgeschilderd.
  • Als rond 1960 in de kerk een heteluchtverwarming wordt aangelegd, barst het orgel aan alle kanten. Venema moet regelmatig lijmen (pijpen, laden) en noemt de architect "de grootste nul die er op 2 benen rondloopt."
  • de firma Flentrop te Zaandam brengt zwakkere veren aan, omdat de speelaard zo zwaar is. Enige jaren later verzoekt Venema om sterkere veren, omdat de ventielen niet goed sluiten. Flentrop vindt dit niet verantwoord. ~9~

Beschrijving van de orgelkast

Het orgel heeft een overwegend hoekige kast die Classicistisch aandoet. De stijlen in het front zijn uitgevoerd als zuilen met Dorische kapitelen. In een cartouche boven op de middenkas staat:

De ornamentiek is verder, gezien de omvang van de kas, vrij sober en klein uitgevoerd. Vooral de wel erg kleine vleugelstukken aan weerszijde van de kast doen vreemd aan. Het frontschema luidt:

9 9 9
7 7 7 7 7

De zijwanden en achterwanden bestaan uit een raamwerk met panelen die erg ruim in de stijlen zitten en hier en daar zelfs kieren vertonen. Het dak van de kas is er wel het ergst aan toe. Bij het bovenwerk is het dak verwijderd om de grootste pijpen van de Fagot-Hobo te kunnen herbergen. Achter op het dak ontbreekt een heel stuk dakbekleding. De totale kasdiepte is 352,5 cm.~10~

De dispositie is momenteel:

Man I: Man II:
Prestant 8' Prestant 4'
Octaaf 4' Flute douce 8'
Octaaf 2' Salicet 8'
Mixtuur 2' I-IV
~11~
Sifflet 1 1/3'
Quint 3' Woudfluit 2'
Bourdon 16' Fagot-Hobo 8'
Holpijp 8' Pedaal
Roerfluit 8' Violonbas 16'
Gamba 8' Subbas 16'
Gemshoorn 4' Fluitbas 4'
Trompet 8' Cello 8'
Bombarde 16'

 

Het orgel is anno 1994 in een nog bespeelbare, zij het vervallen staat en kan een restauratie –die inmiddels in voorbereiding is– zeer wel gebruiken.

In 2002 heeft de firma Mense Ruiter de laden van Hoofdwerk en Bovenwerk gerepareerd, alsmede de houten pijpen. Adviseur was Jan Jongepier.

In 2003 is het besluit genomen dat de hervormden en gereformeerden van Wildervank samen zullen gaan. Omdat de staat van de gereformeerde kerk in veel betere conditie is dan het hervormde gebouw, wordt deze laatste nog maar ééns in de vier weken gebruikt.

De hervormde gemeente wil haar gebouw graag overdragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken, want het was altijd al moeilijk om gebouw en orgel te onderhouden, maar nu helemaal. De stichting verlangt echter een "bruidsschat" van 30.000 Euro en dat bedrag is er gewoon niet.

In 2003 heeft CvD video-opnamen gemaakt tijdens de Open Monumentendag
De geluidsfile in QuickTime-formaat is 324KB.

Het Dagblad van het Noorden meldt in juli 2006 dat met de restauratie van het orgel begonnen is. Het artikel is hier te lezen.

In december 2008 werd in de kerk de laatste dienst gehouden. Hervormden en Gereformeerden kerken nu tezamen in de "Grote kerk" van Wildervank. De "Oude kerk" is overgedragen aan de Stichting Wildervanck-Wildervank.


 >   >  

HomeNieuwe orgels

Voetnoten

  1. Notulen van de vergadering door Kerkvoogden gehouden den 1sten December 1865. Jan Engberts Blaauw is rentenier en Notabel bij de herv. Gemeente Wildervank.
  2. Stemmen voor Waarheid en Vrede 1867; blz. 730
  3. Dat Meijer in ieder geval (zeker later) zelf pijpen maakte blijkt uit een van de brieven naar Alblasserdam. We komen hier elders op terug.
  4. Van 't Kruijs; blz. 74
  5. Koiter werd blijkens de notulen naar aanleiding van de vergadering van 20 april 1878 aangesteld. Zijn voorgangers waren P.J. Muntendam, P. Cornelissen (1868-1873) en wederom Muntendam. In 1901 wordt A.N. van Halteren aangesteld, die tot 1948 in functie blijft. Diens opvolger is R. Venema, die het orgel ook onderhoudt en daarover een zeer drukke correspondentie voert met de kerkvoogdij.
    Overigens zou de datum van Koiter's aanstelling (al weer geruime tijd na de bouw van het orgel) gedeeltelijk kunnen verklaren waarom de naam Van Dam hier opduikt; per slot van rekening heeft de organist de bouw niet meegemaakt. Van enige bemoeienis van de Firma van Dam is tot nu toe nergens iets gebleken.
  6. De organist C. Bos te Veendam raamt de kosten op f 260,-.
  7. De offerte van Snelleman dd 2 october 1897 meldt:
    Voor het repareren/schoonmaken en krachtig intoneren van het orgel f 150,-
    Voor nieuw pedaal f 30,-
    Voor herstel der frontpijpen f 30,-
    Repareren mechaniek f 50,-
    Cornet f 50,-
    Waar de resterende f 100,05 vandaan komt is onbekend.
  8. In een brief van 1960 stelt organist Venema nog meer wijzigingen voor in het pedaal, (alleen Subbas en Bombarde blijven bewaard; rest van het pijpwerk zou worden omgebouwd tot Octaafbas 8, Koraalbas 4 en Nachthoorn 2), maar bij deze wijziging is het blijkbaar gebleven. Venema zelf wilde de wijzigingen uitvoeren.
  9. Brief Flentrop Orgelbouw n.v. gedateerd 26 november 1963.
  10. Dispositie van het orgel in 1990, afkomstig uit het rapport van J. Jongepier.
  11. Mixtuur 1-4st Samenstelling:
    C c c1 c2
    1 1/3 2 2/3 2 2/3 4
    2 2 2/3
    1 1/3 2
    1 1/3
  12. De twee fronten die nog het dichtst in de buurt komen staan hieronder:



  13. Bij de vertaling van dit orgel door Eric Eisenberg schreef hij: "Two organ builders I know (Alfred Kern and Ernest Muhleisen) also built their 1st organ (their schooling Masterpiece indeed) very differently from their ongoing production. Your hypothesis about Wildervank seems very good !"

 


Wildervank, Netherlands Reformed church

The first organ Roelf Meijer built is completely different from his other organs:

  • the square case (see photo).
  • the decoration.
  • the construction of the front.
  • the stops Mixture, the Basson-Hautboy, Vioolprestant, Flutino in the manuals (see stoplist).
  • a pedal with 5 stops, of which 2 string-stops.
  • the inscriptions on the pipes are in German.

The organ cost Fl 5000,- and came into use on the 8th of September 1867 with the playing by the schoolmaster/ organist from Scheemda. A collection of stoplists from 1885 reported the situation as it was at that moment. It caused even more confusion by reporting: "... was delivered by Meijer and Van Dam from Leeuwarden". Nowhere in the archives of the Van Dam family has ever anything been found about Meijer or Wildervank. That is why many suppositions came into the world:

  • Van Dam would have voiced the organ for Meijer.
  • Meijer had ordered the case and pipes with Ibach in Barmen and had installed the organ in his own name (this seems rather audacious to us; what would he have to say to his former masters if the truth had ever come out ?).
  • Meijer had a lot of manufactured components in stock and installed these pipes in his organs (but having a large stock cost a lot of money; how is it possible then, that Meijer could build his organs at such a low price ?).
  • A last possibility is, that this organ was Meijer’s 'Meisterprüfung' and that he built the organ in a style which would enchant his masters (see Ibach-fronts). We prefer this possibility as an explanation.

      Eric Eisenberg wrote us in april 2001: "Two organ builders I know (Alfred Kern and Ernest Muhleisen) also built their 1st organ (their schooling Masterpiece indeed) very differently from their ongoing production. Your hypothesis about Wildervank seems very good !"

Anyhow, the instrument was still kept in repair by Meijer in 1876. In 1887 the organ needed to be repaired. According to the estimate of the widow Meijer it would cost Fl  425,-. The plans for restoration, however, were given up.

In 1898 Fl 410,05 was paid to Mr Snelleman for repairing and cleaning the organ and for installing a new Cornet. The Cornet substituted the Quint 3. The Quint went to the Upper Positive and the Flute 4 was removed there. Moreover, he also installed a new pedal.

In the 20th century the organ was considerably altered by the organist, Mr Venema. He also installed (again) a new pedal. He created a Quint 1 1/3' by replacing the pipes of the Quint and he changed the Gedekt 8' into a Fluitbas 4'. The structure of the Mixture was altered, too, and a Tremulant was added (see stoplist).

When around 1960 space heating was installed the organ cracked on all sides and the organist had to make every possible effort to stop the leaks to keep the organ playable. Not only the windcases suffered, but the wooden pipes cracked as well.

The organ needs badly to be repaired for many years, but there is no money. Somehow the organ is kept playable, while the woodworms have a marvellous time.

Sound) (324KB)


English text: Anja van Dam-Siertsema

 >   >  


Wildervank, Église reformée hollandaise

Le premier orgue construit par Roelf Meijer diffère nettement du reste de sa production par :

  • le buffet-coffre
  • les ornements
  • la construction de la façade
  • les jeux de Mixture, Basson/Hautbois, Principal-violon et Flautino aux claviers (voir composition)
  • une pédale de 5 jeux, dont deux gambés
  • les inscriptions sur les tuyaux sont en Allemand.

L’orgue coûta 5000 Florins et fut utilisé pour la première fois le 8 septembre 1867 par l’instituteur / organiste de Scheemda.

Une série de compositions de 1885 nous donne son état à ce moment. On y trouve une phrase très perturbante : « ...a été livré par Meijer et Van Dam de Leeuwarden ». Dans les archives de la famille Van Dam, on ne trouve nulle trace de Meijer ou Wildervank. De nombreuses hypothèses furent élaborées pour expliquer cela :

  • c’est peut-être Van Dam qui a harmonisé l’orgue pour le compte de Meijer,
  • Meijer a pu commander le buffet et les tuyaux chez Ibach à Barmen et a assemblé l’orgue à son compte (cela nous semble plutôt osé; qu’eussent dit ses anciens maîtres si cela était venu à s’ébruiter ?)
  • Meijer pouvait avoir de nombreuses pièces manufacturées en stock, et il aurait installé ces tuyaux dans ses orgues (mais un stock important est très coûteux : comment Meijer aurait il fait, alors, pour construire des orgues à des prix si compétitifs ?)
  • une dernière possibilité est que cet orgue soit en fait la Pièce de Maîtrise de Meijer, et qu’il construisit donc cet instrument de façon à plaire à ses maîtres (voir façades d’Ibach).

      Nous préférerons cette dernière hypothèse.
      Aussi Eric Eisenberg a constaté des grandes differences entre les premiers orgues de Alfred Kern et
      Ernest Muhleisen et leurs orgues suivantes.

Quoi qu’il en soit, Meijer entretint l’instrument jusqu’en 1879.
En 1887, l’orgue avait besoin d’une réparation. Selon l’estimation de la veuve Meijer, cela aurait coûté 425 Florins. Ce projet de restauration n’aboutit cependant pas.

En 1898, Mr Snelleman reçut 410.05 Florins pour avoir réparé et nettoyé l’orgue, ainsi que pour la pose d’un nouveau Cornet. Ce Cornet remplaçait la Quinte 3’. Cette Quinte fut placée au Positif Supérieur où elle remplaça la Flûte 4’. En plus de cela, il installa une nouvelle pédale.

Au cours du 20 ème siècle, l’organiste Venema fit de profondes modifications à l’orgue. Lui aussi installa une nouvelle pédale. Il transforma la Quinte en Larigot, et changea le Gedakt 8’ (=Bourdon) du pédale en une Flûte 4’.
Il changea aussi la composition de la Mixture et ajouta un tremblant (voir composition)

Quand en 1960 un chauffage à air pulsé fut installé, l’orgue se fendit de toute part, et l’organiste dut faire tout ce qui était en son pouvoir pour boucher les fuites pour que l’orgue puisse continuer à jouer. Il n’y a pas que les sommiers qui souffrirent: les tuyaux de bois le fendirent aussi.

L’orgue a besoin d’une réparation depuis de nombreuses années, mais il n’y a pas d’agent pour cela. Tant bien que mal, l’orgue est maintenu en état de marche, tandis que les vers à bois prolifèrent joyeusement.

Son (324KB)


Traduction de l'anglais: Eric Eisenberg

 >   >