Andere orgelbouwers
In de site treffen we veel namen aan van orgelbouwers, die niet direct met Meijer in contact stonden of zelfs maar in dezelfde tijd werkten, maar voor degenen die niet zo bekend zijn in de Nederlandse orgelwereld staan hieronder een groot aantal namen en gegevens.
Ze zijn min of meer op chronologische volgorde opgenomen, doch sommige orgelbouw-families hebben zó lang bestaan, dat in die gevallen het bijeenblijven van de familie (plus hun rechtsopvolgers) prevaleerden boven de chronologie.
Uiteraard is het mogelijk dat er in de gegevens van onderstaande orgelbouwers fouten voorkomen. Wij hebben niet de pretentie, dat onze verzameling van disposities en orgelbouwers foutloos dan wel volledig is.
Indien u ons wilt helpen met aanvullingen, kunt u ons via e-mail bereiken via de eerste pagina van deze site:
ga naar de beginpagina van de site

De volgende orgelbouwers (op alfabetische volgorde) zijn op deze pagina's opgenomen:

Anthony Abbringe Stint
Over het leven van deze orgelbouwer is weinig bekend. We weten dat hij tussen 1655 en 1665 in Noord-Nederland heeft gewerkt. Van zijn werken zijn ons bekend:
- 1655 - Steenwijk, Herv Kleine OL Vrouwe (Ov); bericht over contract met Mr. Antonie Abbing Stint omtrent de bouw van een nieuw orgel a 1050,- aanneemt (Het Orgel uit 1912)
- 1655 - Groningen, Waalse Pelstergasthuis (Gr); werkzaamheden A. Abbringe Stint
- 1656 - Usquert, Herv Petrus & Paulus ~ ho (Gr); werkzaamheden A. Abbringe Stint
- 1656 - Meeden, Herv (Gr); vernieuwingen door A .Abbringe - Stint
- 1660 - Enkhuizen, Herv Wester Gomarus (NH); reparatie door Anthony A. Stint voor £16
- 1665 - Oosterbierum, Herv Joris (Fr); nw orgel Anthony Abbringe Stint (Vlagsma2003) 750 car.gld.; het instrument beviel niet
Familie Duyschot
Eerste generatie:
Roelof Barentsz Duyschot ~ 1620-1684
Roelof is geboren in Goor als zoon van een herbergier. In 1640 vertekt hij naar Amsterdam en gaat in de leer bij een schrijnwerker. In 1659 (er wordt dan aan het orgel van de Oude Kerk te Amsterdam gewerkt) blijkt hij in dienst te zijn bij Jacobus van Hagerbeer. In 1668 wordt hij genoemd als de meesterknecht.
Als Jacobus van Hagerbeer in 1670 overlijdt, neemt Duyschot de nog uitstaande opdrachten over van de weduwe. Daarna werkt hij als zelfstandig orgelbouwer o.a. in Amsterdam, Leiden en Haarlem.
Hoewel hij als een goed orgelbouwer werd en wordt beschouwd, is er weinig van hem bewaard gebleven.
Tweede generatie:
Johannes Duyschot ~ 1645-1725
Zoon en leerling van R.B. Hij woont in en werkt eerst vanuit Amsterdam, later in Alkmaar.
In mei 1684 is de gezondheid van zijn vader zó slecht, dat bij notariële akte de plichten van zijn vader op hem overgaan (o.a. de bouw van het orgel van de Westerkerk te Amsterdam). Vanaf 1711 woont hij met zijn vrouw en zoon Andries in Leiden. Het huis was door Andries in 1709 gekocht. Dit zal zijn verblijfplaats blijven tot zijn dood.
In de tijd dat Johannes werkte, werden veel oude orgels hersteld dan wel uitgebreid. Nadat het orgel tijden lang als "instrument des duivels" en "Paapse stoutigheid" was beschouwd (en dus tijdens de kerkdiensten niet gebruikt werd), kwam men langzamerhand tot de conclusie, dat het onmisbaar was als begeleiding van de samenzang. Veel instrumenten werden uitgebreid met de registers Trompet, Cornet en in veel orgels kregen de Mixtuur en/of de Scherp een lagere samenstelling, zodat ze ook gebruikt konden worden bij de begeleiding van de zang.
Van Johannes is nog veel bewaard gebleven, hoewel in de latere eeuwen zijn pijpwerk vaak is aangepast aan de smaak der tijd.
Derde generatie:
Andries Duyschot ~ 1675-1752
Zoon en leerling (wrsch al vanaf 1687) van Johannes. In 1705 sluiten Johannes en Andries een overeenkomst, waarbij de zoon belooft voor zijn vader (en dus ook voor diens tweede vrouw) te zorgen.
In 1722 werkt hij als zelfstandig orgelmaker (blijkbaar kan Johannes dan niets meer doen) in Utrecht. In 1731 woont hij weer in Leiden, maar vertrekt vier jaar later opnieuw naar Utrecht.
In 1746 wordt weer Leiden als domicilie gekozen en daar overlijdt hij ook.
Terug naar bovenkant van de pagina

Radeker, Johannes ~ 1675 (?)-1725
Zoals vaker in de tijd waarin hij leefde, werd zijn naam op vele manieren gespeld: Ratteker, Raetker, Raetger, Ratki, Ratgij.
Hij was een leerling van Arp Schnitger en nog een tijdlang knecht bij Christian Müller.
Terug naar bovenkant van de pagina

De lijn Hinsz - Schnitger - Freytag
Albert Anthony Hinsz ~ 1704-1785
Werd geboren te Hamburg (Duitsland) en was waarschijnlijk leerling van Richborn en/of Frans Caspar Schnitger senior (1693-1729; de zoon van Arp Schnitger).
Hij vestigt zich in 1728 te Groningen en trouwt in 1732 met de weduwe van F.C. Schnitger senior. Het is niet duidelijk of hij het bedrijf overnam, of dat het een samenvoeging van zijn eigen bedrijf met dat van de weduwe was.
Enkele van zijn vele leerlingen waren Lammert van Dam, M.H. Hardorff, Heinrich Hermann Freytag, Frans Caspar Schnitger jr en waarschijnlijk Albertus van Gruisen.
Frans Caspar Schnitger jr ~ 1724-1799
Stiefzoon en leerling van A.A. Hinsz. In 1785 zet hij samen met H.H. Freytag het bedrijf van Hinsz voort.
Fam. Freytag
Eerste generatie:
Heinrich Hermann Freytag ~ 1759-1811
Geboren te Hamburg; leerling van Hinsz; zet in 1785 samen met Frans Caspar Schnitger jr het bedrijf van Hinsz voort.
Na 1799 neemt hij alleen de leiding van het bedrijf. Zijn weduwe probeert in 1811 het bedrijf te continueren (de kinderen zijn nog te jong).
Tweede generatie:
- Herman Eberhard Freytag ~ 1796-1869
Neemt in 1816 samen met B.J. het bedrijf van de weduwe over en gaat na 1829 (als zijn broer sterft) alleen verder. De firma verzwakt langzaam maar zeker door de concurentiestrijd met de familie Lohman.
Als in 1861 H.E.'s zoon Willem Fredrik sterft (en er geen opvolger meer is) en in 1862 ook nog zijn dochter, verkoopt hij het bedrijf aan de Lohman's en gaat in 1863 rentenieren in Peize.
- Barthold Joachim Freytag ~ 1799-1829
Neemt in 1816 samen met H.E. het bedrijf van de weduwe over.
Derde generatie:
Willem Fredrik Freytag ~ 1825-1861
Zoon en leerling van H.E. Freytag. Zou de zaak overnemen, maar sterft voor zijn vader.
Terug naar bovenkant van de pagina

De familie Strümphler
- Johannes Stephanus Strümphler ~ 1736-1807
Strümphler is hoogstwaarschijnlijk een leerling geweest van J.P. Möller (te Lippstadt, Duitsland). Rond 1760 vestigt hij zich te Amsterdam, waar hij in 1774 poorter van de stad wordt. In totaal heeft hij (inclusief huisorgels) zo'n 36 nieuwe orgels gebouwd.
Zijn grootste orgel (48 registers, verdeeld over drie klavieren en pedaal) bouwde hij voor de Hersteld Lutherse Kerk te Amsterdam. Sinds enige decennia is het geplaatst in de Eusebiuskerk in Arnhem.
- Jan Hendrik Strümphler
Zoon en leerling van J.S. Heeft in 1807 (samen met zijn moeder) de zaak voortgezet, hoewel de ware leiding wellicht bij de meesterknecht Pieter Teves lag.
Na de dood van de weduwe Strümphler (twee jaar later) worden de gereedschappen van de orgelmakerij geveild en begint Teves voor zichzelf..
Terug naar bovenkant van de pagina

De familie Lohman
Eerste generatie:
Dirk (Diederik) Lohman ~ 1730-1814
Is waarschijnlijk leerling van Wallis & Freytag. In 1754 vestigt hij zich te Emden (Duitsland), waar hij in 1758 het bedrijf van Wallis voortzet.
In 1763 is hij zelfstandig en veertien jaar later vestigt hij zich in Stedum (Nederland).
In ±1791 verhuist hij het bedrijf naar Groningen.
Tweede generatie:
- Nicolaus Anthony Lohman ~ 1766-1835
Zoon en leerling van Dirk. Vanaf 1796 is hij medefirmant van het bedrijf en in 1801 is hij leider van de zaak in Groningen.
- Gerhard Diederich Lohman ~ 1764-1823
Zoon van Dirk. Hij werkt tot 1801 in de firma te Groningen, maar door het verlies van zijn rechterhand moet hij ander werk zoeken.
Derde generatie:
Vierde generatie:
- Nicolaas Anthonie Gerhardus Lohman ~ 1834-1871
Zoon van H.B., geboren twee dagen na het huwelijk van zijn ouders. Hij werkt rond 1850 in Amsterdam als winkelbediende, maar als in 1854 zijn vader sterft, werkt hij in het bedrijf te Leiden.
Als G.W. Lohman twee jaar later overlijdt is diens oudste zoon pas 13 en N.A.G. komt naar Groningen om zijn tante te helpen met de leiding van het bedrijf.
In 1863 loopt het contract met N.A.G., zijn moeder en Schaaffelt af, en N.A.G. blijft in het noorden en koopt dan het bedrijf van H.E. Freytag.
Vanwege een overvloed aan orgelbouwers in Groningen, vestigt hij zich in datzelfde jaar te Assen en trouwt daar. Zijn vrouw (die winkelierster was) overlijdt in 1866.
Op 31 mei 1867 trouwt hij opnieuw en 8 juni 1867 wordt zijn zoon geboren. Na een faillisement in 1870 vertrekt hij met vrouw en kinderen naar Zutphen.
Als in 1871 N.A.G. Lohman overlijdt probeert de weduwe samen met de knecht het bedrijf voort te zetten, maar blijkens haar vertrek in 1872 naar Leiden lijkt dit mislukt.
Hendrik Berend Lohman, de zoon van N.A.G., wordt goudsmit.
- Jan Gerhards Lohman ~ 1843-1907
Is vanaf 1856 leerling in het bedrijf te Leiden. Als hij in 1874 trouwt, blijkt hij volgens de registers echter geen orgelbouwer te zijn, doch handelsagent in Den Haag.
Schaaffelt's meesterknecht is P.C. Bik, die op zijn beurt in 1883 het bedrijf overneemt.
In 1926 zet de zoon van P.C. Bik, de heer P.C. Bik Jr. het bedrijf voort onder de naam "P.C. Bik, voorheen Schaaffelt en Lohman".
De tweede generatie Bik vormt met de derde (weer een P.C. Bik) een vennootschap onder firma Kerkorgelbouw P.C. Bik.
Sinds 1971 zet de derde generatie P.C. Bik de zaak voort voor eigen rekening en onder dezelfde naam.
Terug naar bovenkant van de pagina

De familie van Dam
Eerste generatie:
Lammert (Lambertus) van Dam ~ 1744-1820
Geboren te Groningen uit een familie die uit Appingedam stamde. Zijn vader was grutter (boekweitmaalder). In 1757 wordt hij gezel bij een kistenmaker.
In 1764 is hij in Leiden en mogelijk was hij daar leerling bij H.H. Hess. Vervolgens is hij leerling van A.A. Hinsz; in ieder geval werkte hij nog bij hem rond 1769.
In 1776 vestigt hij zich als zelfstandig orgelmaker te Groningen, maar omdat er hier genoeg orgelmakers werkzaam waren, verhuist hij in 1779 naar Leeuwarden (Prov. Friesland).
Tweede generatie:
- Luitjen Jacob van Dam ~ 1783-1846
Zoon en leerling van Lammert. Volgt (volgens een advertentie in Leeuwarder Courant) in 1814 samen met Jacob zijn vader op.
- Jacob van Dam ~ 1787-1839
Zoon en leerling van Lammert. Leidt vanaf 1814 samen met L.J. het bedrijf.
Derde generatie:
- Lambertus van Dam ~1823-1904
Zoon en leerling van Luitjen. Leider van de firma na 1846.
- Pieter van Dam ~ 1824-1899
Zoon en leerling van Luitjen. Werkt in de zaak.
- Jacob van Dam ~ 1828-1907
Zoon en leerling van Luitjen. Werkt in de zaak.
Vierde generatie:
- Luitjen Jacob van Dam ~ 1850-1931
Zoon en leerling van Lambertus. Trekt zich in 1909 uit de zaak terug.
- Haye van Dam ~ 1853-1927
Zoon en leerling van Lambertus. Trekt zich in 1909 uit de zaak terug.
- Pieter van Dam ~ 1856-1927
Zoon en leerling van Lambertus. Gaat na 1909 alleen verder.
In 1917 wordt er een nieuwe N.V. P. van Dam gesticht met als directie: P. van Dam, B.F. Bergmeijer en J. Vaas.
In 1926 trekken Piet van Dam en Bergmeijer zich uit de zaak terug. Bergmeijer gaat naar Woerden maar blijft het recht behouden de firmanaam Van Dam te gebruiken. Het bedrijf te Leeuwarden wordt in die periode daarop geleid door J. Vaas.
In 1929 wordt een nieuwe N.V. opgericht met als directie de heren Vaas en Bron. De naam blijft gelijk, nl. N.V. orgelfabriek v/h P. van Dam.
Twee jaar later wordt de N.V. gekocht door J. van der Bliek (geb. 1899 te Goes). Als Van der Bliek (in tegenstelling tot de afspraak) veel personeelsleden ontslaat, kunnen ze terecht bij het nieuwopgerichte bedrijf van Vaas en Bron. Tot 1968 heeft de heer Van der Bliek de zaak geleid. In dat jaar verkocht hij het bedrijf aan S. Haarsma te Drachten.
Vaas en Bron hebben in 1931 (na de hierboven genoemde overname) een zaak gesticht onder eigen naam (en met veel personeel dat door van der Bliek was ontslagen).
Dit bedrijf werd in 1964 overgenomen door de Firma Pels te Alkmaar.
Terug naar bovenkant van de pagina

De familie Meere
- Abraham Meere Sr ~ 1761-1841
In 1779 vestigt hij zich (hij is dan pas 18) als zelfstandig orgelmaker te Utrecht. Op zich al een heel waagstuk, omdat de firma Bätz daar ook gevestigd was. In het begin heeft het (ook door zijn leeftijd) moeilijk om tegen deze gevestigde firma te concurreren. Toch verwerft Meere een goede naam en kaapt een aantal grote opdrachten voor de neus van Bätz weg.
De familie heeft een groot aantal nieuwe orgels gebouwd,waarvan een aantal vrijwel ongeschonden bewaard gebleven zijn.
- Arnoldus Meere ~ 1765-1846
Broer van Abraham. Hij werkte bij zijn broer in de zaak.
- Abraham Meere Jr ~ 1784-1827
Zoon en leerling van Abraham. Doordat hij voor zijn vader sterft, kun je niet van een tweede generatie spreken.
- Arnoldus Jacobus Meere ~ 1798-1824
Zoon en leerling van Abraham. Doordat hij voor zijn vader sterft, kun je niet van een tweede generatie spreken.
Terug naar bovenkant van de pagina

De familie Wenthin
Johann Friedrich Wenthin (1746-1805) vestigde zich omstreeks 1774 als orgelbouwer in Emden. Van daaruit bouwde hij orgels in Noord-Duitsland en Noord-Nederland.
Zijn eerste (en grootste) werk was het orgel voor de Grote Kerk in Emden. In het begin van de 20ste eeuw werd achter het monumentale front van dit orgel een nieuw binnenwerk geplaatst. Tijdens de verwoesting van Emden ging dit orgel op 6 september 1944 verloren.
In Nederland zijn bewaard gebleven de orgels in Zweins (1785) en Nieuwolda (1787). Reeds in Knocks dispositieverzameling worden deze instrumenten uitbundig besproken.
In Duitsland zijn zijn orgels nog te bewonderen in Backemoor (1783), Reepsholt (1789), Wolthusen (1793) en Groothusen (1798). Orgelkassen zijn nog te vinden in Hinte (1781), Weener (1782, pedaaltorens bij het Schnitger-orgel), Riepe (1785) en Groß Midlum (1804).
Bij tweeklaviersorgels kiest Wenthin altijd voor een bovenwerk op het tweede manuaal. Zijn fronten kenmerken zich door zwierige in- en uitzwenkende lijnen, waardoor ze vaak tot de Rococo zijn gerekend, hoewel de ornamentiek in veel gevallen Louis XVI-kenmerken bevat.
Technisch valt zijn werk op door de lange windladen en de kleine boringen. Ook aan het gebruik van bijzondere pijpvormen is zijn werk te herkennen: houten Fluit travers, strijkende registers, koppelgedekten en de Vox angelica als tongwerk. Expresieve en galante klanken werden hierdoor aan het meer traditionele orgelgeluid toegevoegd.
Ook zijn zoon Joachim Wenthin (1778-1857) heeft nog in Noord-Nederland gewerkt, maar van hem kennen wij hier geen nieuwbouw. Toen zijn vader overleed, werkte Joachim in diens werkplaats. Hij continueerde de orgelmakerij en verwierf in 1808 het burgerrecht van de stad Emden.
Het orgel voor de rooms-katholieke statie te Uithuizen (1816) maakte hij nog vanuit de werkplaats in Emden. Bij de restauratie van dit orgel (tegenwoordig in Niehove) bleek dat de ambachtelijke precisie ten aanzien van houtbewerking niet groot is geweest.
Tijdens de bouw van dit instrument weigerde hij de opdracht om een nieuw orgel voor de Nieuwe kerk te Emden te maken.
Rond 1820 vestigde Joachim zich in Tecklenburg, waar hij tot zijn dood bleef. In 1840 ging hij een compagnonschap aan met W. Meese.
In Duitsland heeft Joachim wèl een aantal nieuwe eenklaviersorgels geplaatst. Technisch bouwden zijn orgels voort op de principes van zijn vader. De frontontwerpen zijn een wat eenvoudiger afspiegeling van de meer fantasievolle scheppingen van zijn vader.
Terug naar bovenkant van de pagina

Familie Witte
Voorgeschiedenis:
- In 1739 vestigt Johann Heinrich Hartmann Bätz (1709-1770) zich te Utrecht als zelfstandig orgelmaker. Hij had het vak geleerd bij Christiaan Müller.
- Van 1770 tot 1772 neemt zijn broer de leiding waar tot Gideon Thomas Bätz (1751-1820) het bedrijf overneemt.
- Jonathan Bätz (1787-1849) is de derde generatie en hij neemt in 1833 Christian Gottlieb Friedrich Witte als compagnon in het bedrijf "Bätz & Co".
Eerste generatie:
Christian Gottlieb Friedrich Witte ~ 1802-1873
C.G.F. Witte heeft het vak in Duitsland geleerd bij de orgelbouwer Baethmann. In 1824 komt hij naar Nederland en gaat bij de firma Bätz aan de slag.
In 1833 wordt hij compagnon van Bätz en in 1849 neemt Witte het bedrijf in zijn geheel over. Hij noemt de firma nog steeds "Bätz & Co". Het bedrijf komt opnieuw tot grote bloei en bouwt zijn orgels door bijna geheel Nederland. Utrecht is natuurlijk zeer gunstig, omdat het centraal ligt.
Tweede generatie:
- Johan Christiaan Witte
Hij gaat bij Ibach in de leer, doch komt uiteindelijk echter niet echt in de orgelbouw terecht
- Johan Frederik Witte ~ 1840-1902
Deze zoon van C.G.F.volgt zijn vader in 1873 op.
Als Johan Frederik Witte overlijdt, wordt het bedrijf overgenomen door De Koff.
Terug naar bovenkant van de pagina

De familie Van Oeckelen
Voorgeschiedenis:
Cornelis van Oeckelen ~ 1762-1837
1787 meester horlogemaker te Breda; 1803 klokkenist; als orgelmaker waarschijnlijk autodidact.
Eerste generatie:
Petrus van Oeckelen ~ 1792-1878
Zoon en leerling van C. Hij is geboren te Breda, waar hij in 1809 beiaardier wordt. In 1810 wordt hij beiaardier en instrumentmaker te Groningen. In 1819 bouwt hij zijn eerste orgel.
In 1837 start hij (na de dood van Timpe) het bedrijf te Harenermolen.
Tweede generatie:
- Cornelis Allegondus van Oeckelen ~ 1829-1905
zoon v Petrus; werkt in bedrijf; 1878 zet bedrijf voort met Antonius.
- Antonius van Oeckelen ~ 1839-1918
zoon v Petrus; werkt in bedrijf; 1878 zet bedrijf woort met C.A.; later alleen; verkoopt in 1918 het bedrijf aan vroegere meesterknecht Harmannus Thijs.
- Henricus van Oeckelen ~ 1835-1894
Harmannus Thijs ~ 1862-1943
Hij is de meesterknecht van Van Oeckelen, die in 1918 het bedrijf overneemt. Hij werkt samen met Spiering (Dordrecht).
In 1933 verkoopt hij het bedrijf aan L. Rinkema
Lukas Rinkema ~ 1906-1966
Hij neemt in 1933 de zaak over van H. Thijs en verhuist het naar Aduard, later (1951) naar Woldendorp. Ook hij werkt veel samen met M. Spiering.
Terug naar bovenkant van de pagina

De familie Timpe
- Johann Wilhelm Timpe ~ 1770-1837
Timpe werd geboren in Glane (Osnabrück, Duitsland). Zoals veel Duitsere orgelmakers kwam hij naar Nederland. Tot 1806 werkt hij bij de familie Lohman. Werkt daarna tussen 1806 en 1812 als meesterknecht bij H.H. Freytag. Als die in 1811 overlijdt, werkt hij de onder handen zijnde orgels af voor de weduwe, want haar kinderen zijn nog te jong. Later dat jaar vestigt hij zich zelfstandig te Groningen.
Behalve in Noord-Nederland bouwt hij ook in Noord-Duitsland (1819 Emden). In de laatste jaren van zijn leven sukkelt hij met zijn gezondheid en wordt bijgestaan door zijn zoon Bernardus. Als hij overlijdt is de financiële situatie slecht en worden successievelijk alle gebouwen, werktuigen etc verkocht.
De weduwe overlijdt in 1863 in het RK Armenhuis te Groningen.
- Bernardus Nicolaas Timpe ~ 1815-1840
Zoon van J.W. die het vak van zijn vader leerde. In 1834 wordt hij reeds beschreven als orgelmaker en kostwinner, waaruit blijkt dat zijn vader dan al sukkelt met de gezondheid. Ook Bernardus zelf heeft zijn gebreken, zo is hij slechts 1,52 m lang. Hoewel hij de zaak van zijn vader wil doorzetten, lukt het niet. Hij vertrekt naar Amsterdam om er als pianostemmmer te werken. Drie jaar later overlijdt hij.
Als leerling orgelmaker werkte bij de familie Timpe Petrus van Oeckelen, die waarschijnlijk na Timpe's dood op de veilingen veel goederen en werktuigen van de familie opkocht en zo (in hetzelfde jaar) zijn eigen bedrijf kon inrichten.
Kam & Van der Meulen
- Willem Hendrik Kam ~ 1806-1863
De domineeszoon ging waarschijnlijk eerst in de leer bij de firma Bätz. Daarna werkte hij vanaf 1831 bij de firma Van Dam. Samen met van der Meulen begint hij in 1837 een eigen bedrijf te Rotterdam.
In 1838 levert het bedrijf zijn eerste nieuwe orgel aan de katholieke kerk te Delfshaven. Na het overlijden van Van der Meulen gaat Kam in 1852 alleen verder.
In 1863 wordt het bedrijf voortgezet door Schölgens, vd Haspel & vd Weyde. Kam was in 1851 getrouwd met een zuster van Van der Weyde.
- Hendrik van der Meulen ~ 1810-1852
Geboren in Leeuwarden, is hij evenals Kam een leerling van de firma Van Dam. Zet samen met hem een bedrijf op te Rotterdam.
De firma Kam & Van der Meulen heeft zich sterk georiënteerd op de toenmalige Franse (Cavaillé-Coll) en Belgische (Loret) orgelmakers. Zij gebruikten andere balgen en voerden de evenredig zwevende temparatuur in.
Schölgens, Van den Haspel & Van der Weyde
In 1863 nemen deze vennoten de orgelfabriek W.H. Kam over. In 1870 vertrekt v.d. Weyde. Na 1875 gaan de beide andere vennoten zelfstandig verder.
- Wilhelmus Hendrikus Schölgens ~ 1823-1879
Hij werd geboren te Rotterdam en was een leerling van Kam; Later zet hij dit bedrijf door, eerst als compagnon met v.d. Weyde en v.d. Haspel, later alleen met v.d. Haspel. Na 1875 gaat hij zelfstandig verder.
- Adrianus van den Haspel ~ 1824-1911
Hij werd geboren te Rotterdam. Ook hij was een leerling van Kam. Zet in 1863 dit bedrijf voort met Schölgens en v.d. Weyde. Adrianus is drie maal getrouwd geweest. Zijn derde vrouw vrouw was Sara Pieternella Standaart, die in 1863 (op 29-jarige leeftijd) overlijdt. Na 1875 leidt hij zelfstandig een bedrijf onder zijn eigen naam en is hij dus de enige voortzetter van het bedrijf van Kam & Van der Meulen.
Een van Adrianus' dochters trouwde met een broer van haar stiefmoeder.
- Willem Anthonij van der Weyde ~ 1834-?
Hij werd geboren in Zierikzee. In 1859 vertrekt hij naar Rotterdam. Leerling van Kam. Is van 1863 tot 1870 compagnon van Schölgens & v.d. Haspel. In 1870 vertrekt hij met vrouw en kinderen naar Amsterdam.
Terug naar bovenkant van de pagina

Familie Leichel
- Ehrenfried Leichel~1828-1905
In 1854 vestigt hij zich als zelfstandig orgelmaker in Duisburg (Duitsland). Later verhuist hij naar Nederland, eerst naar Hummelo en in 1885 naar Arnhem.
Er moet veel meer over deze firma te vertellen zijn, want ook in Düsseldorf werkten Leichels. Wellicht komen we er nog eens achter.
- Friedrich Leichel
werkt (o.a. in 1906) in Lochem.
Terug naar bovenkant van de pagina

A.J.P. Derkzen van Angeren
Antonius Johannes Phillipus Derkzen van Angeren werd op 26 augustus 1833 te Breda geboren als zoon van orgel- en pianomaker Antonius Derkzen van Angeren.
Junior woonde (gezien de geboorteplaats van zijn kinderen) eerst in Den Haag en Delfshaven, alvorens hij zich in 1877 vanuit Zwolle in Groningen vestigde als orgel- en pianostemmer. Volgens het adresboek van 1880 woonde hij op het adres Steenhouwerskade U 84a. Of hij als orgelstemmer zelfstandig opereerde is niet bekend.
Hij verdronk op 15 december 1881 te Mensingeweer. Zijn jammerlijk einde is uitgebreid beschreven in de toenmalige pers.
Terug naar bovenkant van de pagina

Renze Ypes Groustra
Renze Ypes Groustra (in 1849 geboren te Ee, overleden op 29 april 191iS te Groningen) woonde aanvankelijk als muziekinstrumentenhandelaar en -reparateur in Dokkum en Driesum (N.O. Friesland). Ook was hij als orgelmaker actief: Hij bouwde omstreeks 1887 een orgel voor de Chr. Geref. kerk te Wouterswoude en vervaardigde ook een huispijporgel.
Hij vestigde zich in 1890 in Groningen; als orgelmaker komen wij hem meermalen bij onderhoudswerk tegen in het Gronings Westerkwartier. Hij moet ook hebben gewerkt voor M. Eertman (o.a. bij de ombouw van het Schnitgerorgel te Harkstede).
(naar gegevens van o.a. dhr. G.R. Groustra te Leeuwarden).
Terug naar bovenkant van de pagina

Familie Schwarze
De familie Schwarze werkte vanuit Anholt (Duitsland, vlak bij de Nederlandse grens).
- Lorenz Schwarze (de vader) bouwde zijn eerste nieuwe orgel in Nederland (Ede, Herv kerk 1842). Ook daarna had hij nog veel werk in de provincie Gelderland, zowel nieuwbouw als reparaties, verplaatsingen en uitbreidingen.
- Ook zijn zoon Ludwig Schwarze werkt veel in Nederland, maar dat is vooral reparatiewerk.
De ons bekende werkzaamheden van de familie strekken zich uit van 1829 tot 1920.
Terug naar bovenkant van de pagina

De familie Adema
Eerste generatie:
- Carolus Borromeus Adema ~ 1824-1905
Vanaf 1840 is hij leerling van L. van Dam, vervolgens vanaf 1850 van C.G.F. Witte. In 1855 start hij zijn eigen bedrijf te Leeuwarden, samen met P.J. Adema.Hij blijft in Leeuwarden. Het bedrijf in Leeuwarden bestaat tot 1941 en heeft slechts mechanische orgels gebouwd.
- Petrus Josephus Adema ~ 1828-1919
Hij is leerling geweest bij W. Hardorff en F.B. Loret. In 1855 start hij samen met zijn broer C.B. een eigen bedrijf in Leeuwarden.
In 1868 vertrekt hij naar Amsterdam om daar een filiaal te stichten. Al snel maakt hij kennis met het werk van Cavaillé-Coll. De Amsterdamse Adema's maken al snel gebruik van Barker-pneumatiek en bouwen later ook pneumatische en electropneumatische orgels (meestal in katholieke kerken).
- Johannes Romanus Adema ~ 1834-1862
Hij is een broer van C.B. & P.J.en werkt in zaak te Leeuwarden.
Tweede generatie Amsterdam:
- Sybrandus Johannes Adema ~ 1863-1941
Zoon en leerling van P.J. Leiding van het bedrijf te Amsterdam
- Lambertus Theodorus Adema ~ 1864-1931
Zoon en leerling van P.J. Leiding van het bedrijf te Amsterdam
Derde generatie Amsterdam:
Joseph Adema ~ 1877-1943
Leiding van het bedrijf te Amsterdam. Draagt in 1943 de zaak over aan zijn schoonzoon Hubert Schreurs
Vierde generatie Amsterdam:
Vijfde generatie Amsterdam:
Terug naar bovenkant van de pagina

Bakker en Timmenga
- Fokke Bakker (1842-1904) was meesterknecht van Willem Hardorff.
In 1877 vestigt hij zich te Leeuwarden, waar hij in 1880 samen gaat werken met Timmenga. In 1902 trekt zich uit het bedrijf terug.
- Arjen Timmenga (1854-1920) leerde het vak bij W. Hardorff, Van Dam, Witte en Flaes. Vanaf 1880 werkte hij samen met Fokke Bakker. In 1902 gaat hij alleen verder, maar de naam van de firma bleef bestaan.
Arjen's zoon Bernard Timmenga (1889-1971) zette het bedrijf na 1920 voort tot 1960, waarna het werd overgenomen door Wopke Yedema en Harm Pieter Dam (beiden leerling van Mense Ruiter).
De firma bestaat nog steeds onder de naam "Bakker en Timmenga" en is nog steeds gevestigd te Leeuwarden. In de ruim 120 jaar van zijn bestaan heeft het bedrijf bijna alleen maar mechanische orgels gebouwd.
Bij een telling in 1960 bleken er 175 (waarvan 30 tweedehands) orgels geplaatst te zijn door deze firma.
Terug naar bovenkant van de pagina

Firma Flentrop
Hendrik Wicher Flentrop start in 1903 een bedrijf. In het begin verkoopt het vooral piano's en gebruikte pijporgels, maar later worden er ook nieuwe orgels geplaatst.
Zijn zoon Dirk Andries Flentrop zet het bedrijf later voort.
Als er geen opvolgers in de familie zijn, wordt het bedrijf in 1976 verkocht aan Hans Steketee.
In 1998 wordt het verkocht aan C.P.W. van Oostbrugge, doch het bedrijf werkt nog steeds onder de naam "Flentrop".
In zijn lange bestaansgeschiedenis heeft de firma een aantal andere orgelmakerijen ingelijfd:
- 1939: A. Anthonisse Jr treedt in dienst van de firma en neemt de Steenkuyl-erfenis mee.
- 1986: De firma Jos Vermeulen te Alkmaar houdt als zelfstandig bedrijf op te bestaan en draagt het archief plus opdrachten over aan Flentrop.
- 1998: De firma Vermeulen te Weert wordt ingelijfd. Ook het archief en de kennis van dit bedrijf (over bv de orgelbouw in Zuid-Nederland) komt hier terecht.
Anderzijds leidt de firma ook vele nieuw orgelbouwers op die later een eigen bedrijf stichten, zoals C. Verweijs, Jaap Patijn, Jan van den Heuvel, Van den Berg & Wendt.
Het is al decennia lang een bedrijf dat ook regelmatig in het buitenland (bv Amerika, Japan) orgels plaatst. Verder restaureert het veel oude orgels.
Terug naar bovenkant van de pagina

Firma Pels
De firma Pels (opgericht in het begin van de 20ste eeuw in Alkmaar) bereikt zijn grootste bloei onder B. Pels in de jaren '20 en '30. Het bedrijf plaatst vooral orgels in katholieke kerken.
In de jaren '50 is er nieuwe bloeiperiode (de firma heet dan "Pels & Zn"), maar rond 1960 gaat het bedrijf achteruit en ook de overname in 1964 van Vaas & Bron brengt geen verbetering. In 1969 wordt het bedrijf failliet verklaard.
Samen met Van Leeuwen wordt een nieuw bedrijf gestart: "Pels & Van Leeuwen", gevestigd in Den Bosch.
Firma van Leeuwen
Eerste generatie:
Gerrit van Leeuwen Sr
Hij werkte bij Adema en Steenkuyl. In 1896 was hij meesterknecht bij J. v Gelder.
In 1903 vestigde hij zich als zelfstandig orgelmaker te Leiderdorp. Overleden in 1946 .
Tweede generatie:
- Gerrit van Leeuwen Jr
- Willem van Leeuwen
Deze twee broers namen de leiding van het bedrijf over. Bouwden verschillende grote orgels in Nederland. Het bedrijf had een patent op de zg. "Veka"laden.
Firma Pels & Van Leeuwen
Deze firma ontstond in 1969 toen de firma Van Leeuwen met de firma Pels en Zn werd samengevoegd.
Terug naar bovenkant van de pagina

Valkx & Van Kouteren
- Peter Gerardus Valckx, geb. 31 mei 1893 te Well, gem. Bergen (Limb.), zoon van Karel Valckx. Hij was een leerling van A. Standaart
- Jan van Kouteren ~ 1879-1953
Eveneens leerling van Standaart. Keert later terug naar Standaarts onderhoudsdienst.
Vermoedelijk werkte nog bij dit bedrijf G. van Dungen, de latere meesterknecht van G. van Leeuwen te Leiderdorp.
Terug naar bovenkant van de pagina

Hendrik Vegter
Hij leerde het vak bij Marten Eertman en vanaf 1919 bij de firma A.S.J. Dekker te Goes.
In 1923 vestigt hij zich als zelfstandig orgelbouwer te Usquert. Hij liet één nieuw orgel na (in de Hervormde kerk te Bedum; 1922) en hield zich verder bezig met restauraties, onderhoud en reparaties.
De verloving tussen Vegter en Eertmans dochter liep op een gegeven moment op niets uit. Sindsdien boterde het niet meer zo goed tussen Vegter en Eertman. De laatste verkocht zijn bedrijf dan ook aan Holtman & Leemhuis.
J.P. Vos is een van de leerlingen van Vegter. Deze neemt in 1964 het bedrijf van Vegter over. De werkzaamheden bestaan dan nog vooral uit stemwerk en reparaties.
Terug naar bovenkant van de pagina

Holtman & Leemhuis
De twee firmanten nemen in 1925 het bedrijf van Marten Eertman over. Zij zijn jarenlang een agentschap voor de Duitse orgelfabriek Rohlfing, maar hebben ook contacten met Spiering (Dordrecht).
Terug naar bovenkant van de pagina

Firma Mense Ruiter B.V.
Ruiter, Mense ~ 1908-1992
Mense Ruiter was grotendeels autodidact, maar is een tijdje in de leer geweest bij Jan Doornbos. In 1930 vestigt hij zich te Groningen.
In 1975 verkoopt hij het bedrijf aan J.H. Holthuis, die het bedrijf onder de naam "Mense Ruiter" voortzet.
De firma heeft een website.
Terug naar bovenkant van de pagina

Ernst H. Leeflang
In 1932 vestigt hij zich als zelfstandig orgelbouwer te Middelharnis.
Als de provincie Zeeland in 1953 overstroomt tijdens de watersnood, trekt hij met zijn bedrijf naar Apeldoorn. Na zijn dood in 1994 wordt het bedrijf verkocht aan de Gebr. Reil.
Terug naar bovenkant van de pagina

Familie Reil
Eerste generatie:
Johann Reil ~ 1907-1960
De in 1907 te München geboren Johann Reil leerde het vak bij Moser en Nenninger en was vanaf 1928 werkzaam bij Mühlbauer. In 1929 kwam hij naar Nederland, waar hij o.a. werkte bij Valkx & Van Kouteren en De Koff
Vanaf oktober 1934 werkte hij als zelfstandig orgelbouwer, eerst in Rotterdam, maar in 1937 vestigde hij zich als zelfstandige in Heerde.
Tweede generatie:
- Albert Reil ~ 1940-2001
Zoon en leerling van Johann. Werkzaam geweest in de pijpenmakerij van Busch. Gaat samen met zijn broer in 1960 te Heerde verder als "Gebr. Reil"
- Han Reil ~ 1943-
Zoon en leerling van Johann, maar ook in de leer geweest bij Kuhn. Gaat samen met zijn broer in 1960 te Heerde verder als "Gebr. Reil"
Derde generatie:
- Hans (J.G.K.) Reil
Vanaf 2001 leiden Hans en zijn vader Han het bedrijf.
De firma heeft een website.
Terug naar bovenkant van de pagina

Slooff Orgelbouw
Nico Sloof sr werkte vanaf 1933 vanuit Ouderkerk aan de IJssel. Na de tweede wereldoorlog werd de eerste werknemer aangenomen. In 1958 werd een groter pand in gebruik genomen. In 2003 verhuisde het bedrijf naar Lekkerkerk.
Momeneel wordt het bedrijf geleid door Nico Slooff jr. Men is in staat om elk type orgel te restaureren, of het nu mechanisch, pneumatisch of elektrisch is.
De firma heeft een website.
Terug naar bovenkant van de pagina

Firma Blank
Eerste generatie:
Karl Bernhard Blank ~ 1906-1986
Karl is leerling geweest bij Laukhuff (Duitsland) en A.S.J. Dekker. Vanaf 1939 werkt hij bij J.H. Sanders in Utrecht. Dit bedrijf neemt hij in 1959 over en hij plaatst de firma over naar Herwijnen
Tweede generatie:
S.F. Blank
Hij is een zoon van K.B. en neemt in 1971 het bedrijf over. In 1996 verkoopt hij het bedrijf aan Henk van Eeken.
Terug naar bovenkant van de pagina

Henk van Eeken 1956-
In 1982 vestigt hij zich als zelfstandig orgelmaker te Leusden. In 1995 verwoest een felle brand zijn werkplaats.
Als hij het bedrijf van Blank kan overnemen, vestigt hij zich te Herwijnen.
Henk van Eeken heeft een website.
Terug naar bovenkant van de pagina

Voetnoten:
- Onze verzameling bestaat uit gegevens over ruim 5500 kerken en andere gebouwen in Nederland en ruim 3500 in het buitenland.
|